Het gaat ons niet redden. Bijna 75% van de 184 toezeggingen in het akkoord schieten zodanig tekort dat ze klimaatverandering niet eens kunnen afremmen.

Tot die conclusie komen onderzoekers in een nieuw rapport dat vandaag – bijna vier jaar nadat het Parijse Klimaatakkoord werd ondertekend – is verschenen. In het rapport – dat de titel ‘The Truth Behind the Climate Pledges‘ draagt – bestuderen de onderzoekers de 184 vrijwillige toezeggingen die door landen wereldwijd zijn gedaan. “De uitgebreide studie wijst uit dat – een paar uitzonderingen daargelaten – de toezeggingen van zowel rijke als middelinkomens- en arme landen niet in staat zijn om klimaatverandering aan te pakken,” stelt onderzoeker Robert Watson, voormalig voorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en co-auteur van het onderzoek. “De toezeggingen zijn simpelweg te beperkt en komen te laat.”

Te beperkt
Lang waren er grote zorgen als het ging om de vraag of landen hun vrijwillige toezeggingen die binnen het Parijse klimaatakkoord waren gedaan, wel na zouden komen. Maar nu blijkt dus dat zelfs als alle toezeggingen worden nagekomen, het onaannemelijk is dat de klimaatdoelen worden gehaald. Zo zal de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen als alle beloftes worden ingelost tegen 2030 uitkomen op 54 gigaton CO2-eq (hierin is de uitstoot van alle broeikasgassen meegenomen, maar uitgedrukt in de equivalent van CO2). Om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken, moet de uitstoot van broeikasgassen in 2030 echter rond de 27 gigaton CO2-eq uitkomen. Het betekent heel concreet dat landen twee tot drie keer meer moeten doen dan wat ze tot op heden beloofd hebben. “De huidige beloftes lossen de uitdaging die klimaatverandering oplevert niet op (…) in het gunstigste geval stellen ze het probleem alleen een paar jaar uit,” aldus onderzoeker Nebojsa Nakicenovic.


China, India, de VS en Rusland
Dat de beloftes tekort schieten, wordt ook pijnlijk duidelijk als we op individuele landen inzoomen. Neem bijvoorbeeld China – samen met de VS, India en Rusland goed voor 51,5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. China heeft beloofd de snelheid waarmee de uitstoot toeneemt, af te remmen en lijkt zich daar netjes aan te gaan houden, maar ondertussen blijft de absolute uitstoot van het land – door economische groei – wel toenemen (zie kader hieronder). En zo draagt China dus onvoldoende bij aan het doel om de wereldwijde uitstoot in 2030 te halveren. Hetzelfde geldt voor India. De VS heeft aangegeven zich uit het klimaatakkoord te willen terugtrekken en eerder ingevoerde maatregelen om de uitstoot terug te dringen, zijn al teruggedraaid. Rusland heeft helemaal niets beloofd. En zo schieten de vier grote vervuilers dus allemaal ernstig tekort.

Verschillen in mogelijkheden en verantwoordelijkheid
“Het is belangrijk om te onthouden dat de beloftes rekening houden met de verschillen in mogelijkheden en verantwoordelijkheid die er tussen verschillende landen zijn als het gaat om het aanpakken van klimaatverandering,” zo vertelt onderzoeker James McCarthy aan Scientias.nl. “Een natie die nog steeds bezig is zijn economie te ontwikkelen – zoals China – is minder goed in staat om de focus te verschuiven naar sectoren die minder energie vereisen of een energietransitie door te voeren en bijvoorbeeld in plaats van een brandstof zoals kolen, hernieuwbare energiebronnen aan te boren. Het Parijse klimaatakkoord staat toe dat de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen van een natie zoals deze toeneemt, zolang de productiecapaciteit maar energiezuiniger wordt, dat wil zeggen dat de energie-intensiteit (de verhouding tussen energieconsumptie en het bruto binnenlands product) maar wordt beperkt. Aan de andere kant heb je ook nog een natie zoals de VS die in de laatste eeuw meer broeikasgassen heeft uitgestoten dan elk ander land en nu de snelheid waarmee broeikasgassen worden uitgestoten sterk moet terugdringen. Door energiezuiniger te worden en over te stappen op hernieuwbare energiebronnen kan een ‘volwassen’ economie dat doen zonder de economische productie af te remmen.”

EU
De EU (met 28 lidstaten, die samen goed zijn voor 9% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen) heeft een belofte gedaan die de klimaatdoelen binnen bereik houdt, zo oordelen de onderzoekers. En deze verzameling landen heeft die belofte direct zo serieus genomen, dat het erop lijkt dat de EU zelfs meer gaat doen dan beloofd: als het zo doorgaat, zal de uitstoot van de EU in 2030 (ten opzichte van 1990) met zo’n 58% zijn afgenomen. Daarmee gaan de landen veel verder dan de beloofde 40% afname.

