Want niet alleen de bevolking groeit: individuele mensen groeien naar verwachting ook (zowel in de lengte als de breedte).

Daarvoor waarschuwen Noorse onderzoekers in het blad Sustainability. “Het zal in 2050 veel moeilijker zijn om 9 miljard mensen te voeden dan dat vandaag de dag is,” aldus onderzoeker Gibran Vita.

Groeiende bevolking
Dat er in de toekomst meer voedsel nodig is, is geen geheim. De wereldbevolking groeit namelijk hard. Op dit moment lopen er zo’n 7,6 miljard mensen op de wereldbol rond, maar tegen 2050 zijn dat er naar schatting 9 miljard. In een poging ons daarop voor te bereiden, hebben onderzoekers eerder al uitgerekend hoeveel voedsel er nodig is om die 9 miljard mensen te voeden. En meestal gaan ze er daarbij vanuit dat een volwassene in 2050 net zoveel voedsel nodig heeft als nu. En daar gaat het fout, aldus Vita en collega’s.

Groter, zwaarder en ouder
De onderzoekers baseren zich op het recente verleden waarin we duidelijk gezien hebben dat de energiebehoefte van individuele mensen niet constant is. “Wij bestudeerden het effect van twee fenomenen,” vertelt Vita. “Het eerste is dat mensen gemiddeld langer en zwaarder worden. Het tweede is dat de gemiddelde populatie ouder wordt.” Langere en zwaardere mensen hebben meer voedsel nodig, terwijl oudere mensen doorgaans minder voedsel vereisen. En die twee ontwikkelingen moeten we mee laten wegen als we uitrekenen hoeveel voedsel er in 2050 nodig is.

Trends
Het zijn geen wilde speculaties, maar trends die we in de afgelopen decennia hebben gedetecteerd en die naar verwachting door zullen zetten. “Een gemiddelde volwassene consumeerde in 1975 2465 kilocalorieën per dag. In 2014 consumeerde de gemiddelde volwassene 2615 kilocalorieën.” Wereldwijd nam de voedselconsumptie in die periode met zo’n 129 procent toe. Dat is voor het grootste deel te wijten aan bevolkingsgroei, maar volgens de onderzoekers is een toename in gewicht en lengte verantwoordelijk voor zo’n 15% van de toegenomen voedselconsumptie in de genoemde periode. De vergrijzing gaat die vergrote vraag naar voedsel zoals gezegd tegen, maar het effect daarvan is aanzienlijk kleiner dan het effect van het zowel in de lengte als breedte groeiende individu: naar schatting resulteert de vergrijzing in slechts 2 procent minder voedselconsumptie. Als we dat aftrekken van de toename in voedselconsumptie die het resultaat is van langere en zwaardere mensen, blijkt 13% van de toename in voedselconsumptie niet te herleiden te zijn naar bevolkingsgroei en dus niet te zijn meegenomen in eerdere berekeningen. En dat is nogal wat. “Die 13 procent komt overeen met de behoeften van 286 miljoen mensen,” aldus onderzoeker Felipe Vásquez. Heel concreet hebben we het dan over de voedselconsumptie van Indonesië en Scandinavië. Tegen 2050 hebben we dus veel meer voedsel nodig dan gedacht. We moeten namelijk niet 9 miljard hedendaagse monden voeden, maar – welbeschouwd – in de voedselbehoefte van bijna 9,3 miljard mensen zien te voorzien.

Mensen worden groter en zwaarder en hebben dus – nog even afgezien van de bevolkingsgroei – gaandeweg steeds meer voedsel nodig. Afbeelding: NTNU.

Verschillen per land
Dat zijn wereldwijde cijfers. Zoomen we in op individuele landen dan zien we echter dat de verschillen groot zijn. In het ene land neemt het gewicht van mensen bijvoorbeeld sneller toe dan in het andere. En daarmee verschilt ook de toename in energiebehoefte sterk. Neem bijvoorbeeld Saint Lucia, een onafhankelijke eilandnatie in het Caribisch gebied. Hier is het gemiddelde gewicht de afgelopen decennia enorm gestegen: van 62 kilo in 1975 naar 82 kilo in 2015. En kijk je naar een continent als Afrika, dan zie je daar zowel de grootste als kleinste veranderingen in individuele energiebehoefte. Het getuigt van grote ongelijkheid tussen de landen die op dit continent te vinden zijn.

Het onderzoek rekent duidelijk af met de ideeën dat de energiebehoefte van mensen door de tijd heen min of meer stabiel is en dat het voor die energiebehoefte ook niet uitmaakt in welk land mensen wonen. “Dergelijke aannames kunnen leiden tot fouten als we uitrekenen hoeveel voedsel we werkelijk nodig hebben om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen,” stelt Vásquez. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om voor dergelijke berekeningen niet alleen te kijken naar hoeveel mensen er in een gegeven gebied wonen en hoe dat aantal door de tijd heen verandert, maar ook aandacht te besteden aan sociale en fysiologische factoren die van invloed zijn op de energieconsumptie.