Lang dachten onderzoekers dat de enorme reptielen koudbloedig waren, maar een nieuwe studie schoffelt het belangrijkste bewijs daarvoor ongenadig hard onderuit.

Er zijn heel wat fossiele resten van dinosaurussen teruggevonden. En die resten kunnen ons ook veel vertellen. Bijvoorbeeld hoe zo’n dinosaurus gebouwd was. Maar er zijn ook heel veel dingen die ze op het eerste gezicht lijken te verzwijgen. Bijvoorbeeld of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren. En dus was het even zoeken naar bewijs voor de stelling dat dinosaurussen koudbloedig waren.

Lines of Arrested Growth
Uiteindelijk vonden onderzoekers dat bewijs in de Lines of Arrested Growth (LAG). Deze lijnen zijn terug te vinden in de botten van dinosaurussen en doen denken aan de jaarringen van bomen. De lijnen ontstaan in seizoenen waarin de dieren het lastig hebben (bijvoorbeeld de winter of tijdens droogte) en hun groei door een gebrek aan voedsel stil komt te liggen. Onderzoekers stelden dat dieren die LAGs hadden, wel koudbloedig moesten zijn. In tegenstelling tot warmbloedige dieren, regelen koudbloedige dieren hun temperatuur niet zelf: deze wordt sterk beïnvloed door de temperaturen van de omgeving. En dat heeft gevolgen voor de groei, zo dachten onderzoekers. Een warmbloedig dier heeft altijd dezelfde temperatuur en dezelfde snelle stofwisseling en dus altijd dezelfde hoeveelheid energie om te groeien. Het resultaat: een warmbloedig dier groeit altijd even hard. Een koudbloedig dier daarentegen heeft niet altijd dezelfde temperatuur en ook de snelheid van de stofwisseling verschilt en dus groeit deze met horten en stoten. De conclusie van de onderzoekers: dieren met LAGs zijn koudbloedig. Dat was direct het belangrijkste argument voor de stelling dat ook dinosaurussen koudbloedig waren.

Hier zijn twee LAGs te zien. Het bot behoort toe aan een edelhert. Foto: Meike Köhler / ICP.

Nieuwe studie
In een nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers de groei van warmbloedige dieren. Ze waren er niet op uit om het fundament onder de koudbloedige dinosaurus weg te schoffelen. Ze wilden alleen weten hoe de omgeving de groei van diverse dieren beïnvloedde. Om dat te achterhalen, bestudeerden ze de botten van verschillende dieren. Tot hun grote verbazing troffen ze ook bij warmbloedige dieren LAGs aan. De onderzoekers moeten dan ook concluderen dat LAGs niet wijzen op koudbloedigheid, maar in plaats daarvan laten zien hoe de stofwisseling van een dier in reactie op veranderingen in de omgeving verandert. En dat geldt zowel voor koudbloedige als warmbloedige dieren, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature.

Voedsel
De onderzoekers zochten ook uit om wat voor veranderingen in de omgeving het ging. Ze ontdekten zo dat veel regenval en een beperkte hoeveelheid voedsel de grootste invloed had op de stofwisseling. Groter nog dan de temperatuur. Wanneer er weinig voedsel voorhanden is, dan past het lichaam de behoefte van het dier daaraan aan. De stofwisseling vertraagt, waardoor dieren minder voedsel nodig hebben. Gevolg is wel dat de groei ook iets langzamer plaatsvindt.

Goede vraag

Kunnen we dinosaurussen klonen? Lees er hier alles over!

Verrassend
“Het lijkt verrassend dat er tot op heden nog geen systematisch onderzoek is gedaan om te bewijzen of ontkrachtigen dat alleen koudbloedigen tijdens hun groei deze kenmerken (LAGs) in hun botten ontwikkelen,” bekent onderzoeker Meike Köhler. Ze wijst erop dat eerdere studies de theorie al in twijfel trokken en dat nu voor het eerst bewezen is dat die twijfel terecht is.

Het onderzoek is niet alleen interessant voor paleontologen en anderen die zich in de geschiedenis van het leven op aarde vastbijten. Ook voor mensen die zich met het huidige leven op aarde bezighouden, is het enorm nuttig. Nu blijkt dat ook warmbloedigen LAGs hebben en dat die LAGs iets vertellen over de reactie op veranderingen in de omgeving, hebben onderzoekers een manier gevonden om vast te stellen of die veranderingen een populatie bedreigen.