Er zijn met name grote zorgen over de Afrikaanse apen, de noordkapers, ‘s werelds duurste schimmelsoort en – wat dichter bij huis – de korenwolf.

Dat blijkt uit de nieuwe Rode Lijst die de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) gisteren heeft vrijgegeven. De organisatie stelde voor 120.373 soorten vast hoe zij ervoor stonden. En grofweg een kwart van de soorten blijkt met uitsterven bedreigd te worden.

Korenwolf
Grote zorgen zijn er onder meer over de ook in Nederland voorkomende korenwolf. Het knaagdiertje blijkt zich steeds minder voort te planten. Waar vrouwtjes in de vorige eeuw nog gemiddeld 20 jongen per jaar op de wereld zetten, zijn dat er vandaag de dag nog maar vijf of zes. En met zo’n beperkte nieuwe aanwas kan de soort geen stand houden; als het zo doorgaat, sterft de korenwolf – die vanaf gisteren te boek staat als ‘ernstig bedreigd’ – binnen dertig jaar uit. Onduidelijk is overigens nog waarom het aantal jongen dat korenwolven op de wereld zetten, afneemt. Mogelijke oorzaken die nog worden onderzocht, zijn onder meer de lichtvervuiling, industriële ontwikkelingen en opwarming van de aarde.


Lemuren
Maar ook wat verder van huis is er reden tot zorg. Zo gaat het de verkeerde kant op met de lemuren. Van de 107 soorten die we kennen, worden er maar liefst 103 bedreigd. Van deze 103 soorten staan er 33 te boek als ‘ernstig bedreigd’. Het gaat dan onder meer om de kleinste primaat ter wereld: Microbes berthae. Het aapje – dat gemiddeld van kop tot stuit nog geen tien centimeter meet en slechts 30 gram weegt – stond tot gisteren te boek als ‘bedreigd’, maar is één van de 13 lemuren die hun status zagen verslechteren. Dat het zo slecht gaat met de lemuren is voornamelijk te herleiden naar de jacht en ontbossing op Madagaskar: het eiland waar lemuren van nature uitsluitend voorkomen.

Apen
Maar ook op het Afrikaanse continent hebben apen het lastig, zo blijkt. 54 van de 103 soorten worden er met uitsterven bedreigd. De (illegale) jacht op apen – voor hun vlees – en ook vernietiging van hun leefgebied zijn de belangrijkste redenen voor de problemen die de apen hier ondervinden. Een soort die daar behoorlijk onder lijdt, is bijvoorbeeld de West-Afrikaanse franjeaap, die tot voor kort te boek stond als ‘kwetsbaar’, maar nu de status ‘bedreigd’ heeft gekregen. En ook de rode franjeapen hebben het lastig. Alle (zeventien) soorten die tot dit geslacht gerekend worden, staan op dit moment te boek als bedreigd.

En ook in het water ziet de toekomst van sommige soorten er weinig rooskleurig uit. Dat geldt bijvoorbeeld voor de noordkaper. Aangenomen wordt dat er nog minder dan 250 noordkapers in leven zijn. Reden genoeg voor de IUCN om de soort – die eerder al de ‘bedreigd’ kreeg, nu de status ‘ernstig bedreigd’ te geven. Dat het aantal noordkapers snel afneemt, heeft alles te maken met het feit dat de walvissoort zich minder voortplant dan vroeger en regelmatig in vissersnetten verstrikt raakt. De opwarming van de aarde lijkt de problemen alleen maar te vergroten. Hogere watertemperaturen dwingen de noordkapers ‘s zomers naar het noorden, waardoor ze in de drukbevaren Saint Lawrencebaai terecht komen en een aanzienlijk grotere kans hebben om in botsing te komen met schepen of verstrikt te raken in vissersgerei.


Rupsschimmel
Nieuw op de lijst is de duurste schimmel ter wereld: de rupsschimmel. Deze draagt sinds gisteren de status ‘kwetsbaar’. De schimmel wordt in de Chinese geneeskunde al meer dan 2000 jaar gebruikt om verschillende ziekten te behandelen. Dat de schimmel nu in de problemen zit, heeft te maken met de vraag ernaar. Die is sinds de jaren negentig sterk toegenomen. En omdat er goed aan verdiend kan worden, wordt de schimmel – die voorkomt op het Tibetaanse Plateau – dan ook steeds vaker geoogst. Volgens de IUCN is de populatie daardoor in de afgelopen 15 jaar met zeker 30% gekrompen.

Het is zomaar een greep uit de meer dan 32.000 soorten die in de problemen zitten. De Rode Lijst – die regelmatig van een update wordt voorzien en met nieuwe soorten wordt uitgebreid – is niet alleen bedacht om deze soorten en hun problemen te beschrijven en ordenen. Het ultieme doel is om verandering te bewerkstelligen. Door inzicht te geven in hoe soorten ervoor staan, kunnen vervolgens plannen worden ontwikkeld om de toestand van soorten te verbeteren. Een mooi voorbeeld daarvan is het IUCN Save Our Species Lemur Initiative. Binnen dit project wordt – door het planten van miljoenen bomen – het leefgebied van lemuren op Madagaskar hersteld. Ook wordt er op het eiland – in nauwe samenwerking met de lokale gemeenschappen – gewerkt aan ecotoerisme en de ontwikkeling van beschermde gebieden. “Hoewel de situatie van de meeste lemuren nog altijd heel ernstig is, moet gezegd worden dat zonder deze investeringen sommige soorten – zoals de ernstig bedreigde noordelijke wezelmaki – reeds zouden zijn uitgestorven,” aldus Russ Mittermeier, verbonden aan IUCN. Het laat zien dat het tij in heel veel gevallen nog gekeerd kan worden. Maar haast is in veel gevallen geboden.