De walvis was een prima zwemmer, maar wandelde miljoenen jaren geleden met hetzelfde gemak een rondje op het land.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Current Biology. Ze ontdekten de resten van de walvis – die een slordige 42,6 miljoen jaar geleden leefde – in sedimenten langs de kust van Peru. De walvis heeft de naam Peregocetus pacificus gekregen. “Toen we rond de botten aan het graven waren, realiseerden we ons al snel dat dit het skelet van een vierbenige walvis was, met twee voor- en twee achterpoten,” aldus onderzoeker Olivier Lambert.

Te water
De walvis was zo’n vier meter lang. De staartwervels van de walvis doen sterk denken aan die van bevers en otters. Het wijst erop dat deze voor de walvis net zo belangrijk was als voor de moderne otter, die zijn staart als roer en stabilisator gebruikt.


En te land
Maar de walvis was niet alleen een goede zwemmer. Op de toppen van de ‘vingers’ en ‘tenen’ van de walvis zijn namelijk kleine hoeven aangetroffen. Die hoeven wijzen er – samen met de morfologie van de heupen en ledematen van de walvis – op dat hij ook prima op het land kon wandelen.

Afbeelding: A. Gennari.

“Dit is het eerste onbetwistbare voorbeeld van een vier poten tellend walvisskelet in de hele Stille Oceaan,” vertelt Lambert. Het is tevens mogelijk het oudste vier poten tellende walvisskelet dat tot op heden in Amerika is aangetroffen en het meest complete dat buiten India en Pakistan is teruggevonden. De leeftijd en locatie van het skelet onderschrijven de hypothese dat vroege walvisachtigen zich vanaf de westkust van Afrika naar Zuid-Amerika begaven. Ze werden daarbij geholpen door westwaartse oceaanstromingen. Wat ook meehielp, is dat de afstand tussen de genoemde continenten in die tijd twee keer zo klein was als nu. Nadat de walvisachtigen Zuid-Amerika bereikten, zouden ze naar het noorden zijn gemigreerd en uiteindelijk ook Noord-Amerika hebben weten te bereiken.