Het korte antwoord: van alles.

Ten tijde van de dinosauriërs behoorde het luchtruim toe aan de pterosauriërs, vliegende reptielen – maar zelf geen dinosauriërs – met spanwijdtes tot wel 10 meter. Fossielen van deze dieren kan je vinden in aardlagen van het Trias (dat 250 miljoen jaar geleden begon) tot het Krijt (dat 66 miljoen jaar geleden eindigde). Op basis van deze fossielen hebben paleontologen bijna 200 verschillende soorten beschreven. We weten al veel over deze reptielen, maar rond hun dieet is nog maar weinig bekend. Jordan Bestwick (Universiteit van Leicester, Verenigd Koninkrijk) dook samen met enkele collega’s de literatuur in. Ze verzamelden meer dan 1800 wetenschappelijke papers om een simpele vraag te beantwoorden: wat aten pterosauriërs?

Anurognathus ammoni. Afbeelding: Dmitry Bogdanov (via Wikimedia Commons).

Vergelijkingen
Jammer genoeg is het niet meer mogelijk om pterosauriërs in het wild te observeren. Er zijn echter verschillende manieren om indirect een idee te krijgen van hun dieet. Zo kunnen wetenschappers fossielen vergelijken met bestaande soorten. Neem bijvoorbeeld Anurognathus ammoni, een kleine pterosauriër die ongeveer 150 miljoen jaar geleden rondvloog. Deze soort heeft borstelhaartjes rond de mond, vergelijkbaar met moderne nachtzwaluwen die ’s nachts op insecten jagen. Waarschijnlijk at Anurognathus dus ook insecten.

Visschubben
Men mag echter niet te vlug conclusies trekken op basis van zulke vergelijkingen. Vaak lijken bepaalde structuren aangepast voor een bepaald dieet, maar blijken de dieren toch ander voedsel te eten. Dit staat bekend als Liem’s paradox. Daarom proberen wetenschappers andere aanwijzingen te verzamelen, zoals fossielen met voedselresten in de maag of de keel. Zo vond men bijvoorbeeld visschubben in de maag van Eudimorphodon ranzii, een pterosauriër uit het Jura (periode van ongeveer 200 tot 145 miljoen jaar geleden).

Fossiele resten van Eudimorphodon ranzii. Afbeelding: Luigi Chiesa (via Wikimedia Commons).

Sporenfossielen
Men kan ook conclusies trekken op basis van sporenfossielen of ichnofossielen. Het gaat dan niet over een fossiel van het dier zelf, maar sporen van een bepaalde activiteit. Denk bijvoorbeeld aan pootafdrukken in gesteenten. Maar het is vaak bijzonder moeilijk – of zelfs onmogelijk – om ichnofossielen aan specifieke soorten pterosauriërs toe te wijzen.

Isotopen
Tenslotte kunnen wetenschappers ook moderne technieken toepassen, zoals analyses van stabiele isotopen. Dit zijn atomen van hetzelfde chemische element, maar met een verschillend aantal neutronen in de kern. Men kan bijvoorbeeld de aanwezigheid van twee isotopen van koolstof (13C en 12C, met respectievelijk 7 en 6 neutronen) berekenen om te achterhalen of een dier op het land of aan het water leefde. In het geval van de Ornitocheiridae, een familie pterosauriërs uit het Krijt, wezen deze koolstofisotopen op een dieet van vissen uit zoetwater en oppervlakkig zeewater.

Van alles
Uit het literatuuronderzoek bleek dat pterosauriërs een veelzijdig dieet hadden. Sommige families specialiseerden zich in bepaalde prooien: Anurognathidae aten insecten, terwijl Ornithocheiridae en Pteranodontidae viseters waren. In andere families vinden we een menagerie aan voedselvoorkeuren: vleeseters, viseters, planteneters en alleseters. Deze studie laat zien dat de pterosauriërs een veelzijdige groep reptielen was met een waaier aan diëten. Het antwoord op de vraag ‘wat aten pterosauriërs?’ is dan ook relatief simpel: van alles.

Jente Ottenburghs promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant werkt hij nu als postdoc aan de Uppsala Universiteit in Zweden. Meer weten over Jente? Neem een kijkje op zijn website. Recent kon je in een artikel van de hand van Jente al lezen hoe een genoom in kaart wordt gebracht. Nieuwsgierig? Klik hier! En hier kun je lezen hoe de genetische code precies werkt.