Met grote verslagenheid is er in tal van kringen gereageerd op het overlijden van Neil Armstrong. In hem verliest de wereld een held en een pionier. Het verhaal van de man die voor altijd in de geschiedenisboeken zal worden opgenomen.

Op 5 augustus 1930 komt in Wapakoneta een jongetje ter wereld: Neil Alden Armstrong. Het jongetje blijkt bijzonder intelligent te zijn en bovendien enorm aangetrokken te worden door de lucht. Op zijn zevende maakt hij zijn eerste vlucht, samen met zijn vader. Acht jaar later haalt hij – nog voor zijn rijbewijs – zijn eerste vliegbrevet. Het lijkt wel alsof hij geboren is om te vliegen en natuurlijk wordt Armstrong dan ook piloot. Als gevechtspiloot is hij actief tijdens de Koreaanse oorlog. Voor NASA gaat hij daarna aan de slag als testpiloot. Hij vliegt onder meer in het bekende X-15-vliegtuig dat het ene na het andere record brak en zou leiden tot de betere ruimtevaartuigen. In 1962 krijgt Armstrong te horen dat hij als astronaut aan de slag mag. Vier jaar later schrijft hij wereldgeschiedenis wanneer hij tijdens de Gemini 8-missie voor het eerst succesvol twee ruimtevaartuigen in de ruimte aan elkaar koppelt.

Lunar Landing Research Vehicle
Maar er is nog veel meer voor Armstrong weggelegd. In 1969 krijgt hij de kans om als eerste mens voet op de maan te zetten. Een prachtige, maar ook zeker niet ongevaarlijke missie. Toch zou Armstrong niet getwijfeld hebben. “Toen president Kennedy de natie uitdaagde om een mens naar de maan te sturen, accepteerde Neil Armstrong die missie zonder enige terughoudendheid,” meldt NASA-baas Charles Bolden. Toch was er alle reden voor enige terughoudendheid. Hoewel Armstrong een ervaren piloot was en al voor heel wat hete vuren had gestaan, was een vlucht naar de maan namelijk wel ietsje anders. “De maan heeft geen atmosfeer, dus je vliegt in een vacuüm en de zwaartekracht is er veel minder, dus de eigenschappen van een vliegmachine in die omgeving zijn heel anders dan die hier op aarde,” zo vertelde Armstrong zelf. Om aan de omstandigheden te wennen, bouwde NASA het Lunar Landing Research Vehicle. Een ingewikkelde vliegmachine waarmee piloten konden ervaren hoe het is om op de maan te vliegen en te landen. Het apparaat werd bijna Armstrongs dood. In 1966 slaat het LLRV op hol en verliest Armstrong de controle. Hij weet net op tijd met zijn schietstoel uit de machine te ontsnappen. Luttele seconden later stort het LLRV neer.

Het ongeval met het LLRV was voor Armstrong zeker geen reden om het bijltje erbij neer te gooien. Zijn verwondingen vallen mee: op het moment suprême beet Armstrong op zijn tong en dat blijkt zijn enige verwonding te zijn wanneer hij met zijn parachute veilig op aarde landt. Direct gaat hij weer aan het werk. Zelf is hij er laconiek over. “Er was werk te doen op het kantoor, dus ik dacht: ik kan maar beter doorgaan.”

De lancering van Apollo 11. Foto: NASA.

Apollo 11
Ondanks de kinderziektes en de ongelukken (soms met fatale afloop) blijft NASA grote sprongen vooruit maken. De door Kennedy beloofde vlucht naar de maan (nog voor een nieuw decennium aanbrak) komt steeds dichterbij. En in 1968 stuurt de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie – enigszins opgejut door de ruimtewedloop die dan nog volop aan de gang is – Apollo 8 naar de maan. Voor het eerst wordt er een bemande ruimtesonde in een baan om de maan gebracht. Een enorme doorbraak die echter nog maar de opmaat vormt voor meer. De bemanning van Apollo 8 – Neil Amstrong stond op de reservelijst en bleef dus thuis – zoekt onder meer naar een geschikte landingsplaats voor een volgende missie. En terwijl Apollo 8 daarmee bezig is, moet Armstrong bij zijn baas op het matje komen. Hij wordt gevraagd om de Apollo 11-missie te leiden. Armstrong kan dan nog niet vermoeden dat dat de beroemde missie zou worden. Apollo 9 en Apollo 10 moesten de lucht nog in en de missie van Apollo 11 was volledig afhankelijk van hun resultaten. Pas een maand voordat Apollo 11 de lucht ingaat, krijgt Armstrong te horen dat NASA wil proberen om tijdens deze missie op de maan te landen. Armstrong hoort het aan en is weinig optimistisch. “Ik dacht dat we een negentig procent kans hadden om veilig weer op aarde te landen, maar slechts vijftig procent kans hadden om tijdens een eerste poging een veilige landing op de maan te maken. Er zijn zoveel onbekende factoren als het gaat om het afdalen uit een baan om de maan, naar het oppervlak van de maan. Er was een grote kans dat we iets niet zouden begrijpen en dat we de landing zouden moeten afbreken en terug moesten keren.”

