noordelijke ijszee

De stromingen in de diepere delen van de Noordelijke IJszee zijn de laatste 35.000 jaar niet veranderd. Zelfs tijdens de laatste ijstijd bleven ze gewoon in stand. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

Tijdens de laatste ijstijd was het gebied rondom de Noordpool bedekt met een dikke laag ijs. Maar wat gebeurde er precies onder dat ijs? Bleven de diepe stromen die water naar het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan pompten en stromingen in de oceanen wereldwijd op gang hielden, bestaan? Lang dachten onderzoekers van niet. De stromingen zouden afgeremd of misschien zelfs helemaal gestopt zijn. Maar een nieuw onderzoek trekt die conclusie nu in twijfel.

Stromen
Wetenschappers van The Earth Institute van de Columbia University tonen aan dat het water onder het ijs de laatste 35.000 jaar gewoon stroomde. Het wijst erop dat de stroming zowel in perioden van extreme kou (de laatste ijstijd) als in perioden van opwarming gewoon gehandhaafd blijft. “De Noordelijke IJszee moet in het verleden met ongeveer dezelfde snelheid als vandaag de dag gestroomd hebben, ongeacht hoe anders de omstandigheden aan het oppervlak waren,” concludeert onderzoeker Jerry McManus.

WIST U DAT…

…de eerste planten op aarde mogelijk een ijstijd veroorzaakten?

Sedimenten
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van sedimenten. In deze sedimenten bevinden zich elementen die ons iets kunnen vertellen over de snelheid waarmee het water in de zee stroomde. Rivieren brengen geërodeerd uranium naar zee, waar het uiteenvalt in thorium en protactinium. Deze elementen hechten zich aan deeltjes die zich in het water bevinden en eindigen uiteindelijk in de modder op de bodem. De onderzoekers keken naar de verhouding thorium en protactinium in de sedimenten. Zo ontdekten ze dat zich in de sedimenten van de laatste 35.000 jaar relatief weinig protactinium bevond. Dat wijst erop dat dit element werd weggevoerd nog voor het zich op de bodem kon vestigen. “Het water kan niet stil hebben gestaan, want we zien de export van protactinium,” vertelt onderzoeker Sharon Hoffmann.

De ontdekking komt voor veel onderzoekers als een verrassing, denkt onderzoeker Robert Newton. In het bovenste deel van de Noordelijke IJszee vinden we Noord-Atlantische stromen. In het onderste deel zoute stromingen die ontstaan doordat aan het oppervlak zee-ijs ontstaat. “Het onderzoek laat zien dat beide systemen van het hoogtepunt van de laatste ijstijd tot nu aan toe actief moeten zijn geweest,” stelt Newton. “Zelfs tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd moet er elke zomer voldoende zeeijs zijn gesmolten zodat er elk jaar ook zee-ijs kon ontstaan. Dit zal als een verrassing komen voor veel onderzoekers die dachten dat de stromingen op grote diepte stil komen te liggen tijdens ijstijden.”