Naar eigen zeggen heeft Noord-Korea een waterstofbom klaarliggen. Maar wat is het precies, wat gebeurt er als Kim Jong-Un ‘m op een stad gooit en hoe groot is de kans dat hij dat probeert?

Begin september was het kleine Noord-Korea opeens wereldnieuws. Het land claimde (zie kader) een waterstofbom te hebben getest en bovendien in staat te zijn om deze op een langeafstandsraket te bevestigen. De wereld reageerde geschokt. Maar erg verrassend was het welbeschouwd niet. “Ze zijn er al decennialang mee bezig,” vertelt stelt Sico van der Meer, werkzaam bij het Instituut Clingendael en expert op het gebied van massavernietigingswapens. En dat harde werken lijkt nu dus zijn vruchten te hebben afgeworpen en resulteert in een wapen dat Van der Meer “krankzinnig” noemt. “Als je zo’n bom op een stad gooit, komt er een enorme hoeveelheid energie vrij en ontstaat een vuurbal die de stad in feite laat smelten.”

Noord-Korea beweert een waterstofbom te hebben ontwikkeld. Maar helemaal zeker is dat niet. Afgaand op de beving die de nucleaire test veroorzaakte, zou het ook om een opgeschroefde atoombom kunnen gaan. “Noord-Korea is heel goed in propaganda en bluf,” stelt Van der Meer. Ondertussen lijkt de wereldgemeenschap de claim van Noord-Korea wel serieus te noemen en ervan uit te gaan dat het land over de bom beschikt.

De waterstofbom
De bouw van zo’n krankzinnig wapen is nog niet zo eenvoudig. Het vereist allereerst dat je in staat bent om een atoombom te bouwen. Die heb je nodig om de kernfusie in een waterstofbom op gang te brengen. Een waterstofbom haalt zijn explosieve kracht namelijk uit de kernfusie van waterstofatomen. Maar dergelijke atomen kunnen alleen fuseren onder extreme druk en bij een hoge temperatuur. En die ideale omstandigheden moeten dus eerst door een atoombom gecreëerd worden, zonder dat daarbij het te fuseren materiaal nog voor het tot fusie is over kunnen gaan, vernietigd wordt. Dat Noord-Korea dit kunstje nu – nogmaals: volgens eigen zeggen – onder de knie heeft, daar mag je best een beetje van onder de indruk zijn. “Het is knap dat ze het voor elkaar krijgen,” stelt Van der Meer. “Het is tenslotte een ontwikkelingsland en waarschijnlijk het armste land dat op dit moment over een kernwapen beschikt.”

Kracht en locatie
Maar wat kan dat arme land met deze bom aanrichten? Dat is afhankelijk van een aantal factoren. Allereerst: de kracht van de bom. Afgaand op de test die begin september plaatsvond, wordt geschat dat bij het tot ontploffing brengen van de bom zo’n 250 kiloton energie vrijkomt (ter vergelijking: toen de VS in 1945 een atoombom op Hiroshima gooide, kwam zo’n 15 kiloton aan energie vrij). Daarnaast is de impact van de waterstofbom ook afhankelijk van de plek waar deze tot ontploffing wordt gebracht. “Ze kunnen hem op een stad gooien en dan ontstaat een enorme vuurbal die de stad laat smelten,” vertelt Van der Meer. “Maar ze kunnen hem ook hoog in de atmosfeer af laten gaan, waardoor een EMP (elektromagnetische puls, red.) ontstaat.” In het laatstgenoemde scenario zouden bijvoorbeeld communicatie- en navigatiesatellieten uitgeschakeld of in ieder geval zwaarbeschadigd raken. Dat lijkt misschien niet zo heel ernstig, maar je moet onze afhankelijkheid van deze satellieten niet onderschatten: ze zorgen er niet alleen voor dat je kunt telefoneren, maar zijn ook de juist in crisissituaties zo broodnodige ogen en oren van onze legers.

Hier zie je de eerste waterstofbom – Ivy Mike – tot ontploffing komen. Wist je trouwens dat ook de zwaarste door mensen veroorzaakte explosie op naam van een waterstofbom staat? De Tsar Bomba werd in 1961 door de Russen tot ontploffing gebracht. “De bom was net zo krachtig als alle explosieven die tijdens de Tweede Wereldoorlog tot ontploffing waren gebracht…keer tien. Als je zo’n bom boven op Berlijn gooit, springen in Nederland alle ramen.” Afbeelding: National Nuclear Security Administration / Nevada Site Office (via Wikimedia Commons).

Slachtoffers
De grootste vrees blijft natuurlijk dat het wapen op een stad wordt gegooid. En dat is terecht. Want in dat scenario zijn er waarschijnlijk honderdduizenden slachtoffers te betreuren. De meesten zullen door toedoen van de vuurbal en schokgolf sterven (zie kader hieronder). Beschutting zoeken, is zinloos. “Tegen zo’n wapen kun je je niet echt beschermen,” stelt Van der Meer. “Ja, misschien in een heel diepe schuilkelder met een enorme voorraad voedsel en water, maar wie heeft die nu in zijn achtertuin liggen?”

