Aliens op Proxima Centauri b of op één van de TRAPPIST 1-planeten zouden het signaal op kunnen vangen.

Dat blijkt uit berekeningen van onderzoeker James Clark, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology. Met behulp van een combinatie van technologieën moet het volgens hem mogelijk zijn om een laserbundel de ruimte in te jagen die duidelijk te onderscheiden is van de energie die de zon afgeeft. “Het zou een uitdagend project zijn, maar het is niet onmogelijk,” aldus Clark. “Het soort lasers en telescopen dat vandaag de dag geproduceerd wordt, kan een waarneembaar signaal produceren, zodat een astronoom die naar onze ster kijkt onmiddellijk iets ongebruikelijks in het spectrum zou zien. Ik weet niet of deze direct zou denken aan intelligente wezens rond de zon, maar het zou zeker uitnodigen tot nader onderzoek.”

De aanpak
Clark stelt voor om een grote infraroodlaser te combineren met een telescoop. De telescoop kan de laserbundel focussen en zo een hogere intensiteit meegeven. Clark begon zijn onderzoek met het combineren van willekeurige lasers en telescopen, met het doel een infrarood signaal te creëren dat ook in aanwezigheid van de infraroodstraling die onze zon afgeeft, nog zichtbaar is. Uiteindelijk berekende hij dat een 2 megawatt-laser in combinatie met een 30 meter brede telescoopspiegel in staat moest zijn om een lasersignaal te creëren dat gemakkelijk te detecteren is vanaf Proxima Centauri b: de dichtstbijzijnde exoplaneet (op zo’n 4 lichtjaar afstand). En een 1 megawatt-laser zou in combinatie met een 45 meter brede telescoop een signaal kunnen vormen dat zelfs op de TRAPPIST 1-planeten (op zo’n 40 lichtjaar afstand) gedetecteerd kan worden.

Telescoop in aanbouw
1 en 2 megawatt-lasers zijn er al. Telescopen met een 30 meter brede spiegel helaas nog niet. Maar daar komt spoedig verandering in; op dit moment wordt in Chili bijvoorbeeld aan de 39 meter brede Extremely Large Telescope (ELT) gewerkt. Deze moet in 2024 operationeel zijn. Net als de ELT zou ook het lasersysteem op een berg gebouwd kunnen worden, zodat de laserbundel maar door een klein stukje atmosfeer hoeft te reizen om in de ruimte te belanden.

Veiligheid
Hoewel de krachtige laserbundel niet zichtbaar is, kan deze nog wel ons zicht aantasten als we er per ongeluk recht in zouden kijken. Ook vormt de krachtige laser een bedreiging voor camera’s aan boord van ruimtesondes die – per ongeluk – door de laserstraal heen bewegen. Dat is dus nog wel even een dingetje. “Het zou veiliger zijn om dit ding op de achterzijde van de maan te bouwen,” erkent Clark.

In theorie kunnen we op korte termijn dus met behulp van lasers aan eventuele beschavingen op grote afstand van de aarde laten weten dat we er zijn. Het roept een interessante vraag op: zouden andere beschavingen ook op dat idee kunnen komen? En zouden wij dan in staat zijn om hun lasersignaal op te merken? Jazeker, zo blijkt uit Clarks onderzoek. En daar hebben we niet eens een supergrote telescoop voor nodig. Wel zullen we die telescoop exact in de richting van het signaal moeten draaien. “Met de huidige methoden van onderzoek en instrumenten is het niet heel aannemelijk dat we het geluk zouden hebben om een lasersignaal te spotten, er even van uitgaande dat buitenaards leven bestaat en deze signalen maakt. Maar als we de infraroodspectra van exoplaneten gaan bestuderen op jacht naar gassen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van leven en full-sky surveys een grotere dekking krijgen en sneller plaatsvinden, neemt de kans dat we ET, als deze ons contacteert, opmerken, wel toe.”