gnoe

Voor het eerst hebben wetenschappers dierenpopulaties geteld door satellietbeelden te gebruiken. Door de hoge resolutie van satellietfoto’s kunnen deze populaties vrij nauwkeurig in kaart worden gebracht.

Het is belangrijk om de populaties van wilde dieren in de gaten te houden. Balanceert een soort op het randje van de afgrond? Of zijn er voldoende leden voor het voortbestaan van de dieren? Op dit soort vragen geven tellingen antwoord.

Het klinkt logisch om populaties in kaart te brengen met satellietbeelden, maar toch wordt het tellen door mensen op locatie gedaan. Het is namelijk vrij lastig om satellietbeelden te gebruiken om dieren te identificeren. Een dier op een satellietfoto is niet veel groter dan een paar pixels. Daarnaast is het soms bewolkt, waardoor het zicht op kuddes wordt ontnomen.

Succesvolle telling
Wetenschappers van de universiteit Twente tonen in een paper in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS One aan dat zij er wel in slaagden om populaties nauwkeurig te meten met satellietbeelden. De onderzoekers telden dieren in de open savanne van het nationaal park Masai Mara in Kenia. “Dit kan dankzij de hoge beeldresolutie, snellere computerverwerking en beeldanalyse en sterke verbetering van algoritmen”, vertelt wetenschapper dr. Tiejun Wang.

Tellingen wijken nauwelijks af
Yang en zijn collega’s ontwikkelden een classificatiesysteem voor satellietbeelden met een hoge resolutie, dat pixels op de beelden identificeert die overeen kunnen komen met dieren. Vervolgens achterhalen de onderzoekers met behulp van beeldanalysetechnieken in welke gevallen het inderdaad om dieren gaat en in welke gevallen niet. “De tellingen met onze nieuwe methode weken met gemiddeld 8,2 procent af van de handmatige tellingen”, onthult Wang. ” Vervolgonderzoek is nodig om de telling nog nauwkeuriger te maken. Onze methode kan nog niet de verschillende diersoorten onderscheiden, ook daar is vervolgonderzoek voor nodig. Toch zijn we erg blij met deze eerste resultaten, onze methode blijkt een nuttig instrument en veel goedkoper en minder arbeidsintensief dan traditionele methoden.”