Onderzoeker Simon Chapman van de universiteit van Sydney komt met een wel heel rigoureus idee om mensen van het roken af te helpen. Hij wil dat rokers een vergunning moeten hebben om sigaretten te kunnen aanschaffen. Maar is zo’n license to smoke wel een goed idee?

“Tabak blijft jaarlijks miljoenen mensen wereldwijd het leven kosten en in sommige landen neemt het gebruik alleen maar toe,” zo schrijft Chapman in het blad PLoS Medicine. Hij pleit daarom voor een nieuwe, creatieve en radicale aanpak van het probleem. En creatief en radicaal is zijn idee zeker.

De vergunning
Chapman wil dat rokers een vergunning moeten aanvragen om te mogen roken. Alleen met zo’n vergunning kunnen ze dan vervolgens sigaretten aanschaffen. Hierdoor wordt de drempel om te roken iets hoger (de vergunning kost geld) en wordt ook de toegang tot sigaretten beperkt. Voordat mensen de vergunning krijgen, moeten ze een soort examen afleggen waaruit blijkt dat ze weten welke risico’s aan roken verbonden zijn. Ook kan aan de vergunning een limiet worden verbonden (bijvoorbeeld: maximaal één pakje sigaretten per dag).

De vragen

Zoals gezegd wil Chapman dat mensen die willen beginnen met roken en hun eerste vergunning aanvragen, goed weten waar ze aan beginnen. Daarom stelt hij een soort toets voor met vragen waar de niet-rokers met de ambitie om te gaan roken antwoord op moeten geven. Vragen die hij daarin terug zou willen zien, zijn bijvoorbeeld: Als 100 mensen de diagnose longkanker gesteld krijgen, van hoeveel van die 100 mensen mogen we dan verwachten dat ze over vijf jaar nog leven? En: Hoeveel langer leven niet-rokers gemiddeld in vergelijking met mensen die een lange tijd hebben gerookt? En: Hoeveel kankerverwekkende stoffen zitten er in sigarettenrook?

Op recept
Chapman vergelijkt de vergunning met een recept dat u van de dokter krijgt en waarmee u uw medicijnen bij de apotheek op kunt halen. “Om aan medicijnen te komen, moeten patiënten naar de dokter en soms moeten ze geld betalen voor dat consult en als ze een medicijn nodig hebben, bezoeken ze de apotheek. Daar betalen ze opnieuw om een beperkte voorraad medicijnen te krijgen, soms met herhaalrecept. Daarna moeten de patiënten terug naar de dokter als ze meer medicijnen nodig hebben (…) Het systeem wordt gezien als een verstandig systeem dat ontwikkeld is om misbruik van medicijnen te voorkomen en te verzekeren dat toegang tot de medicijnen in het belang van de gezondheid van de patiënt in de gaten wordt gehouden.” Hoe anders gaat dat – tot grote verontwaardiging van Chapman – met sigaretten. “Tabaksproducten mogen door iedereen worden verkocht. (…) In tegenstelling tot voorgeschreven medicijnen kunnen rokers een ongelimiteerde hoeveelheid tabak kopen. In veel landen mogen sigaretten niet aan minderjarigen worden verkocht, maar overtreders worden zelden vervolgd en verkoop van sigaretten aan kinderen is heel normaal. In tegenstelling tot de zeer gecontroleerde manier waarop we mensen toegang geven tot levensreddende en gezondheid bevorderende medicijnen, regelen we de toegang tot producten die ongeveer de helft van alle gebruikers uiteindelijk doden, zo.” Chapman wil van de verkopers van tabak dus een soort apothekers maken. Alleen mensen met een recept (vergunning) mogen sigaretten kopen en de hoeveelheden staan vast. Verkopers die meer tabak verkopen dan de vergunning toestaat, lopen het risico niet langer tabak te mogen verkopen, zoals apothekers niet meer medicijnen mogen uitgeven dan artsen voorschrijven.

Geld
De vergunning kost geld. “Niet te weinig, maar ook geen astronomische bedragen. Net genoeg om rokers aan het denken te zetten over de vraag of ze wel of niet een nieuwe vergunning gaan aanvragen.” Er zijn ook verschillende vergunningen. Zo is er een vergunning voor de consumptie van tien sigaretten per dag. Die zou per jaar bijvoorbeeld 100 dollar kosten. Wie meer wil roken, moet ook een duurdere vergunning aanschaffen.

Foto: Ryon Edwards (cc via Flickr.com).

Dankbare roker?
Rokers gaan door het idee van Chapman wellicht op hun achterste poten staan. Toch denkt hij er de meeste rokers een plezier mee te doen. “Negentig procent van de rokers heeft spijt ooit te zijn begonnen met roken en veertig procent probeert elk jaar weer te stoppen, in de meeste gevallen lukt dat niet. Veel rokers staan achter het beleid met betrekking tot het beperken van het gebruik van tabak, zoals hogere belastingen op tabak en rookverboden, omdat ze denken dat zulke maatregelen ze helpen om te stoppen met roken of minder te gaan roken. Het is waarschijnlijk dat sommige rokers deze mogelijkheid (de vergunning, red.) aangrijpen om een vergunning te nemen waarmee ze minder mogen roken dan normaal, in een poging hun dagelijkse consumptie te verminderen.” En eerst minder gaan roken is de beste manier om uiteindelijk te stoppen, zo blijkt uit onderzoek.

Tegenstanders
Lang niet iedereen ziet iets in de ideeën van Chapman. Zo kan Jeff Collin van de universiteit van Edinburgh er niet enthousiast van raken. Zijn argumenten tegen zo’n vergunning beschrijft hij in het blad PLoS Medicine. Hij erkent dat roken nog steeds een groot (en in sommige landen groeiend) probleem is. Ook vindt hij het net als Chapman absurd dat het zo gemakkelijk is om aan sigaretten te komen. Maar een vergunning? Collin wijst erop dat rokers door toedoen van een vergunning in een hokje worden geplaatst. Gemarginaliseerd worden, weggezet worden als ‘geregistreerde verslaafden’. Het werkt stigmatiserend, doordat rokers aangevallen worden op hun keuzes en het gevoel krijgen gestraft worden. Ook heeft Collin er moeite mee dat de (dure) vergunning – net als vrijwel alle andere maatregelen die worden genomen om mensen te laten stoppen of minderen met roken – de arme mensen het hardst raakt. In de ogen van Collin schiet de maatregel aan belangrijke doelen voorbij. “Een beweging richting een samenleving zonder tabak zou de sociale factoren die invloed hebben op de gezondheid en gelijkheid en sociale rechtvaardigheid promoten, hierbij moeten betrekken. Het voorstel om een vergunning voor rokers in te stellen, moeten we dan ook verwerpen, aangezien het die uitdaging niet aan kan.”

Dat roken een serieus probleem is dat om een serieuze oplossing vraagt, moge duidelijk zijn. Maar of de vergunning de creatieve oplossing is waar beleidsmakers al jaren naar zoeken? Naast de tegenargumenten die Collin aandraagt, zullen beleidsmakers bij het implementeren van zo’n vergunning ook nog tegen genoeg praktische probleempjes oplopen. Want kan zo’n vergunning ooit helemaal waterdicht zijn? En als het allemaal al werkt, zoals Chapman het voor zich ziet, heeft de vergunning dan inderdaad invloed op hoeveel mensen roken?