Wanneer muizen eenzaam en alleen zijn, komen in het brein een aantal hersencellen in actie. Ze moedigen de muizen mogelijk aan om gezelschap te gaan zoeken.

Dat ontdekten wetenschappers – een beetje per ongeluk – tijdens experimenten met muizen. Ze bestudeerden hoe drugsmisbruik een deel van de hersenstam – dorsal raphe nucleus (DRN) genoemd – beïnvloedt. Voor dit onderzoek werden muizen gedurende 24 uur geïsoleerd. Na isolatie bleken de muizen in de controlegroep – deze muizen kregen geen drugs toegediend – sterkere verbindingen te hebben in de DRN.

Eenzaamheid
Het zette de onderzoekers aan het denken. Zouden neuronen in dit deel van het brein soms reageren op de isolatie, oftewel de eenzaamheid? Ze zetten een aantal experimenten op om dat te achterhalen. Wanneer muizen samen in een kooi zaten, waren de neuronen in DRN niet heel actief. Maar wanneer muizen eerst werden geïsoleerd en daarna weer samen werden gebracht, nam de activiteit in DRN enorm toe en waren de muizen veel socialer dan hun soortgenoten die eerder niet eenzaam en alleen waren geweest. In een ander experiment onderdrukten wetenschappers de DRN-neuronen. Wanneer de eenzame muizen met onderdrukte DRN-neuronen weer bij andere muizen werden gezet, waren ze lang niet zo sociaal als hun soortgenoten bij wie de DRN-neuronen gewoon werkten.

Motivatie
Het onderzoek suggereert dat deze neuronen muizen motiveren om – zodra ze weer met anderen in contact komen – heel sociaal te doen. “Wanneer mensen lange tijd geïsoleerd hebben geleefd en weer samen worden gebracht, zijn ze opgewonden, de sociale interactie piekt,” vertelt onderzoeker Kay Tye. En dat is mogelijk wat onderzoekers nu ook bij muizen zien gebeuren. “En deze neuronen kunnen een rol spelen in de motivatie om te socialiseren.”

“Voor zover wij weten, is dit de eerste keer dat iemand gevoelens van eenzaamheid heeft weten te herleiden tot op cellulair niveau”

Cellulair niveau
“Voor zover wij weten, is dit de eerste keer dat iemand gevoelens van eenzaamheid heeft weten te herleiden tot op cellulair niveau,” zo stelt Tye. Onduidelijk is nog of deze cellen eenzaamheid detecteren of verantwoordelijk zijn voor de reactie op eenzaamheid. De onderzoekers zijn dat momenteel aan het nagaan. Een andere grote vraag is natuurlijk of eenzaamheid tot een vergelijkbaar resultaat in het brein van mensen leidt. Ook willen de onderzoekers graag vaststellen of verschillen binnen deze neuronen kunnen verklaren waarom sommige mensen meer behoefte hebben aan sociaal contact dan anderen.

Wat opvalt in dit onderzoek, is dat muizen met een hoge status in de sociale hiërarchie vatbaarder zijn voor veranderingen in de activiteit in de DRN. Het suggereert dat zij ook vatbaarder zijn voor gevoelens van eenzaamheid. “De sociale ervaringen van dieren in een groep lopen uiteen. Als je een dominante muis bent, ben je misschien gek op je sociale omgeving. En als je een ondergeschikte muis bent en elke dag in elkaar wordt geslagen, is het misschien niet zo leuk. Misschien voel je je dan reeds buitengesloten.”