Voor elke ton CO2 die een persoon op onze planeet uitstoot, verdwijnt in de zomer drie vierkante meter zee-ijs op de Noordpool.

Tot die conclusie komen onderzoekers in het blad Science. En daarmee krijgen we voor het eerst wat meer grip op hoe individuen bijdragen aan de wereldwijde klimaatverandering. Tevens verklaart het onderzoek waarom klimaatmodellen suggereren dat het zee-ijs minder vatbaar is voor onze emissies dan observaties laten zien.

Het zee-ijs
Het smelten van zee-ijs op de Noordpool is één van de meest directe indicatoren dat klimaatverandering gaande is. In de afgelopen veertig jaar is het ijs dat ‘s zomers de wateren rond de Noordpool bedekt in oppervlak gehalveerd. En klimaatmodellen voorspellen dat de resterende helft tegen 2050 zal zijn verdwenen, tenzij we onze uitstoot snel beperken. Meerdere onderzoeken tonen echter aan dat klimaatmodellen de hoeveelheid zee-ijs die op de Noordpool verloren gaat, onderschatten. En dus besloten de onderzoekers de modellen los te laten en zich te richten op wat er daadwerkelijk te zien is. Ze bestudeerden de koolstofdioxide-uitstoot van jaar op jaar en het oppervlak van het zee-ijs dat in de zomermaanden de wateren rond de Noordpool bedekt. Ze ontdekten een lineair verband tussen beiden. “Voor elke ton koolstofdioxide die een persoon waar dan ook op deze planeet uitstoot, verdwijnt drie vierkante meter zomers zee-ijs op de Noordpool,” stelt onderzoeker Dirk Notz.

WIST JE DAT…

…er aan het eind van afgelopen zomer 4,14 miljoen vierkante kilometer zee-ijs op de Noordpool te vinden was?

Niet zo abstract meer
Het lineaire verband tussen uitstoot en smeltende zee-ijs brengt klimaatverandering – en de invloed die we hier als individu op hebben – heel dichtbij. “Tot op heden voelde klimaatverandering vaak als een abstract begrip,” stelt onderzoeker Julienne Stroeve. “Onze resultaten veranderen die perceptie. Zo is het nu bijvoorbeeld te berekenen dat de koolstofdioxide-uitstoot voor elke zitplaats op een heen- en terugvlucht van bijvoorbeeld Londen naar San Francisco ervoor zorgt dat ongeveer vijf vierkante meter Arctisch zee-ijs verdwijnt.”

Onderschat
Ook klimaatmodellen simuleren een lineair verband tussen het oppervlak van zee-ijs en CO2-emissies. Maar onderschatten daarbij hoeveel ijs er werkelijk smelt. Waarschijnlijk komt dat doordat ze de atmosferische opwarming in het Noordpoolgebied – die ingegeven wordt door CO2-uitstoot – onderschatten. “Het ijs smelt in de modellen gewoon te langzaam, omdat de opwarming op de Noordpool in deze modellen te zwak is,” legt Stroeve uit.

Nu we meer inzicht hebben in hoe dat lineaire verband tussen CO2-uitstoot en smeltend zee-ijs er werkelijk uitziet, kunnen we ook meer zeggen over de toekomst van het zee-ijs. De onderzoekers voorspellen dat het zee-ijs dat nu aan het eind van de zomer (september) het water rond de Noordpool nog bedekt, verdwenen zal zijn als er nog eens 1000 gigaton koolstofdioxide wordt uitgestoten. Vaak wordt gesteld dat we hooguit nog zo’n 1000 gigaton mogen uitstoten als we de temperatuurstijging willen beperken tot 2 graden Celsius. In dat scenario heeft het zomerse zee-ijs op de Noordpool dus geen toekomst. Alleen wanneer we de opwarming onder de 1,5 graden Celsius weten te houden, heeft het zomerse zee-ijs op de Noordpool volgens de onderzoekers een kans om behouden te blijven.