Wetenschappers hebben in Chili de fossiele resten van twee knaagdieren teruggevonden. De tanden van de dieren wijzen erop dat ze op grasland leefden. En dat zo’n 15 miljoen jaar voordat graslanden elders ter wereld ontstonden.

De onderzoekers vonden de resten in een vallei in de Andes terug. De resten zijn zeker 32,5 miljoen jaar oud en behoren toe aan twee soorten die de wetenschap hiervoor niet bekend waren. De soorten hebben de namen Andemys termasi en Eoviscaccia frassinettii gekregen. Het zijn beiden knaagdieren en gaan de boeken in als de op één na oudste knaagdieren die ooit in Zuid-Amerika zijn teruggevonden.

WIST U DAT…

…goudhazen aan estafette doen?

Omgeving
De vondst vertelt de wetenschappers ook veel over het gebied waarin deze knaagdieren leefden. Eén van de knaagdieren (E. frassinettii) heeft namelijk een bijzonder gebit (u ziet de kaak van het dier hierboven). Het dier beschikte over tanden die hem in staat stelden om grassen te eten, zo meldt het blad American Museum Novitates. “Dit fossiel voorziet ons van belangrijk, nieuw bewijs dat vroege knaagdieren samen met andere Zuid-Amerikaanse zoogdieren manieren ontwikkelden om om te gaan met dit dieet, lang voordat paarden, schapen en andere zoogdieren op andere continenten dergelijke aanpassingen ‘uitvonden’,” vertelt onderzoeker John Flynn. Dankzij de aanpassing slijten de tanden minder hard, terwijl de dieren toch in staat zijn om het taaie gras naar binnen te werken.

Gras
Het onderzoek wijst erop dat in dit gebied al zo’n 15 miljoen jaar eerder dan elders ter wereld graslanden voorkwamen. In die tijd zag heel Zuid-Amerika er overigens iets anders uit. Zo was het toen nog een eiland: pas 3,5 miljoen jaar geleden kwam Zuid-Amerika aan het noorden vast te zitten. Op het eiland was de biodiversiteit groot.

En nu kunnen we dus weer twee nieuwe soorten aan dat oude landschap met die grote biodiversiteit toevoegen. E. frassinettii is verwant aan de chinchilla: een dier dat nu nog veelvuldig voorkomt. A. termasi is verwant aan de agoeti.