Mensen kunnen tonen boven de vijf kilohertz niet herkennen. Tenminste: dat werd aangenomen. Het tegendeel blijkt waar.

Een melodie bestaat uit tonen die weer onder te verdelen zijn in twee delen: de toon die we horen en enkele boventonen die op een hogere frequentie gespeeld worden. Deze boventonen voorzien de melodie van klankkleur en stellen ons bijvoorbeeld in staat om een oboe en een trompet op basis van het geluid uit elkaar te houden.

Snelle golven
Uit eerdere onderzoeken was gebleken dat mensen een melodie met tonen boven de vijf kilohertz niet konden herkennen. Ons gehoor kon blijkbaar niet met deze geluidsgolven omgaan.

WIST U DAT…

Experiment
Onderzoeker Andrew Oxenham wil zich daar echter niet bij neerleggen en zette een experiment op. Hij liet zes studenten naar twee melodietjes luisteren. De studenten moesten aangeven of de melodietjes hetzelfde waren. Uit het experiment blijkt dat de studenten melodieën boven de vijf kilohertz niet konden herkennen.

Bewerking
Vervolgens bewerkten de onderzoekers een melodie onder de vijf kilohertz: ze haalden de hoorbare tonen weg en lieten alleen de boventonen, die boven de zes kilohertz waren, over. Nu konden de proefpersonen verrassend genoeg wel een onderscheid maken tussen de melodieën.

Hoe kan dat? Er zijn meerdere mogelijkheden. Als mensen toonhoogte leren door naar melodieën te luisteren, kunnen ze mogelijk zelfs een melodie herkennen als de tonen ontbreken en enkel de boventonen overblijven. Daar komt nog eens bij dat melodieën zelden of nooit gecomponeerd worden met tonen boven de vijf kilohertz. Mogelijk kan het brein deze melodieën daarom niet herkennen.