Australische wetenschappers hebben ontdekt dat de uitwerpselen van walvissen een belangrijke rol kunnen spelen in het reduceren van de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer. De ijzerrijke poep zorgt ervoor dat algen groeien. En voor die groei is veel CO2 nodig.

De onderzoekers analyseerden de uitwerpselen van de walvis en ontdekten dat deze tien miljoen keer meer ijzer bevatten dan zeewater. En ijzer is essentieel voor de groei van hele kleine, microscopische planten zoals bijvoorbeeld algen en fytoplankton (plankton afhankelijk van het proces van fotosynthese).

De wetenschappers ontdekten dat de hoeveelheid ijzer wanneer kril (een soort garnalen) algen eten en walvissen vervolgens deze kril eten, toeneemt. En dat is goed nieuws voor het klimaat, zo concludeert onderzoeker Andrew Bowie. “Wanneer algen groeien ondergaan ze het proces van fotosynthese en voor een deel van dat proces wordt koolstofdioxide uit de atmosfeer onttrokken.”

Meer walvissen zou dan ook meer algen en dus minder koolstofdioxide betekenen, zo concluderen de onderzoekers.