ozonlaag

Elke winter neemt de concentratie ozon boven de Noord- en Zuidpool af. Maar in 2011 ging het op de Noordpool wel erg hard: de concentratie lag twintig procent lager dan normaal. Wetenschappers weten nu hoe dat kwam.

Wanneer het winter is op de Noordpool neemt de concentratie ozon af. Datzelfde gebeurt op de Zuidpool als de winter daar zijn intrede doet. De afname wordt ingegeven door drie factoren: chloor (afkomstig uit door mensen geproduceerde chloorfluorkoolstofverbindingen), lage temperaturen en zonlicht. Maar op de Noordpool neemt de concentratie ozon nooit zo hard af als op de Zuidpool. Dat komt omdat de drie factoren die leiden tot de afname in ozon op de Noordpool normaal gesproken niet tegelijkertijd spelen. Zo is het bijvoorbeeld op het moment dat de zon zijn intrede doet lang niet meer zo koud op de Noordpool.

Bijzonder
In 2011 gebeurde er iets bijzonders op de Noordpool. De concentratie ozon nam heel sterk af. Met wel twintig procent meer dan we gemiddeld gewend zijn. “Mogelijk is er nog nooit zo’n lage concentratie ozon boven de Noordpool gemeten,” merkt onderzoeker Susan Strahan op.

Geen gat

De concentratie ozon mag in 2011 dan sterk zijn teruggelopen: we kunnen niet stellen dat er in dat jaar een gat in de ozonlaag boven de Noordpool ontstond. “De hoeveelheid ozon boven de Noordpool was dan wellicht de kleinste hoeveelheid ooit gemeten, maar de hoeveelheid was nog altijd significant groter dan boven Antarctica (…) en de hoeveelheid ozon bleef ver boven de 220 Dobson Eenheden.” Zodra de hoeveelheid ozon onder die grens valt, spreken onderzoekers pas van een gat.

Combinatie van factoren
Maar hoe komt dat? Wetenschappers denken er nu uit te zijn. Met behulp van simulaties achterhaalden ze welke factoren in 2011 invloed uitoefenden op de ozonlaag en hoe groot die invloed was. Uit het onderzoek blijkt dat een combinatie van factoren verantwoordelijk is voor de grote afname van ozon. De grootste boosdoener was de hoeveelheid chloor in de stratosfeer. Maar er waren meer factoren die een rol speelden. Zo was het dat jaar extreem koud. Daarnaast zorgden ongebruikelijke omstandigheden in de atmosfeer ervoor dat ozon dat normaal gesproken uit de tropen naar de Noordpool getransporteerd wordt niet bij de Noordpool kon komen. Hierdoor kon de dalende hoeveelheid ozon ook niet worden aangevuld.

Herstel
Zodra de ozon afkomstig van de tropen de Noordpool weer kon bereiken, nam de hoeveelheid ozon rap toe. En tegen april 2011 was de concentratie ozon boven de Noordpool weer hersteld.

De onderzoekers stellen op basis van hun studie dat we niet bang hoeven te zijn dat de ozonlaag boven de Noordpool op korte termijn weer zo’n sterke afname laat zien. “2011 was meteorologisch gezien een heel ongebruikelijk jaar en vergelijkbare omstandigheden treden de komende dertig jaar wellicht niet meer op. Bovendien daalt de hoeveelheid chloor in de atmosfeer, omdat we gestopt zijn met het veelvuldig produceren van chloorfluorkoolstofverbindingen.” Dus zelfs als over dertig jaar de meteorologische omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van 2011 is de kans klein dat de afname zo groot is: er bevindt zich dan al veel minder chloor in de stratosfeer.