otzi

IJsman Ötzi heeft reeds een groot deel van zijn geheimen prijsgegeven. We weten hoe hij eruitzag, hoe zijn gezondheid was en wat hij at. En dankzij een nieuw onderzoek weten we nu ook welk niet-menselijk DNA hij bij zich droeg.

We weten heel veel over de in 1991 teruggevonden 5000 jaar oude ijsmummie Ötzi. We weten dat hij slecht tegen melk kon, dat hij kort voor zijn overlijden nog gegeten had en dat hij hersenschade opliep. Bovendien weten we hoe de ijsman er in levende lijve ongeveer uit heeft moeten zien. Al die kennis haalden onderzoekers de afgelopen decennia uit een klein stukje bot dat ze tevens in staat stelde om zijn DNA te bestuderen.

DNA
In een nieuw onderzoek hebben wetenschappers datzelfde stukje bot gepakt en vervolgens gebruikt om iets heel anders te bestuderen. In hun studie stond niet Ötzi, maar het niet-menselijke DNA dat hij bij zich droeg, centraal. “Wat nieuw is, is dat we het gehele DNA-spectrum bestudeerden, om beter te begrijpen welke organismen in dit monster voorkomen en wat hun potentiële functie is,” vertelt onderzoeker Frank Maixner.

Bacteriën
Het niet-menselijke DNA dat de onderzoekers bestudeerden, behoort toe aan bacteriën die normaal gesproken in en op het menselijk lichaam leven. “Alleen het samenspel tussen bepaalde bacteriën of een verstoorde balans binnen deze bacteriële gemeenschap veroorzaakt bepaalde ziekten,” vertelt onderzoeker Thomas Rattei.

Infectie
De onderzoekers ontdekten dat één bacterie bijzonder goed vertegenwoordigd was in het lichaam van Ötzi. Het gaat om de bacterie Treponema denticola. De bacterie speelt een rol bij de ontwikkeling van parodontitis: een bacteriële infectieziekte die ontstaat als gevolg van ontstoken tandvlees. De vondst van deze bacterie stemt mooi overeen met eerder onderzoek waaruit bleek dat Ötzi hoogstwaarschijnlijk aan parodontitis leed. De bacterie heeft zich waarschijnlijk van de mond van Ötzi – middels de bloedbaan – naar de heup verplaatst.

Naast de ziekteverwekker ontdekten de onderzoekers ook Clostridia-achtige bacteriën in het stukje bot dat ze bestudeerden. Het lijkt erop dat deze bacteriën nog niet dood zijn, maar zich in een soort slaap bevinden. Volgens de onderzoekers kunnen deze bacteriën weer gaan groeien en weefsel aantasten. Het is een belangrijke ontdekking, omdat onderzoekers dat willen voorkomen en Ötzi zo goed mogelijk willen conserveren.