Voor het eerst hebben wetenschappers alle genen van een watervlo in kaart gebracht. Wat blijkt: de watervlo heeft 31.000 genen. Dat zijn er ruwweg 8.000 meer dan de mens. Het goede aanpassingsvermogen van de watervlo aan de leefomgeving lijkt een gevolg te zijn van het grote aantal dubbele genen in het genoom, blijkt uit het onderzoek. De onderzoeksresultaten worden morgen gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Zijn er organismen die meer genen bevatten dan de watervlo? Ja, zo heeft een gemiddelde plant zo’n 50.000 genen, oftewel twee keer zoveel als zoogdieren als de rat, de muis en de mens. Lagere diersoorten, zoals wormen en insecten, hebben tussen de 10.000 en 20.000 genen.

De meerderheid van de dubbele genen is gevoelig voor leefomstandigheden, waardoor de onderzoekers denken dat deze genen de vlo flexibel maken voor schommelingen in bijvoorbeeld temperatuur of zuurgraad van het water. Handig, want zo legt de watervlo niet direct het loodje als de temperatuur in de sloot tien graden daalt.

Naast dubbele genen bevat de watervlo ook genen die de mens niet heeft. Onderzoekers gaan nog uitzoeken of de duizenden nieuwe genen een belangrijke rol spelen bij de wisselwerking tussen genen en leefomgeving.