muis

Door een gen aan te passen werden de muizen niet alleen ontzettend intelligent, maar ook een stuk minder angstig.

De onderzoekers pasten een gen aan, zodat de activiteit van het enzym PDE4B – te vinden in diverse organen, waaronder het brein – werd afgeremd. De gevolgen waren opmerkelijk. Zo werden de muizen opvallend intelligent.

Intelligent
De muizen leerden sneller, konden zich gebeurtenissen veel langer herinnerden en waren beter in staat om complexe opdrachten te voltooien dan ‘normale’ muizen. Zo herkenden de ‘intelligente muizen’ sneller dan ‘normale muizen’ een muis die ze een paar dagen eerder ontmoet hadden. Ook hadden de ‘intelligente muizen’ veel sneller door hoe ze uit een doolhof konden ontsnappen.

WIST JE DAT…
…muizen gestrest worden van mannen (maar niet van vrouwen)?

Angst
Hoewel de aangepaste muizen dus doorgaans een beter geheugen hadden, bleken ze angstige gebeurtenissen juist minder goed op te slaan. Wanneer ze iets engs mee hadden gemaakt, konden ze zich dat enkele dagen later minder goed herinneren dan de ‘gewone muizen’. Ook bleken de aangepaste muizen minder angstig te zijn dan hun ‘normale’ soortgenoten. Zo lieten ze zich vaker in open, helder verlichte ruimtes zien, terwijl muizen van nature liever in donkere, gesloten ruimtes vertoeven. Bovendien bleken de aangepaste muizen minder angstig te reageren wanneer ze de urine van katten roken, terwijl muizen van nature bang zijn voor katten.

De onderzoekers denken dat hun studie implicaties kan hebben voor mensen. Het enzym PDE4B komt namelijk ook in mensen voor. Of het afremmen van dit enzym in mensen hetzelfde effect heeft, is nog onduidelijk, maar als dat het geval is, kan dat interessant zijn. Bijvoorbeeld voor mensen met angststoornissen (denk aan het posttraumatisch stresssyndroom). En dat is nog niet alles. “De studie suggereert dat het PDE4B-gen in ieder geval bij muizen een belangrijke rol speelt als het gaat om leren en herinneren, nader onderzoek zal moeten aantonen of de resultaten ook implicaties hebben voor de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie,” stelt dr. Laura Phipps (zij was niet bij het onderzoek betrokken). “We moeten zien hoe dit gen het geheugen en denken van mensen beïnvloedt om te zien of het gebruikt kan worden om Alzheimer te behandelen.”