Astronomen hebben heet waterdamp gevonden in een protoplanetaire schijf. In deze schijf wordt een zonnestelsel geboren: een ster met planeten. Water is een belangrijke voorwaarde voor leven en daarom is de vondst van water in een protoplanetaire stofschijf een hele belangrijke ontdekking.

Het is moeilijk om vanaf de aarde water te zoeken in protoplanetaire schijven, omdat de atmosfeer veel straling absorbeert. Slechts één van de 500 watermoleculen in de ruimte kan door de aardse atmosfeer dringen. Dit ‘zware’ water kan wel gezien worden door aardse observatoria.

De astronomen hebben zwaar water gevonden bij de jonge ster NGC 1333 IRAS4B. Deze ster is slechts 10.000 tot 50.000 jaar geleden gevormd. De waterdamp werd gevonden op een locatie in de schijf die overeenkomt met de positie van Neptunus in ons zonnestelsel.

“De IRAM-data laten zien dat het water zich bevindt in een hete laag net boven het midden van het schijfvlak, waar de beschikbare zuurstof in chemische reacties wordt omgezet in water”, legt de Leidse professor Ewine Van Dishoeck uit. “Bovendien valt het meeste water in bevroren toestand (vastgevroren aan kleine stofdeeltjes, red.) vanuit de inklappende koude wolk in de warmere schijf. Daar verdampen de ijsmantels.”

Het is nog niet precies bekend hoeveel water zich bij de jonge ster bevindt. Hier proberen wetenschappers de komende drie jaar achter te komen. Ze gebruiken daarvoor o.a. de Herschel-telescoop. Deze telescoop bevindt zich in de ruimte en is met zijn infrarode ogen goed in staat om door de protoplanetaire schijf te kijken.