Maar dat is niet erg: we hebben het waarschijnlijk ook niet echt meer nodig.

Als iemand je een kleurenwaaier geeft en je vraagt om elke kleur te benoemen, doe je dat met gemak. Maar wat als die persoon je vijftien verschillende geuren serveert? Kun je die dan ook benoemen? Je zult waarschijnlijk merken dat het dan een ander verhaal wordt. Maar niet voor de Jahai: een groep jagers en verzamelaars op het Aziatische schiereiland Malakka. Zij benoemen geuren met hetzelfde gemak als kleuren. En nieuw onderzoek toont nu aan dat dat alles te maken heeft met hun levensstijl.

Stil zintuig
“Er werd lange tijd aangenomen dat geur een stilzwijgend zintuig is, een zintuig dat niet in woorden te vatten is,” stelt onderzoeker Asifa Majid, verbonden aan de Radboud Universiteit. En onderzoek onder Engels sprekende proefpersonen onderschrijft die aanname. “Maar de Jahai op het schiereiland Malakka zijn veel beter in het benoemen van geuren dan Engels sprekende mensen.” En dan rijst natuurlijk de vraag hoe dat komt.

Semelai en Semaq Beri
Om dat uit te zoeken, bestudeerden wetenschappers twee andere groepen op het schiereiland Malakka: de Semelai en Semaq Beri. De Semaq Beri zijn – net als de Jahai – jagers en verzamelaars. De Semelai zijn dat niet: ze verbouwen rijst en verzamelen producten in het bos die ze vervolgens weer verhandelen. De twee groepen leven niet alleen in dezelfde omgeving (een tropisch regenwoud op het schiereiland), maar spreken ook talen die nauw aan elkaar verwant zijn. De hamvraag is natuurlijk: hoe goed zijn zij in het benoemen van geuren? “Als het gemak van het benoemen van geuren verband houdt met culturele praktijken, dan zouden we verwachten dat de Semaq Beri zich gedragen zoals de Jahai en geuren net zo gemakkelijk benoemen als kleuren, terwijl de Semelai dat niet doen.” En zo bleek het ook te zijn. De jagende en verzamelende Semaq Beri benoemden de geuren net zo gemakkelijk als kleuren, terwijl de Semelai het – net als Engels sprekende proefpersonen – lastig vonden om geuren te benoemen.

“Het reukvermogen van jagers en verzamelaars is superieur, terwijl het reukvermogen van mensen zonder nomadische levensstijl minder goed is,” concludeert Majid. De resultaten suggereren dat mensen die niet langer jagen en verzamelen ook niet langer baat hebben bij een superieur reukzintuig en dat langzaam maar zeker kwijtraken. Dat zou dus voornamelijk het resultaat zijn van ‘culturele adaptatie’ zoals de onderzoekers dat noemen. Het staat haaks op eerdere aannames die suggereerden dat verschillen in geurgevoeligheid enkel worden veroorzaakt door verschillen in neuroarchitectuur.