Tussen 1854 en 1940 gingen 700.000 Amsterdammers dood. Waaraan? Dat gaan onderzoekers uitzoeken. En jij kunt meehelpen!

Aan de Radboud Universiteit start komende maandag het onderzoeksproject ‘Amsterdamse Doodsoorzaken’. Wetenschappers gaan de doodsoorzaak van alle Amsterdammers die tussen 1854 en 1940 overleden, onder de loep leggen, op zoek naar patronen en nieuwe inzichten in de volksgezondheid.

Unieke bron
Het betekent dat de wetenschappers in het doodsoorzakenregister moeten duiken. “Vanaf 1866 was het in Nederland verplicht om de doodsoorzaak vast te stellen, maar in Amsterdam deden ze dat al vanaf het eind van de achttiende eeuw,” vertelt historica Evelien Walhout aan Scientias.nl. “Waarschijnlijk omdat er in de stad veelvuldig epidemieën uitbraken. Cholera bijvoorbeeld.” Het resulteert in een database met daarin niet alleen de dag van overlijden, maar ook het adres, het geslacht, de leeftijd, de burgerlijke staat en de doodsoorzaak van 700.000 individuen. “Het is een unieke, goed bewaard gebleven bron,” stelt Walhout. Het bestaan van die bron is één van de belangrijkste redenen voor het feit dat de onderzoekers zich op Amsterdam richten. Dat de hoofdstad van Nederland – ook in de negentiende eeuw reeds – grote culturele, demografische en sociale verschillen kende, is een mooie bijkomstigheid. “We kunnen kijken naar de verschillen in sterfte tussen migranten en niet-migranten, onderzoeken welke invloed de sociale ongelijkheid op sterfte had en de verschillen in sterfte tussen verschillende religieuze groeperingen bestuderen,” somt Walhout op.

Een kaart van de laatste grote cholera-epidemie in Amsterdam. In de krottenwijken vielen aanzienlijk meer slachtoffers dan in de chique grachtengordels. Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam.

Een kaart van de laatste grote cholera-epidemie in Amsterdam. In de krottenwijken vielen aanzienlijk meer slachtoffers dan in de chique grachtengordels. Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam.

Transities
Ook de periode die de database beslaat – 1854 tot 1940 – is zeer interessant. “In deze periode vond een demografische transitie plaats: we zien – in heel Noordwest-Europa overigens – een structurele daling in sterfte. Tegelijkertijd is er sprake van een epidemiologische transitie: een verschuiving in het sterftepatroon. In het begin van de periode is er nog sprake van een hoge kindersterfte, maar dan vindt er een verschuiving plaats naar sterfte op hogere leeftijd.” Infectieziekten worden gaandeweg ingeruild voor ouderdomsgerelateerde aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten.

Joodse zuigelingen
De onderzoekers willen die transities heel gedetailleerd gaan bestuderen. Hoe verliepen ze in Amsterdam? Ook hopen ze in de database antwoorden te vinden op een aantal vraagstukken. Bijvoorbeeld dat van de Joodse en Rooms-Katholieke zuigelingen. “Er stierven veel minder Joodse zuigelingen dan Rooms-Katholieke zuigelingen. Dat had onder meer te maken met borstvoedingspraktijken.” Door de doodsoorzaak van al deze zuigelingen te bestuderen, hopen onderzoekers te kunnen achterhalen welke andere factoren hierin nog een rol speelden. Ook het verloop van epidemieën komt waarschijnlijk aan bod. Omdat van alle overledenen ook het adres bekend is, kan gekeken worden hoe bepaalde ziektes zich verspreidden.

Meedoen?

Wil je Walhout en collega’s helpen met het digitaliseren van het doodsoorzakenregister van Amsterdam? Je kunt je hier aanmelden. Vrijwilligers worden onder meer middels Facebook op de hoogte gehouden van het onderzoek. Tevens worden er voor de vrijwilligers lezingen en rondleidingen op het archief georganiseerd.

Monnikenwerk
Aan het bijzonder interessante onderzoek ligt echter een monnikenwerk ten grondslag: het digitaliseren van het Amsterdamse doodsoorzakenregister. “We hebben het over 700.000 individuen waarvan de dag van overlijden, het adres, het geslacht, de leeftijd, de burgerlijke staat en doodsoorzaak moet worden ingevoerd,” vertelt Walhout. “Het is onbegonnen werk om daar één onderzoeker op te zetten.” En dus doen Walhout en collega’s een beroep op het publiek, op jou! “We zijn op zoek naar vrijwilligers die de bronnen willen invoeren, dat kan gewoon thuis, online. Je krijgt van ons een scan uit het register en de gegevens die daarop staan, kun je vervolgens thuis invoeren.” Wie zich als vrijwilliger aanmeld, kan gekke dingen onder ogen krijgen, want de doodsoorzaakregisters bevatten soms vreemde informatie. “Een apart beroep bijvoorbeeld waar we nog nooit van gehoord hadden. Of een vierjarig kind dat al gehuwd blijkt te zijn.”

Zodra het doodsoorzakenregister (of een groot deel ervan) gedigitaliseerd is, kunnen Walhout en collega’s aan de slag. Hun onderzoeksresultaten zullen uiteindelijk niet alleen een completer beeld schetsen van een periode die alweer lang achter ons ligt, maar hebben ook implicaties voor ons leven van vandaag de dag. “We kunnen achterhalen hoe het huidige epidemiologische patroon is ontstaan. Maar ook welke impact medische interventies hebben.” Als voorbeeld haalt ze de borstvoedingscampagnes aan die aan het eind van de negentiende eeuw in Amsterdam werden georganiseerd. “Hadden die effect? Of niet? Diezelfde borstvoedingscampagnes worden nu in derdewereldlanden zoals Afrika ingezet. Ook wordt er tegenwoordig weer vaak gesproken over de vraag of moslims hun weg wel weten te vinden binnen de medische infrastructuur en of ze wel een arts raadplegen als dat nodig is. Ook dat kunnen wij onderzoeken, maar dan voor andere groepen. Zo zijn er heel mooie parallellen. Ik zeg altijd: ‘Alles wat er nu gebeurt, kun je alleen verklaren vanuit het verleden’. En zo is het ook met ziektepatronen.”