En nee, het heeft niets te maken met een risicovollere levensstijl. De ware reden zit ‘m mogelijk in het type geslachtschromosoom.

Volgens een populaire theorie leven mannen korter dan vrouwen omdat ze in hun leven meer risico zouden nemen. Ze hebben gevaarlijkere banen, drinken of roken meer en stappen niet zo vlug naar een dokter. Onderzoekers uit een nieuwe studie trekken deze theorie echter in twijfel. Volgens hen heeft de werkelijke reden minder te maken met menselijk gedrag, maar meer met het type geslachtschromosoom.

Geslachtschromosoom
Een geslachtschromosoom is een chromosoom dat het geslacht bepaalt. In het geval van de mensen (en de meeste andere zoogdieren) resulteren twee X-chromosomen in het vrouwelijk geslacht, terwijl een X- en een Y-chromosoom resulteren in het mannelijke geslacht. Bij vogels, vlinders en motten is het net omgekeerd: daar hebben mannetjes twee dezelfde geslachtschromosomen en zijn de geslachtschromosomen van het vrouwtje verschillend. Een vogel met twee Z-chromosomen is een mannetje. Als een vogel een Z-chromosoom en een W-chromosoom heeft, dan is het een vrouwtje.

Mutaties
Een bestaande theorie luidt dat dieren met verschillende geslachtschromosomen – zoals XY (mannelijke) geslachtschromosomen – kwetsbaarder kunnen zijn voor genetische mutaties, wat kan leiden tot een kortere levensduur. Dat komt omdat het Y-chromosoom korter is dan het X-chromosoom. Het betekent dat het Y-chromosoom niet altijd in staat is om schadelijke mutaties op het X-chromosoom op te vangen. Vrouwtjes beschikken echter over twee overeenkomende geslachtschromosomen (XX) en daarom bestaat een dergelijk probleem niet. Een gezond X-chromosoom kan opkomen voor een ander X-chromosoom en kan ervoor zorgen dat schadelijke genen niet tot expressie worden gebracht. En dit verlengt de levensduur van het organisme.


Dierenrijk
Hoewel deze theorie aannemelijk klinkt en ook al in enkele groepen dieren is getest, is het nog niet bestudeerd over het gehele dierenrijk. En daarom plozen onderzoekers wetenschappelijke artikelen, boeken, online databases en andere gegevens over sekschromosomen en levensduur uit om vast te stellen of er een patroon in te herkennen is. “We hebben gekeken naar gegevens over de levensduur van primaten, zoogdieren en vogels, maar ook van reptielen, vissen, amfibieën, spinachtigen, kakkerlakken, sprinkhanen, kevers, vlinders en motten,” somt onderzoeksleider Zoe Xirocostas op.

Het klopt!
Uit de bevindingen blijkt dat de theorie inderdaad lijkt te kloppen. “We ontdekten dat in een breed scala van soorten het dier dat over verschillende geslachtschromosomen beschikt, eerder sterft dan het dier dat wel dezelfde geslachtschromosomen heeft,” concludeert Xirocostas. Gemiddeld leeft het geslacht met identieke chromosomen 17,6 procent langer. De resultaten gelden eveneens voor mensen. Het betekent dat onderzoekers een goede verklaring hebben gevonden waarom vrouwen vaak langer leven dan mannen.

Omgekeerd
Dat de langere levensduur daadwerkelijk te maken heeft met identieke geslachtschromosomen, werd nog duidelijker toen onderzoekers zich over de chromosomen van vogels, vlinders en motten bogen. Zoals gezegd beschikken in die gevallen mannetjes over twee dezelfde geslachtschromosomen en zijn de geslachtschromosomen van het vrouwtje verschillend. En in deze groepen bleek dat de vrouwtjes eerder het loodje legden dan hun mannelijke tegenhangers. Al vonden de onderzoekers wel een opvallend verschil. “In soorten waar de mannetjes over verschillende geslachtschromosomen beschikken – dus een XY-chromosoom hebben – leven de vrouwtjes bijna 21 procent langer dan de mannetjes,” zegt Xirocostas. “Maar bij vogels, vlinders en motten waar vrouwtjes over verschillende geslachtschromosomen – en dus ZW-chromosomen hebben – leven de mannetjes slechts 7 procent langer dan de vrouwtjes.” Met andere woorden: mannetjes met verschillende geslachtschromosomen sterven eerder dan vrouwtjes met verschillende geslachtschromosomen in vergelijking met de andere sekse binnen dezelfde soort. Oftewel, mannetjes sterven alsnog eerder.


Dat laatste is eigenlijk best opmerkelijk. Want betekent dit dat er alsnog iets fundamenteel ‘levensverkortend’ is als je man bent? Volgens Xirocostas zou dit inderdaad het geval kunnen zijn. Bijvoorbeeld omtrent seksuele selectie, de mate van afbraak van het Y-chromosoom en de dynamiek van telomeren. Toekomstige studies zouden deze hypotheses verder moeten testen.