De komende jaren wacht een ‘mariene bouwexplosie’.

En daardoor zal er in 2028 bijna 40.000 vierkante kilometer oceaan bebouwd zijn. Dat schrijven onderzoekers in het blad Nature Sustainability.

Omvang
Dat mensen door de bouw van allerhande structuren in toenemende mate hun stempel drukken op de grote wateren op aarde, is geen geheim. Naast bruggen, golfbrekers, tunnels, havens en olieplatformen zien we dat zich met name de laatste decennia ook steeds meer duurzame projecten op zee ontvouwen. Denk aan drijvende zonneparken, maar ook grote verzamelingen windmolens voor de kust. Daarnaast is ook de aquacultuur – waarbij bijvoorbeeld vissen, schaaldieren en waterplanten geteeld worden – in opkomst.


Onduidelijk was echter welk deel van de oceanen wereldwijd we tot op heden met deze en allerlei andere bouwprojecten hebben volgebouwd. Het nieuwe onderzoek brengt daar meer duidelijkheid in en onthult dat nu ongeveer 0,008 procent van de oceaan door menselijke bebouwing is aangepast.

Grotere invloed
Dat lijkt misschien niet veel, maar het gaat heel concreet dus om zo’n 32.000 vierkante kilometer. Oftewel een oppervlak dat ietsje groter is dan België. Als we echter ook kijken naar hoe de bebouwing de directe omgeving verandert – bijvoorbeeld door veranderingen in waterstromingen en de mate van vervuiling, dan kun je concluderen dat maar liefst 0,5 procent van de oceaan door bebouwing is aangetast. Het gaat dan heel concreet om maar liefst 2 miljoen vierkante kilometer. Oftewel een gebied dat qua oppervlak grofweg vergelijkbaar is met Groenland.

Steeds sneller
Dat mensen uitwijken naar zee is niets nieuws, zo stelt onderzoeker Ana Bugnot. “Dat gebeurde al voor 2000 voor Christus. Toen werden omwille van de scheepvaart havens gebouwd en ter bescherming van laagliggende kustgebieden golfbreker-achtige structuren aangelegd.” Maar de laatste decennia is de invloed die mensen zo op de oceaan uitoefenen flink toegenomen. “Sinds halverwege de twintigste eeuw gaan de ontwikkelingen sneller. En dat heeft zowel positieve als negatieve gevolgen.” Als voorbeeld haalt Bugnot de kunstmatige riffen aan die de laatste jaren op verschillende plaatsen op aarde zijn gecreëerd. Ze zijn bedoeld om het toerisme een impuls te geven en mensen ervan te weerhouden in deze gebieden te gaan vissen. “Maar deze infrastructuur kan ook van invloed zijn op gevoelige natuurlijke leefgebieden en de waterkwaliteit doen verslechteren (…) Mariene ontwikkeling vindt meestal plaats in kustgebieden,” zo herinnert Bugnot ons. “Dit zijn de gebieden met de grootste biodiversiteit.” En dus de gebieden die we moeten koesteren in plaats van verstoren.


Toekomst
Die boodschap lijkt echter niet echt te landen, want er liggen nog heel veel bouwplannen klaar die zich in de nabije toekomst op zee moeten gaan ontvouwen. “De cijfers zijn zorgwekkend,” vindt Bugnot. “Zo neemt de infrastructuur voor energie en aquacultuur – inclusief de benodigde kabels en tunnels – naar verwachting tegen 2028 met 50 tot 70 procent toe.” En dat is waarschijnlijk nog een heel conservatieve schatting. “Er is een gebrek aan informatie als het gaat om ontwikkelingen op de oceaan, doordat deze in veel delen van de wereld slecht gereguleerd worden.”

De onderzoekers hopen dat hun studie – waarin voor het eerst een vrij gedetailleerde inschatting wordt gemaakt van de bebouwing op zee – leidt tot nationale en internationale richtlijnen voor het behouden of bereiken van een goede milieutoestand in mariene gebieden. Ook pleiten ze voor het nog gedetailleerder in kaart brengen van de impact die we met onze mariene projecten op het water en alles wat daarin leeft of van afhankelijk is, hebben.