watersnoodramp

Zestig jaar na dato hopen wetenschappers 32 onbekende slachtoffers van de vernietigende Watersnoodramp alsnog een naam te geven. Hun lichamen worden komende week opgegraven. Onderzoekers zullen DNA verzamelen en dat vergelijken met het DNA van familie van vermiste personen.

Dat maakt de Zeeuwse gemeente Schouwen-Duiveland, waar de 32 onbekende slachtoffers begraven liggen, bekend. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hoopt uiteindelijk natuurlijk alle 32 mensen een naam te kunnen geven en de onzekerheid die familie en vrienden al zestig jaar met zich meedragen, weg te kunnen nemen.

Landelijk project
Het onderzoek maakt deel uit van een groot landelijk project. Het Nederlands Forensisch Instituut is namelijk bezig om DNA te verzamelen van onbekende doden die tussen 1920 en 2010 aan de aarde werden toevertrouwd. Het gaat in totaal om zo’n 350 mensen.

2010
Vanaf 2010 is het verplicht om bij een onbekende dode alvorens deze begraven wordt, DNA af te nemen. Dat DNA wordt in de DNA-Databank voor Vermiste Personen bewaard en kan gebruikt worden om de onbekende dode in de toekomst te identificeren. Door de opgravingen willen de onderzoekers deze DNA-Databank uitbreiden met onbekende mensen die vóór 2010 begraven werden.

De Watersnoodramp voltrok zich in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. In totaal kwamen in Nederland meer dan 1800 mensen om het leven. De meeste slachtoffers vielen in Oude-Tonge, een dorpje op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee.