Het verleden zomaar met het heden vergelijken is onverstandig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Zo maakten ook de nazi’s misbruik van de oudheid in de motivatie voor hun gruweldaden.

“De misinterpretatie van de Germania van de Romeinse historicus Tacitus door de nazi’s, is een duidelijk voorbeeld van wat er mis kan gaan, als beperkte gegevens ruimte bieden aan een specifieke politieke invulling die lastig valt te weerleggen.” Aan het woord is Tom Buijtendorp, mede-auteur van het deze maand verschenen boek Controverses en eerder gepromoveerd op de Romeinse stad Forum Hadriani bij Den Haag.

Germaanse idealen voor Himmler?
“Himmler, een van de hoofdverantwoordelijken van de Holocaust, haalde uit de Germania het idee van een superieur en krachtig Germaans ras met blauwe ogen en blonde haren. De Germanen zouden zo sterk zijn gebleven, doordat ze zich niet mengden met andere rassen en homoseksuelen ombrachten. Bij deze interpretatie van Tacitus vergat Himmler voor het gemak onder meer, dat de Romeinse historicus evengoed over luie en zwaar drinkende Germanen schreef. En Tacitus had een eigen agenda zodat zijn weergave van het verleden sterk gekleurd is. Die vorm van misbruik is al zeer oud. Zo gebruikte Caesar bewust de angst voor instabiliteit om zijn Gallische Oorlog te rechtvaardigen met eeuwenoude verhalen over gevaarlijke Germanen en Galliërs, een beeld dat evengoed sterk gekleurd was.”


De geschiedenis op afstand of juist nabij?
Over wat misbruik van het verleden precies is en hoe we dat kunnen vermijden, is geen consensus onder historici, volgens Buijtendorp. “Al lang is er een controverse over de vraag, of je gebruik mag maken van kennis over het verleden. De meeste historici kiezen voor distantie, omdat ze menen dat we te weinig van het verleden weten om er echt iets van te kunnen leren. Er zijn bovendien te veel voorbeelden van misbruik van het verleden. Het enige wenselijke maatschappelijke nut is de kennis van het verleden op zich. Er zijn ook historici die kiezen voor engagement omdat ze menen dat je wel degelijk nut van het verleden kunt hebben. Maar daarmee bestaat het gevaar dat je bewust of onbewust het verleden gaat interpreteren om argumenten te vinden voor een gewenste ontwikkeling.”

Historische alertheid als tussenweg

De auteur pleit daarom voor wat hij noemt historische alertheid. “Daarmee bedoel ik een tussenweg. Historische alertheid staat voor een benadering, die er allereerst alert op is, dat we slechts een zeer incompleet beeld van het verleden hebben en daarom geen directe parallellen met het heden kunnen trekken. Het is als de reiziger, die de alertheid heeft te beseffen dat je met een bezoek aan een land, het land slechts beperkt leert kennen en niet meer dan persoonlijke indrukken mee terug neemt. Vervolgens staat historische alertheid voor een houding, waarin beelden uit het verleden ons wel alert kunnen maken op mogelijke ontwikkelingen in het heden. Mét de alertheid dat die beelden uit het verleden vertekend zullen zijn en dus nooit als bewijs gebruikt mogen worden. Het is als de reiziger die alert is op bepaalde waarnemingen en op die basis verwonderd en kritisch naar zijn eigen samenleving kijkt, maar zonder argumenten aan die andere samenleving te ontlenen.”

