Het is de nachtmerrie van elke oliesjeik en van menig beleidsmaker: het moment waarop we het laatste druppeltje olie bovenpompen. Maar, is dat wel zo’n reëel scenario? Kan de olie wel echt helemaal opraken? En als dat gebeurt, zijn er dan alternatieven?

Het is een simpel rekensommetje. De ons bekende grote olievelden bevatten nog zo’n 1,3 biljoen vaten olie. Deel die hoeveelheid door de hoeveelheid olie die we op dit moment op jaarbasis consumeren en u komt tot de conclusie dat deze olievelden zeker nog veertig jaar mee kunnen. Maar let op: dan gaan we uit van de hoeveelheid olie die we op dit moment consumeren. En naar verwachting neemt die hoeveelheid de komende jaren steeds verder toe. De wereldbevolking groeit namelijk sterk en een steeds groter deel van de aarde wordt geïndustrialiseerd en dus afhankelijk van olie. Of er daadwerkelijk nog voor veertig jaar olie in de grond zit, is volgens sommigen dan ook twijfelachtig.

Waar bevindt zich de ‘laatste olie’?
Het grootste deel van de op dit moment winbare oliereserves bevindt zich in het Midden-Oosten. Saoedie-Arabië heeft de wereld nog het meeste te bieden: naar schatting meer dan 200 miljard vaten. Ook Irak, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Iran blijven belangrijke leveranciers met voorraden tussen de 80 en 112 miljard vaten.

Nieuwe technologieën
Oliemaatschappijen maken zich – in ieder geval ten overstaan van de buitenwereld – nog geen zorgen. Zij denken dat er ook over veertig jaar nog voldoende olie te winnen valt. Ze baseren die conclusie op twee ontwikkelingen, zo legt dr. Tim Fox, hoofd van het departement Energy & Environment aan het Institition of Mechanical Engineers ons desgevraagd uit. “Er is de ontwikkeling van nieuwe technologieën die ons in staat stellen om meer olie uit bestaande conventionele bronnen te halen. Denk dan bijvoorbeeld aan Enhanced Oil Recovery waarbij koolstofdioxide in het vrijwel uitgeputte oliereservoir wordt gepompt om er nog meer olie uit te kunnen ‘duwen’. En dan zijn er ook nog de technologieën die de exploitatie van ‘onconventionele’ oliereserves mogelijk maken, zoals schalieolie en olie uit teerzanden. Ook zullen ingenieurs in de toekomst wellicht extra manieren vinden om olie die in lastige aardlagen zijn opgenomen, te winnen.”

Olievaten op Groenland. Foto: ezioman (cc via Flickr.com).

Olievaten op Groenland. Foto: ezioman (cc via Flickr.com).

Tot de laatste druppel
Die ontwikkelingen kunnen de levensduur van olie als de belangrijkste brandstof van ons aardbewoners inderdaad verlengen. Maar tegelijkertijd zien we ook een andere ontwikkeling. Olie wordt duurder en dus minder aantrekkelijk. Het is het resultaat van het feit dat olie schaarser wordt, steeds lastiger te winnen is en het proces om olie te winnen dus duurder wordt. Voor sommige mensen is het nu al een reden om vaker de fiets te pakken. Anderen hebben hun benzineslurpende auto al ingeruild voor een elektrisch exemplaar. Daarmee lijken mensen al voorzichtig een voorschot te nemen op het moment waarop de olie echt op raakt. Het roept een interessante vraag op: gaan we de olie wel echt opmaken? Komt er niet een moment waarop olie simpelweg zo duur is dat het geruisloos van de markt verdwijnt om ruimte te maken voor alternatieve, goedkopere en groenere brandstoffen? “Mensen zullen winbare olie blijven gebruiken zolang dat mogelijk is,” stelt Fox vol overtuiging.

