Mensen deden dat rond het jaar 1300 ook al, zo blijkt uit een nieuw – en toch wel verrassend – onderzoek.

Men veronderstelde dat als je een paar honderd jaar terug in de tijd zou kijken, je een pre-industriële, ongerepte wereld zou aantreffen. Maar een nieuwe studie maakt met die aanname korte metten. “Het is nu duidelijk dat mensen het gebied boven de Zuidelijke Oceaan en Antarctica al zeker 700 jaar beïnvloeden,” aldus onderzoeker Joe McConnell.

Roet
Enkele jaren geleden, tijdens de analyse van ijskernmonsters genomen op James Ross Island op Antarctica, merkten wetenschappers iets ongewoons op. Ze vonden een onverwachte toename van zwarte koolstof (roet), beginnend rond het jaar 1300. Roet is een lichtabsorberend deeltje dat ontstaat door de verbranding van biomassa (bijvoorbeeld bosbranden) en tevens vrijkomt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Hoe al die roet in honderden jaren oud Antarctisch ijs vast is komen te zitten, was echter een groot mysterie. En dus besloten onderzoekers in een nieuwe studie op zoek te gaan naar een sluitende verklaring.

Zoektocht
Om de oorsprong van de onverwachte toename van roet zo vroeg in de geschiedenis te ontraadselen, analyseerde het onderzoeksteam zes ijskernen afkomstig van James Ross Island. Analyse van de ijskernen liet wederom een opmerkelijke toename van roet zien vanaf het jaar 1300. De niveaus verdrievoudigden vervolgens in de 700 daaropvolgende jaren en piekten in de 16e en 17e eeuw. De niveaus bleven op het vasteland van Antarctica in dezelfde periode echter relatief stabiel. Hierdoor konden de onderzoekers een interessante conclusie trekken. “Uit onze modellen blijkt dat Patagonië, Tasmanië en Nieuw-Zeeland de waarschijnlijke bronnen waren van de opvallende verhoogde uitstoot van roet,” aldus onderzoeker Andreas Stohl.

Nieuw-Zeeland
De onderzoekers namen de drie regio’s verder onder de loep en waren in staat twee als mogelijke bron van het roet weg te strepen. Hierdoor bleef er maar één mogelijkheid over: Nieuw-Zeeland. Uiteindelijk slaagden de onderzoekers erin de raadselachtige toename van roet te verklaren. Rond 1300 kwam in Nieuw-Zeeland namelijk de Māori-bevolking aan land, wat gepaard ging met de verbranding van beboste gebieden. En dit gebeurde blijkbaar op zo’n grote schaal, dat het de atmosfeer boven een groot deel van het zuidelijk halfrond sterk beïnvloedde.

Afzettingen van roet gedurende de afgelopen 200 jaar, gemeten met behulp van ijskernen genomen op het vasteland van Antarctica en James Ross Island op het noordelijke puntje van het Antarctisch Schiereiland. Te zien is hoe de niveaus toenemen vanaf het einde van de 13e eeuw, wat verband houdt met de aankomst van de Māori in Nieuw-Zeeland, zo’n 7000 kilometer verderop. Afbeelding: DRI

Het is een verrassende conclusie, gezien het relatief kleine landoppervlak van Nieuw-Zeeland en de afstand (zo’n 7200 kilometer) die de rook moet hebben afgelegd om James Ross Island te bereiken. “Vergeleken met de bosbranden in de Amazone, Zuid-Afrika en Australië zou je niet verwachten dat de branden van de Māori in Nieuw-Zeeland een grote impact hadden,” zegt onderzoeker Nathan Chellman. “Maar dat deed het in de Zuidelijke Oceaan en op het Antarctisch Schiereiland wel.”

Aardatmosfeer
Het betekent dat wij blijkbaar niet de eersten zijn die de aardatmosfeer ingrijpend veranderen. Dat gebeurde zo’n 700 jaar geleden ook al. “De ontdekking dat mensen op dat moment in de geschiedenis al zo’n significante verandering van de hoeveelheid atmosferische roet veroorzaakten, is dan ook behoorlijk verrassend,” zegt McConnell. Hoewel vaak wordt aangenomen dat menselijke invloeden tijdens pre-industriële tijden verwaarloosbaar waren, levert deze nieuwe studie nieuw bewijs dat de emissies van menselijke gerelateerde verbranding de atmosfeer van de aarde en mogelijk het klimaat al veel eerder op grote schaal hebben beïnvloed dan gedacht.

Belangrijk
Deze onderzoeksresultaten zijn om een aantal redenen belangrijk. Ten eerste hebben de bevindingen belangrijke implicaties voor ons begrip van de atmosfeer en het klimaat op aarde. Moderne klimaatmodellen maken gebruik van informatie over het historische klimaat om nauwkeurige projecties van de toekomst te vervaardigen. En de emissies en de concentraties van zwarte koolstof zijn daarbij essentieel. Ten tweede gaat de verbranding van biomassa gepaard met de groei van fytoplankton in een groot deel van de oceaan. En dus betekenen de bevindingen dat de branden gesticht door de Māori waarschijnlijk hebben geleid tot een eeuwenlange verhoogde groei en bloei van fytoplankton in grote delen op het zuidelijk halfrond. Ten derde verfijnen de resultaten het moment waarop de Māori in Nieuw-Zeeland arriveerden; één van de laatste plekken op aarde die door mensen is gekoloniseerd. Men veronderstelde dat de Māori ergens in de 13e of 14e eeuw voet aan wal zetten. Maar dankzij de ijskernen weten de onderzoekers nu dat grootschalige verbranding van biomassa in Nieuw-Zeeland rond 1297 begon, met een onzekerheid van 30 jaar.

Al met al levert de studie interessante resultaten op. “IJskernen blijken wederom heel waardevol te zijn in ons begrip over menselijke invloeden op het milieu in het verleden,” concludeert McConnell. En dat leidt tot een heel nieuw inzicht: “zelfs de meest afgelegen delen van de aarde waren niet per se ongerept in pre-industriële tijden,” onderstreept hij.