Experimenten suggereren dat je informatie die je blijkbaar zo interessant vindt dat je deze retweet, sneller vergeet.

Wetenschappers verzamelden een aantal Chinese studenten en zetten ze achter een computer. Op het scherm van die computer verschenen Weibo-berichten (Weibo is de Chinese tegenhanger van Twitter). Bij elk bericht stonden twee knoppen: met de ene knop konden de proefpersonen het bericht delen met hun eigen volgers (dus retweeten) en met de andere knop konden de proefpersonen naar het volgende bericht gaan. Er was ook nog een tweede groep proefpersonen. Deze groep kreeg ook Weibo-berichten te zien, maar had niet de optie deze te delen.

Testje
Nadat beide groepen proefpersonen alle berichten hadden gelezen, volgde een testje. Tijdens dat testje werden vragen gesteld over de inhoud van de berichten. De onderzoekers wilden zo achterhalen wat de proefpersonen zich nog van de berichten konden herinneren. Uit het testje bleek dat de eerste groep – die de optie had om te retweeten – bijna twee keer zo veel verkeerde antwoorden gaf en zich de berichten slecht kon herinneren. Met name van de inhoud van de berichten die ze geretweet hadden, wisten ze zich weinig meer te herinneren.

Volgens de onderzoekers hadden de retweeters te maken met een cognitieve overbelasting

Overbelasting
Hoe komt dat? De onderzoekers stellen dat de retweeters te maken hadden met een cognitieve overbelasting. De proefpersonen hadden de keuze om te delen of niet te delen. En het nemen van die beslissing vraagt zo veel van het brein dat de inhoud van het bericht al snel weer vergeten wordt. De cognitieve overbelasting verstoort het leerproces: mensen slagen er minder goed in om informatie tot zich te nemen en te onthouden.

“De meeste mensen plaatsen geen originele ideeën meer,” vertelt onderzoeker Qi Wang. “Mensen delen gewoon wat ze lezen. Maar ze realiseren zich niet dat dat delen een schaduwzijde heeft. Het verstoort andere dingen die we doen (…) Het delen leidt tot een cognitieve overload en dat verstoort de daaropvolgende taak. Studenten die in het echte leven online bezig zijn en informatie uitwisselen en direct daarna een toets maken, presteren wellicht slechter.”