Twee plantaardige stofjes blijken de ontmoeting tussen een eicel en zaadcel te dwarsbomen.

Wanneer sperma zich een weg baant richting de eicel, beweegt het staartje heel ritmisch. Anders wordt het als de zaadcel bij de eicel – met daaromheen een beschermend cluster van cellen – arriveert. Dan gaat het staartje van de zaadcel een soort zweepslag-achtige bewegingen maken. Zo wordt een kracht gegenereerd die de zaadcel in staat stelt om door de buitenste lagen van de eicel heen te breken. Die zweepslag-achtige bewegingen ontstaan dankzij een calciumkanaal dat CatSper wordt genoemd. Het opent zich, calcium stroomt het staartje van de zaadcel binnen en het staartje gaat de zweepslag-achtige bewegingen maken.

Progesteron
Vorig jaar ontdekten onderzoekers dat het hormoon progesteron heel belangrijk is voor het openen van het calciumkanaal en dus de krachtige bewegingen van het staartje van de zaadcel. Het hormoon bindt zich aan een eiwit dat ABHD2 wordt genoemd en dat eiwit opent vervolgens het calciumkanaal.

Planten
In een nieuwe studie zijn onderzoekers nu op zoek gegaan naar andere stofjes die zich binden aan ABHD2 en er zo voor zorgen dat het calciumkanaal juist niet opengaat. Maar waar kun je die stofjes nu vinden? De onderzoekers sloegen er een bijzondere database op na: boeken waarin anticonceptiemiddelen van inheemse volken beschreven staan. Zo stuitten ze op het stofje pristimerin, afkomstig van de plant Tripterygium wilfordii en lupeol, onder meer te vinden in de mangoplant. Beide stofjes bleken te voorkomen dat progesteron zich bindt aan ABHD2 en er zo dus voor te zorgen dat het sperma niet krachtig genoeg beweegt om in de eicel binnen te dringen. “Het legt de spermacellen niet stil,” legt onderzoeker Polina Lishko uit. “Het is niet giftig voor de spermacellen: ze kunnen nog steeds bewegen. Maar ze kunnen niet die krachtige slag ontwikkelen.”

Anticonceptie voor mannen

Heel vaak komt de anticonceptie nu nog op het bordje van de vrouw terecht: zij slikt de pil, heeft een spiraaltje of pessarium. Maar als het aan onderzoekers ligt, gaat dat veranderen. Zo wordt er hard gezocht naar anticonceptiemiddelen voor de man.

Permanent of als noodoplossing
De twee stofjes zouden kunnen leiden tot een nieuw permanent anticonceptiemiddel. Bijvoorbeeld door ze via een huidpleister of vaginale ring continu aan het vrouwelijk lichaam af te geven. Maar vrouwen zouden ze ook alleen kort voor of na de seks kunnen gebruiken om bevruchting te voorkomen. Sperma heeft namelijk zo’n vijf tot zes uur nodig om – eenmaal in het vrouwelijk voortplantingssysteem aangekomen – te ‘rijpen’ en dus is er zelfs na de seks nog enige tijd om te voorkomen dat een spermacel zijn krachtige zweepslagen gaat maken.

Beter alternatief dan de morning after-pil?
Nu is er voor vrouwen die onbeschermde seks hebben gehad, maar niet zwanger willen raken, kort na de seks eigenlijk maar één oplossing: de morning after-pil. Maar voor sommige vrouwen is dat geen optie, omdat deze pil af kan rekenen met een reeds bevruchte eicel (de pil voorkomt dat deze zich in kan nestelen). De plantaardige stofjes die nu zijn gevonden, werken al eerder en voorkomen dat er überhaupt een bevruchting plaatsvindt. Het gebruik ervan kan sommige mensen – die een bevruchte eicel reeds als leven zien – wellicht aantrekkelijker in de oren klinken dan de morning after-pil. Maar de plantaardige stofjes hebben meer voordelen, vertelt Lishko. “Omdat deze twee uit planten afkomstige stofjes in heel lage concentraties – zo’n tien keer lager dan de concentratie levonorgestrel in de morning after-pil – nodig zijn, kunnen ze wel eens een nieuwe generatie nood-anticonceptiemiddelen zijn die we ‘moleculaire condooms’ hebben gedoopt,” vertelt Lishko. “Als we een van planten afkomstig, niet-giftig, niet-hormonaal stofje kunnen gebruiken om de bevruchting te voorkomen, kan dat een betere optie zijn (dan de morning after-pil, red.).”

De onderzoekers zoeken op dit moment uit of de stofjes zwangerschappen onder primaten kunnen voorkomen. Ook zoeken ze naar andere bronnen om deze stofjes uit te halen, aangezien de concentraties in wilde planten heel laag zijn.