Een kluis waarin zaden van de belangrijkste gewassen liggen opgeslagen, zodat ons nageslacht zelfs als natuurrampen of oorlogen hele continenten verwoesten, geen honger hoeft te lijden. Het klinkt als sciencefiction, maar de kluis bestaat echt. Maak kennis met de Wereldzaadbank op Spitsbergen.

De aarde heeft in haar lange geschiedenis al heel wat ellende te verduren gehad. Klimaatveranderingen, inslagen van asteroïden, oorlogen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, enzovoort. En bij de meest ingrijpende gebeurtenissen hebben heel wat soorten het onderspit moeten delven. En nog steeds ligt het gevaar overal op de loer. Zo is het klimaat weer aan het veranderen, vinden er nog regelmatig grote natuurrampen plaats en verwoesten oorlogen nog steeds hele landen. In al dat grootse geweld worden planten heel gemakkelijk vertrapt en kunnen soorten (met name wanneer ze slechts in een beperkt gebied voorkomen) snel verdwijnen.

Van wie zijn de zaden?
Het oprichten van de Wereldzaadbank leek in het begin van de jaren ’90 te mislukken, omdat men het er maar niet over eens kon worden van wie de zaden in de bank nu waren en wie straks een beroep op de zaden kon doen. In 2004 diende zich een oplossing aan waar iedereen het mee eens was: landen of instellingen die de zaden leverden, bleven eigenaar van de zaden en mochten dus beslissen wat er mee gebeurde. Noorwegen financierde ondertussen de kluis en was dus eigenaar van de Wereldzaadbank, terwijl de inhoud ervan eigendom bleef van de mensen die de zaden aanleverden.

Biodiversiteit
Veel wetenschappers baart dat zorgen. Vooral wanneer het gaat om planten die belangrijk zijn voor de voedselproductie. Het is belangrijk dat de biodiversiteit onder deze soorten hoog blijft. Hoe groter de diversiteit, hoe groter de kans is dat de soort in een veranderende wereld overeind blijft. Als de ene variant niet met een warmere wereld kan omgaan, kan de andere het misschien wel. En als de ene soort tarwe niet bestand is tegen ziekten die de kop opsteken, is de andere het misschien wel. Soorten verliezen, is een scenario dat we ons niet kunnen permitteren. Wellicht dat we die soorten in de toekomst immers weer nodig gaan hebben.

Eén bank
Mede om die reden brengen wetenschappers al een tijdje de genen van planten in kaart en worden zaden op diverse plekken wereldwijd opgeslagen. Maar de plaatsen waar deze gegevens en zaden worden bewaard, zijn vaak kwetsbaar. Natuurrampen en oorlogen liggen op de loer. Ook lopen de databanken het risico door bezuinigingen uiteindelijk slecht of niet meer te worden bijgehouden. Vandaar dat in de jaren ’80 het idee ontstond om een wereldzaadbank op te richten: één bank waar zoveel mogelijk zaden en informatie over planten wordt opgeslagen. En dat op een veilige plaats, in een gebouw dat heel wat doemscenario’s kan overleven.

Opgeslagen zaden in de Wereldzaadbank. Foto: Global Crop Diversity Trust.

Opgeslagen zaden in de Wereldzaadbank. Foto: Global Crop Diversity Trust.

Spitsbergen
Het resultaat is de Svalbard Global Seed Vault, oftewel de Wereldzaadbank op Spitsbergen. Hoewel we in Nederland spreken van een ‘bank’ doet het Engelse ‘vault‘ (=kluis) de Wereldzaadbank meer recht. Het is namelijk een heuse vesting (zie de afbeelding hieronder). De keuze om de kluis juist in Spitsbergen te vestigen, is goed te verklaren. Het gebied ligt niet op de breuklijn tussen tektonische platen en dat verkleint de kans op natuurrampen flink. Ook is het gebied – dat onder Noors gezag valt – rustig: er is sprake van politieke stabiliteit en Noorwegen doet er alles aan om de sereniteit van het gebied te behouden. Daarnaast is het gebied bedekt met een dikke laag permafrost (grond die al meerdere jaren bevroren is) en dat maakt het uitermate geschikt voor de opslag van de zaden.

De Wereldzaadbank op Spitsbergen. Afbeelding: Global Crop Diversity Trust.

De Wereldzaadbank op Spitsbergen. Afbeelding: Global Crop Diversity Trust.

Hoelang gaan de zaden mee?
Zelfs in bevroren toestand kunnen zaden natuurlijk niet voor eeuwig bewaard blijven. Na een tijdje zijn ze gewoonweg niet meer in staat om te ontkiemen en dus waardeloos. Hoelang het duurt voor de zaden dat punt bereiken, hangt van de soort af. Sommige zaden kunnen maar twintig jaar worden ingevroren, terwijl anderen het gemakkelijk honderden jaren uithouden. Wanneer zaden het punt waarop ze niet meer ontkiemen, naderen, laten wetenschappers ze ontdooien en ontkiemen. Het plantje dat daaruit komt, levert weer nieuwe zaadjes die weer kunnen worden opgeslagen.

De kluis
Hoewel Spitsbergen nu een veilig gebied lijkt voor de zaden, kan dat in de toekomst natuurlijk heel gemakkelijk veranderen. Klimaatverandering kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de zeespiegel stijgt. De mensen die de kluis ontworpen hebben, hebben met dat soort doemscenario’s rekening gehouden. Zo ligt de kluis zo’n 130 meter boven de zeespiegel. Daarnaast ligt de kluis vrij diep in een gebergte. Daardoor is er zelfs als de flinke laag permafrost op de kluis smelt, nog geen reden voor paniek: de zaden kunnen zelfs dan nog bij lage temperatuur worden bewaard.

2,25 miljard zaden
De kluis telt drie kamers waarin een temperatuur van zo’n -18 graden Celsius wordt gehandhaafd. In elk van de drie kamers kunnen zo’n 1,5 miljoen monsters worden opgeslagen. Elk monster bevat gemiddeld zo’n 500 zaden van een bepaalde soort, dus in theorie is er ruimte voor 2,25 miljard zaden. Zaden van planten die belangrijk zijn voor de voedselproductie hebben daarbij prioriteit. Dat lijken er misschien niet zoveel: het gaat om zo’n 150 soorten. Toch kunnen we daarmee een flink deel van de kluis vullen, aangezien die soorten weer tal van variaties kennen. Zo zijn er bijvoorbeeld al meer dan 100.000 variaties rijst.

Op dit moment bevat de zaadbank ongeveer 6,5 miljoen monsters die samen één tot twee miljoen verschillende soorten vertegenwoordigen. En nog regelmatig arriveren er containers vol met zaden bij de kluis. Zo werden er onlangs bijvoorbeeld nog zaden uit het onrustige Syrië naar Spitsbergen getransporteerd. Het laat zien dat de Wereldzaadbank bijna vijf jaar nadat deze werd geopend nog steeds hard nodig is. Met al het technisch vernuft kan de Wereldzaadbank reeds uitgestorven plantensoorten niet meer redden, maar voor de soorten die nu of in de toekomst balanceren op het randje van de afgrond, biedt de kluis veel hoop.