Verspreking

De eerste woorden van Armstrong op de maan: wie kent ze niet? Toch zijn ze omstreden. Officieel klopt het zinnetje dat op aarde aankwam namelijk niet. ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind’ slaat namelijk nergens op, aangezien ‘man’ hetzelfde betekent als ‘mankind’. Eigenlijk had Armstrong moeten zeggen ‘That’s one small step for a man, one giant leap for mankind’. Een verspreking? Of zei Armstrong het wel goed, maar kreeg de aarde het niet goed door? Het lijkt erop dat Armstrong zich versprak. En eigenlijk mag niemand hem dat kwalijk nemen: hij had wel meer aan zijn hoofd dan met mooie woorden geschiedenis schrijven.

Geland
De twijfels van Armstrong waren niet zo verwonderlijk. In enkele jaren tijd was NASA uitgegroeid van een ruimtevaartorganisatie die één man – Alan Shepard – in een baan om de aarde had gebracht tot een ruimtevaartorganisatie die mensen op de maan ging zetten. Was NASA er wel klaar voor? Was Armstrong, was zijn ruimtevaartuig er wel klaar voor? Eigenlijk kon niemand dat van tevoren weten. En opgejut door de Russen en de beloftes die Kennedy had gedaan, waagt NASA de grote stap. Op 16 juli 1969 wordt de Apollo 11 met aan boord Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins gelanceerd. En op 20 juli landen maken Amstrong en Aldrin zich klaar om te landen op de maan (Collins bleef achter in de commando-module). De tijd die volgt, is spannend. Armstrong ziet de landingsplaats waar de computer de maanlander neer wil zetten en concludeert dat deze plaats niet geschikt is. Het is een groter krater met steile wanden en enorme rotsblokken. De kans is groot dat de landing op zo’n locatie verkeerd gaat en dus neemt hij het stuur in handen en zet de maanlander op een andere plaats neer: op een locatie met minder stenen. Op het moment dat Armstrong de maanlander op de grond zet, is er maar weinig brandstof over: ze hadden nog slechts twintig seconden langer in de lucht kunnen blijven.

De bemanning van de Apollo 11. V.l.n.r.: Neil Armstrong, Michael Collins en Buzz Aldrin. Foto: NASA.

Eerste stappen
Niet veel later verlaat Armstrong als eerste de maanlander en spreekt hij die bekende woorden ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind‘. Iets meer dan tweeënhalf uur lang brengen Aldrin en Armstrong wandelend op de maan door. Ze verzamelen stenen en bestuderen het oppervlak. Het is niet voor te stellen hoe bijzonder het moet zijn geweest om als eerste mensen op de maan te wandelen. Werkelijk alles wat ze hier aantreffen is nieuw voor Armstrong en Aldrin en de rest van de mensheid. Dat blijkt bijvoorbeeld heel mooi uit de beschrijving die Armstrong van het maanoppervlak maakt. “Het oppervlak is heel fijn en poederig. Ik kan het losjes met mijn teen omhoog schoppen. Het kleeft in fijne laagjes, als poedervormig houtskool, aan de zool en zijkanten van mijn laarzen. Ik zak er slechts een fractie van een inch in, misschien een achtste van een inch, maar ik kan de voetafdrukken van mijn laarzen en de stappen in de fijne, zandachtige deeltjes zien.” Na in totaal 21,5 uur op de maan te zijn geweest, stegen Aldrin en Armstrong weer op en voegden zich bij Collins. Met z’n drieën vlogen ze weer terug naar de aarde.

Buzz Aldrin op de maan. Armstrong maakte deze foto.

Bescheiden
Na zijn terugkeer op aarde hoorden we relatief weinig meer van de bescheiden Armstrong. Hij verliet NASA in 1970 en gaf daarna les op de universiteit van Cincinnatti. Hij ging zelden op interviewverzoeken in. En wanneer hij een interview gaf, deed hij dat op bescheiden wijze. Bijvoorbeeld in 2001 toen hij vooral de prestaties van zijn collega’s bij NASA prees. “Als je honderdduizenden mensen hebt die hun werk allemaal een beetje beter doen dan ze hoeven te doen, dan krijg je een veel betere prestatie. En dat is de enige reden waarom we dit helemaal voor elkaar kregen.”

Neil Armstrong in 2008. Foto: NASA.

Op 7 augustus 2012 onderging Armstrong een operatie, nadat bleek dat zijn kransslagader verstopt was komen te zitten. Achttien dagen later overleed hij aan enkele complicaties die bij die operatie ontstonden. Armstrong is 82 jaar geworden en laat een vrouw, twee zonen, een stiefzoon, een stiefdochter en tien kleinkinderen achter. In hem is de wereld een pionier, een held, een doorzetter en bovenal een bescheiden man verloren. Het indrukwekkende en risicovolle werk dat hij en zijn tijdgenoten verzetten, zal echter nooit verloren gaan. Alle toekomstige ruimtemissies zijn gestoeld op het werk dat Armstrong en zijn collega’s verzetten. Een goede reden om deze pionier voor altijd dankbaar te zijn.