De populatie is gezond en met 3000 ijsberen behoorlijk omvangrijk.

Voor het eerst hebben onderzoekers het aantal ijsberen dat voor de westkust van Alaska leeft, geteld én onderzoek gedaan naar de gezondheid van deze ijsbeerpopulatie. Het onderzoek wijst uit dat de populatie gedijt. “Ondanks dat de ijsberen in vergelijking met 25 jaar geleden ongeveer een maand minder tijd hebben om in hun favoriete zeeijs-gebieden te jagen, ontdekten we dat de subpopulatie op de Tsjoektsjenzee het goed doet,” stelt onderzoeker Eric Regehr.

Twee populaties
In totaal zijn er zo’n negentien subpopulaties ijsberen bekend. Twee ervan vinden we aan de grenzen van de VS. De Tsjoektsjenzee-populatie leeft op het grensgebied met Rusland. En dan is er nog de populatie in het zuidelijke deel van de Beaufortzee die deels op Amerikaans en deels op Canadees gebied leeft. Met laatstgenoemde populatie gaat het niet zo goed. “De subpopulatie in het zuidelijke deel van de Beaufortzee is al uitgebreid bestudeerd en er is steeds meer bewijs dat suggereert dat deze populatie het slecht doet door verlies aan zee-ijs.” Met het oog daarop is het enigszins verrassend te noemen dat de ijsberen voor de kust van Alaska het zoveel beter doen. “Verlies van zee-ijs door toedoen van klimaatverandering blijft de belangrijkste bedreiging voor de soort, maar er zijn – zoals dit onderzoek laat zien – grote verschillen omtrent waar en wanneer de effecten van verlies aan zee-ijs optreden,” aldus Regehr. “Sommige subpopulaties nemen in omvang af, terwijl anderen het nu nog goed doen.”

Hier zie je het leefgebied van de Tsjoektsjenzee-ijsberen. Afbeelding: Regehr et al. / Scientific Reports.

De verschillen
Het succes van de Tsjoektsjenzee-populatie is voor een groot deel te herleiden naar het feit dat het een zeer vruchtbare zee is. “Het grootste deel van de Tsjoektsjenzee is ondiep en er welt water op dat afkomstig is uit de Stille Oceaan en rijk is aan voedingsstoffen. Dat vertaalt zich naar een hoge biologische productiviteit en – en dat is belangrijk voor de ijsberen – veel zeehonden.” Onderzoek naar die zeehonden heeft uitgewezen dat ze goed doorvoed zijn en zich ook prima voortplanten. Het is een dag en nacht verschil met de Beaufortzee waar je veel minder dieren en dan in het bijzonder ook veel minder zeehonden ziet.

Walvissen
Wat ook in het voordeel is van de ijsberen die op en nabij de Tsjoektsjenzee actief zijn, is dat er veel walvissen passeren en het regelmatig voorkomt dat een dode walvis aanspoelt. De ijsberen verorberen die dan. En met name in de zomer – als het zee-ijs smelt en een deel van de Tsjoektsjenzee-ijsbeerpopulatie op het land moet wachten tot de zee weer bevriest – zijn walvissen een welkome bron van voedsel.

Regehr en collega’s schatten dat de Tsjoektsjenzee-populatie in totaal uit zo’n 3000 ijsberen bestaat, zo meldt het blad Scientific Reports. De geboortecijfers zijn goed en de jonge ijsberen hebben goede overlevingskansen. Het lijkt er al met al best rooskleurig uit te zien. Maar het is slechts een momentopname, zo waarschuwt Regehr. “De resultaten zijn voor nu goed nieuws, maar dat betekent niet dat smeltend zee-ijs geen probleem is voor ijsberen nabij de Tsjoektsjenzee. IJsberen hebben ijs nodig om op zeehonden te jagen en naar verwachting zal het ijs af blijven nemen tot het onderliggende probleem van klimaatverandering is aangepakt.”