Kernwapens worden altijd geassocieerd met radioactiviteit. En ook de ontploffing van een waterstofbom resulteert in het vrijkomen van radioactieve straling. Wel komt er veel minder radioactieve straling vrij dan in het geval van een atoombom. Vandaar dat de waterstofbom ook wel een ‘schoon’ kernwapen wordt genoemd. Het betekent heel concreet dat hulpdiensten sneller een door een waterstofbom getroffen gebied in kunnen gaan. “Hoewel het Rode Kruis nu al aangeeft: als er een kernwapen afgaat, moet je niet op ons rekenen.” Dat is ook niet zo heel gek. “Want je hebt hoe dan ook te maken met een apocalyptisch rampgebied.”

Mutual assured destruction
Dit wapen kan dus zeer vernietigend zijn. Maar is Noord-Korea ook daadwerkelijk van plan om de waterstofbom te gebruiken? Van der Meer denkt van niet. “De bom is meer bedoeld om af te schrikken dan in te zetten. Het is eigenlijk een soort verzekering die de Noord-Koreanen afsluiten om de VS buiten de deur te houden.” Van der Meer baseert die conclusie onder meer op de geschiedenis. De mensheid beschikt al tientallen jaren over kernwapens, maar ze zijn nog maar één keer ingezet. “In 1945, op Hiroshima en Nagasaki. Sindsdien niet meer.” En dat terwijl er ten tijde van de Koude Oorlog – een periode die gekenmerkt wordt door politieke spanningen – zo’n 64.000 kernwapens op aarde te vinden waren. Dat in die tijd geen enkele eigenaar van kernwapens op de rode knop heeft gedrukt, zou je een wonder kunnen noemen. Onderzoekers zien het echter anders. Ze schrijven het uitblijven van aanvallen toe aan een militaire strategie: mutual assured destruction. Deze strategie stelt dat landen met kernwapens deze niet tegen elkaar zullen inzetten, omdat het niet alleen resulteert in de vernietiging van het aangevallen land, maar ook in de vernietiging van de aanvaller (aangezien het aangevallen land ongetwijfeld met kernwapens terugslaat). Diezelfde militaire strategie speelt waarschijnlijk dus ook nu een rol. “Als puntje bij paaltje komt, heeft zowel Noord-Korea als de VS geen baat bij oorlog en dat weten ze van elkaar.” Dat gezegd hebbende, merkt Van der Meer wel op dat de provocaties van Noord-Korea elke keer een stapje verder lijken te gaan. “Maar komt daar uiteindelijk oorlog van? Ik denk het niet.” Overigens houdt Van der Meer wel een stevige slag om de arm. “Verrassingen kunnen altijd. Kim Jong-Un kan in een vlaag van emoties op de knop drukken of er kan een systeemfout optreden. Je kunt dat soort dingen nooit helemaal uitsluiten.”

Dit kaartje laat zien welke landen over kernwapens beschikken. “Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog waren er wereldwijd zo’n 64.000 kernwapens te vinden. Op dit moment nog zo’n 15.000.” Afbeelding: Union of Concerned Scientists.

Kernwapenvrij
Niemand zit dus op een kernoorlog te wachten. Maar het afschrikkingseffect dat kernwapens met zich meebrengen: dat bevalt overheden dan weer wel. Zeker de laatste jaren. “Kernwapens zijn een tijdje ‘uit’ geweest, maar sinds een jaar of vijf zijn ze weer in de mode. In verschillende landen zonder kernwapens is er discussie over de ontwikkeling ervan en landen die ze hebben, investeren er weer meer geld in. Ze zijn terug van weggeweest.” Toch kan het zomaar zijn dat kernwapens hun beste tijd gehad hebben. Want een kernwapenvrije wereld komt er ooit zeker, aldus van der Meer. “Ik denk dat het net zo zal gaan als met de chemische wapens. Decennialang werd er gedacht dat we niet zonder konden, maar op een gegeven moment zeiden ook de meeste militairen dat we ze wel konden missen. De ontwapening is toen heel snel gegaan. Ook de opinie over het nut van kernwapens kan zomaar omslaan.” Bijvoorbeeld als ze als verouderd worden gezien, omdat er betere, minder schadelijke – “dus zonder nucleaire lading” – wapens komen die hetzelfde afschrikkende effect hebben. Of omdat er zulke goede raketverdediging komt dat kernwapens altijd uit de lucht kunnen worden gehaald voor ze hun doel bereiken. “Dan worden ze ook nutteloos.”

Zover is het echter nog niet. En dus blijft een kernoorlog altijd een optie. “Maar als je experts vraagt waar de kans op een kernoorlog het grootst is, noemen ze niet de naam van Noord-Korea,” merkt Van der Meer op. “India en Pakistan worden als grotere risico’s gezien: beide landen zijn tot de tanden toe gewapende kernmachten en absolute aartsvijanden.”