Het onderschrijft het idee dat Phoebe hier eigenlijk niet thuishoort.

Die conclusie trekken onderzoekers nadat ze het water in de ringen en op de manen van Saturnus bestudeerden. Ze richtten zich daarbij op de verhouding tussen isotopen (zie kader). Het onderzoek wijst uit dat het water in de ringen van Saturnus en op de meeste manen van Saturnus vergelijkbaar is met het water dat we hier op aarde kennen. Alleen Saturnus’ maan Phoebe vormt hierop een uitzondering. Het water op deze maan is namelijk heel bijzonder. Sterker nog: het zou het meest ongebruikelijke water zijn dat tot op heden op een object in ons zonnestelsel is aangetroffen.

Isotopen
Isotopen zijn atomen van hetzelfde chemische element die hetzelfde aantal protonen herbergen, maar waarbij het aantal neutronen in de atoomkern verschilt. In dit onderzoek richtte men zich op de verhouding tussen de twee isotopen deuterium (D) en waterstof (H). Bijna alle waterstofatomen hebben een kern die uit één proton bestaat. Maar een fractie van de waterstofatomen heeft een kern die daarnaast ook een neutron bevat. In het laatste geval spreken we niet van waterstof, maar deuterium.

Modellen
Modellen voorspellen dat de verhouding tussen deuterium en waterstof in de koudere, buitenste regionen van het zonnestelsel anders is dan het warmere hart van het zonnestelsel (waar onder meer de aarde is ontstaan). Sommige modellen stellen zelfs dat de D/H-verhouding zo’n tien keer hoger ligt op en rond Saturnus dan op aarde. Maar de nieuwe metingen schetsen – met uitzondering van Phoebe dan – een heel ander beeld. Het suggereert dat we onze modellen omtrent de totstandkoming van het zonnestelsel moeten herzien.

Oorsprong
Zoals gezegd is het op Phoebe allemaal een beetje anders dan op de andere manen van Saturnus. Op Phoebe is sprake van een zeer ongebruikelijke D/H-verhouding die erop wijst dat het hemellichaam in een veel verder weg gelegen deel van het zonnestelsel is ontstaan. “Nog nooit hebben we in het zonnestelsel zo’n hoge waarde gemeten voor de D/H-verhouding als op Phoebe,” aldus onderzoeker Roger Clark. “Het wijst op een oorsprong in het koude, buitenste deel van het zonnestelsel, ver voorbij Saturnus.”

De onderzoekers gingen nog een stap verder en vergeleken tevens de verhouding tussen koolstof-13 en koolstof-12 op Saturnus’ maan Phoebe met die van Saturnus’ maan Iapetus (die ongeveer dezelfde D/H-verhouding kent als onze aarde). Het onderzoek wijst uit dat ook de koolstof-13 en koolstof-12-verhouding op Iapetus vergelijkbaar is met die van de aarde, terwijl die van Phoebe weer heel anders is. Het onderschrijft het idee dat Phoebe op grote afstand van Saturnus is ontstaan. Onduidelijk is nog waar dat precies is gebeurd. Daarvoor zouden onderzoekers eigenlijk vergelijkbare metingen uit moeten voeren op Pluto of Kuipergordelobjecten voorbij Pluto.