“Het is opletten geblazen met parallellen trekken uit het verleden naar het heden en al helemaal de toekomst”


Lukrake vergelijkingen uit de geschiedenis
Alert reizen door het verleden blijft echter lastig voor ons. Ook tegenwoordig grijpen we regelmatig terug naar de oudheid om onze argumenten kracht bij te zetten. Iets waarmee we dus voorzichtig moeten zijn, vindt Buijtendorp. “Bij de klassieken blijvend: de ondergang van het Romeinse Rijk is een regelmatig terugkerend voorbeeld voor een bepaald ondergangsdenken en het zoeken naar potentiële schuldigen. Zo werd eind 2015 premier Rutte bekritiseerd, omdat hij in de Tweede Kamer en kort erop in de Financial Times, het angstbeeld opriep dat Europa net als het Romeinse Rijk zou bezwijken onder een horde immigranten. Hierop wezen verschillende historici, dat de ondergang van het Romeinse Rijk door een complexe combinatie van factoren ten onder is gegaan, waarvan de exacte aard onzeker is, maar immigratie als enige factor in ieder geval een volstrekt onjuist beeld geeft.”


Romeinse rijk is geen Europese Unie
Het is opletten geblazen met parallellen trekken uit het verleden naar het heden en al helemaal de toekomst. “Vanuit historische alertheid signaleren kan, maar als bewijs gebruiken niet. Je kunt bijvoorbeeld aan het bestaan van een Romeinse eenheidsmunt het idee ontlenen, dat een dergelijke munt voor Europa ook een goed idee kan zijn. Maar je kunt die Romeinse munt niet gebruiken als bewijs, dat het voor Europa ook daadwerkelijk een goed idee is. Daarvoor zijn de verschillen te groot en hebben we ook een te onvolledig beeld van het Romeinse systeem. Behalve een dergelijke historische alertheid op kansen, kan die er ook zijn op risico’s. Met hetzelfde voorbeeld kun je opmerken dat de Romeinse eenheidsmunt mede door politieke inmenging ten onder ging. Dat kan de historische alertheid opleveren je af te vragen of de euro aan te grote politieke bemoeienis ten onder kan gaan. Wat niet kan is het Romeinse voorbeeld gebruiken als bewijs dat het mis gaat, om dezelfde reden dat de verschillen te groot zijn en we de details van het Romeinse verval te slecht kennen, “ waarschuwt de archeoloog. “Ik werk nu aan een boek over de manier waarop de Romeinen de basis legden voor een gouden eeuw in de Lage Landen. Het is verleidelijk succesvolle elementen van hun aanpak naar het heden te vertalen, maar dat doe ik daarin bewust niet. Het kan een inspiratiebron zijn, maar geen bewijs leveren.”

Julius Caesar gebruikte eeuwenoude verhalen over gevaarlijke Germanen en Galliërs om angst aan te wakkeren en zijn Gallische Oorlog te rechtvaardigen. Zo’n zeven jaar na de oorlog werd Caesar in Rome door senatoren gedood. Afbeelding: een schilderij van Vincenzo Camuccini, gefotografeerd door Gordon Johnson from Pixabay.

Geschiedenismisbruik ligt op de loer
De gevolgen van geschiedenismisbruik zijn niet altijd schadelijk of rampzalig. Maar daarom niet minder ongewenst, meent Buijtendorp. “Voor een deel is het puur ergerlijk als er feitelijke onjuistheden worden gepresenteerd. Als iemand bijvoorbeeld zou beweren dat Caesar in Nederland is geboren. Maar het kan ook zeer schadelijk zijn, zoals het voorbeeld van het misbruik van de Germania van Tacitus illustreert. Het zijn dat soort voorbeelden die veel historici aanzetten tot absolute distantie. En daar is veel voor te zeggen. Maar tegelijk laten we zo een potentiële bron van alertheid onbenut.”

“Belangrijk is daarom wat ik een ‘scheiding der tijdperken’ noem. Je moet als het ware een Chinese muur tussen het heden en verleden zetten en niets uit dat verleden meenemen in je argumentatie van beslissingen in het heden. Daarom mijn oproep te kijken hoe historische alertheid invulling zou kunnen worden gegeven, met als onderdeel van die historische alertheid, het besef dat het flink mis kan gaan als daarbij die scheiding der tijdperken bewust of onbewust toch wordt losgelaten. Dat is gemakkelijk gezegd, maar in de praktijk een flinke uitdaging.”