Winbaar
Wanneer we het over ‘het opraken van de olie’ hebben, dan moet u dat een beetje met een korreltje zout nemen. Het is tenslotte niet aannemelijk dat wij mensen erin slagen om letterlijk alle olie die onze planeet rijk is, op te sporen en te winnen. Eigenlijk hebben we het bij het opraken van de olie alleen over winbare olie. En ook dat begrip verdient een beetje uitleg. Het gaat dan namelijk om olie die zowel technologisch als economisch winbaar is. Het eerste spreekt voor zich: we moeten de olie boven kunnen halen. Economisch winbaar wil zeggen dat de kosten van het bovenhalen van de olie moeten opwegen tegen wat de olie oplevert. Economisch en technologisch winbaar zijn overigens begrippen die in eerste instantie niet van toepassing kunnen lijken op een olievoorraad, maar dat in een later stadium toch wel blijken te zijn. Bijvoorbeeld: nu de prijzen van de olie stijgen, worden voorraden die eerder economisch gezien niet winbaar waren, wel winbaar. Tegelijkertijd neemt ook de hoeveelheid technologisch winbare olie dankzij allerlei technologische ontwikkelingen (zoals Enhanced Oil Recovery) toe.

Lastig in te schatten
Maar wanneer raakt de winbare olie dan op? We vroegen het Fox natuurlijk, maar hij vindt het lastig. “Het is een heel moeilijk te beantwoorden vraag omdat het antwoord sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van snel industrialiserende landen in Azië en opkomende economieën in Sub-Saharisch Afrika.” Het kan welbeschouwd twee kanten opgaan: of de landen omarmen de olieslurpende auto’s, vliegtuigen en industrie. Of ze gaan – mede omdat ze de kunst van ver ontwikkelde economieën in bijvoorbeeld het rijke westen af kunnen kijken – relatief weinig olie verbruiken, omdat ze efficiënt met de olie omgaan en deels ook nieuwe duurzamere technologieën gaan toepassen. In het laatste geval zal de vraag naar olie door toedoen van deze opkomende economieën in de toekomst de huidige vraag niet of nauwelijks overstijgen. Maar als het eerste scenario werkelijkheid wordt, wordt het een heel ander verhaal. Dan zullen we veel sneller dan verwacht door de olievoorraden heengaan.

Geen verrassing
Nu zal het moment waarop de winbare olie daadwerkelijk opraakt, voor niemand als een verrassing komen. In aanloop naar dat moment toe, stijgen de olieprijzen de pan uit. “De olie zal niet plotseling ‘op zijn’,” stelt Fox. “De kosten van het winnen van olie zullen geleidelijk aan toenemen en de drijvende kracht worden achter de zoektocht naar nieuwe energiebronnen en technologieën.”

Alternatieven
Maar bij welke alternatieven komen we – voortgedreven door de hoge olieprijzen – dan uit? Op dit moment lijken de mogelijkheden nog eindeloos: geothermale energie, windenergie, zonne-energie, waterkrachtcentrales, biobrandstof of algen misschien? Wetenschappers wereldwijd werken hard om alternatieven zoals deze aantrekkelijker te maken door de prijs te laten dalen, de efficiëntie op te schroeven en – misschien wel het belangrijkste – mensen vertrouwd te maken met deze alternatieven. En als de olie nog een flink aantal decennia meegaat, hebben ze misschien genoeg tijd om die missie te volbrengen. Hoewel sommige wetenschappers eraan twijfelen of deze alternatieve energiebronnen wel net zoveel energie kunnen opleveren als olie op dit moment doet. Maar wat als het allemaal wat sneller gaat dan gedacht en deze groene alternatieven er nog niet klaar voor zijn? Wellicht rekken we het leven van de olie dan nog een beetje door extreem zuinig met de fossiele brandstof om te gaan. Dat is een trend die we nu – naast de overstap op groenere alternatieven – al zien ontstaan. Mensen kiezen voor zuinigere auto’s, laten de auto wat vaker staan, etc. Of misschien is nucleaire energie – een energiebron die zich al bewezen heeft – op korte termijn wel de beste optie. Het is niet aannemelijk dat er uiteindelijk één alternatief voor olie komt. Waarschijnlijk gaat de mensheid van meerdere walletjes eten: een extra kerncentrale daar, windturbines hier, wat extra kolen opstoken (hoewel die voorraad natuurlijk ook niet oneindig is), zuiniger omgaan met energie en zonnecellen op het dak. Zoiets.

Natuurlijk is het zorgwekkend dat de olie in een rap tempo ‘opraakt’. Al is het alleen maar, omdat het laat zien hoe onverantwoord wij met onze planeet en haar grondstoffen omgaan. Maar wie stelt dat er geen alternatieven zijn, ziet het te somber in. Die alternatieven komen namelijk geleidelijk aan vanzelf, stelt Fox. “Als het om de zoektocht naar een alternatieve energiebron gaat, is niets zo efficiënt als stijgende kosten.”