Voorwaardelijke beloftes
En dan zijn er nog 152 beloftes over. 127 daarvan (oftewel bijna 70 procent) zijn voorwaardelijk. “Deze naties hebben beloftes gedaan onder de voorwaarde dat ze geld ontvangen van rijkere landen, waarmee ze de ontwikkeling van energiebesparende technologieën en de overstap op hernieuwbare bronnen van energie en eventuele aanpassingen die nodig zijn om de schade die ze door toekomstige klimaatverandering oplopen, kunnen financieren,” legt McCarthy uit aan Scientias.nl. “Deze beloftes zijn – en dat is niet verrassend – veel lastiger te implementeren, omdat je eerst de financiële middelen ervoor moet verkrijgen.” Heel concreet vereisen de beloftes zo’n 100 miljard dollar per jaar. Maar het verzamelen van die financiële bijdrage is lastiger dan men in 2015 – toen het Parijse klimaatakkoord werd getekend – had voorzien. Dat inmiddels zowel de VS als Australië de geldkraan hebben dichtgedraaid, helpt natuurlijk ook niet mee.


De gevolgen

In hun rapport stippen de wetenschappers ook nog even de gevolgen aan van een ongeremde klimaatverandering. Als naties er niet in slagen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 te halveren, zal bijvoorbeeld het aantal orkanen, grote stormen en bosbranden verdubbelen. Ook droogte wordt een veel groter probleem. De kosten van dergelijke gevolgen van klimaatverandering kunnen tegen 2030 oplopen tot zo’n 2 miljard dollar per dag. En dat kunnen we ons niet veroorloven, aldus de onderzoekers.

Geen verandering
Het moge duidelijk zijn dat landen zelfs in hun beloften om klimaatverandering af te remmen, tekort schieten. Dat zien we volgens de onderzoekers ook duidelijk terug in het feit dat maar liefst 97% van de beloftes nog identiek zijn aan de beloftes die in 2015/2016 zijn gedaan. Slechts zes landen hebben hun beloftes in de tussentijd veranderd: vier ervan hebben de beloftes aangescherpt en zich voorgenomen de uitstoot verder te beperken, twee ervan hebben de beloftes juist versoepeld. “Afgesproken is om de beloftes elke vijf jaar opnieuw te inventariseren,” stelt McCarthy. Officieel hoeft het dus nog niet. “Maar er zijn verschillende dingen veranderd sinds het Parijse klimaatakkoord werd ondertekend en dat vraagt om een frisse blik op wat er nu echt nodig is. Wetenschappelijke rapporten hebben nog duidelijker aangetoond dat er verbanden zijn tussen de opeenhoping van broeikasgassen in de atmosfeer en een verstoord klimaat. Analyses hebben aangetoond dat het vermijden van kostbare gevolgen van klimaatverandering naarmate we langer wachten met het terugdringen van de uitstoot, steeds lastiger wordt. En terwijl jongeren in veel landen aandringen op fellere inspanningen om klimaatverandering af te remmen, probeert president Trump de VS uit het Parijse Klimaatakkoord te halen. Andere recent verkozen nationale leiders hebben er al op gezinspeeld om hetzelfde te doen.” Het verandert de toekomst van ons klimaat en dus ook wat we moeten doen om de opwarming van de aarde enigszins binnen de perken te houden. Maar de toezeggingen zijn nauwelijks aangepast.

Fragiel
McCarthy en collega’s schetsen zo een vrij somber beeld van een klimaatakkoord dat ooit zo trots door wereldleiders werd gepresenteerd en verwachtingsvol door de wereld werd onthaald. “Het is belangrijk om mensen bewust te maken van het fragiele karakter van het klimaatakkoord,” stelt McCarthy. “Ik hoop dat deze informatie, samen met nieuwe onderzoeksresultaten omtrent potentiële gevolgen van klimaatverandering en de enorme mobilisatie van studenten en jongvolwassenen die pleiten voor een agressieve aanpak voor klimaatverandering, het electoraat in elke natie aanzet tot actie en de inspanningen om het Parijse klimaatakkoord tot een succes te maken worden verdubbeld.”

Alle hoop is dus zeker nog niet verloren. “Het Parijse klimaatakkoord voorzag ons van een sjabloon voor internationale samenwerking gericht op het beperken van de uitstoot en nakomen van toezeggingen. Vanaf het begin was duidelijk dat de voorlopige toezeggingen niet voldoende waren om de benodigde emissiereductie in de komende decennia te realiseren. Maar het was wel de beste start die we ooit hadden gehad en met nieuw leiderschap is het mogelijk om deze poging weer op de rails te krijgen. We kunnen allemaal in ons dagelijks leven streven naar zuiniger gebruik van energie en waar mogelijk kiezen voor hernieuwbare energie. Maar we moeten nu eisen dat onze leiders deze keuzes toegankelijker maken door subsidies op olie en gas stop te zetten en de productie en distributie van energiebronnen met een lagere uitstoot te stimuleren en te eisen dat fabrikanten en bouwers voldoen aan striktere emissiestandaarden. Dit is een inspanning waar alle naties zich voor in moeten zetten. En nu we de vijfde verjaardag van het Klimaatakkoord van Parijs naderen is het belangrijker dan ooit om het doel ervan opnieuw te bekijken, de inspanningen op nationaal niveau te verdubbelen en ons ervan te verzekeren dat we alles doen wat we kunnen om de snelheid waarmee het klimaat door ons toedoen verandert, terug te dringen.”