Pinguïns blijken behoorlijk wat lachgas te produceren. En die ontdekking ging wetenschappers niet in de koude kleren zitten…

Het leek een behoorlijk fascinerend idee: de guano – gedroogde uitwerpselen – van pinguïns uitpluizen. Maar in werkelijkheid viel het vies tegen. Want pinguïns blijken via die uitwerpselen enorme hoeveelheden distikstofmonoxide – in de volksmond ook wel lachgas genoemd – uit te stoten. “Na een paar uur in guano te hebben rondgeneusd, ben je helemaal koekoek,” vertelt onderzoeker Bo Elberling, verbonden aan de universiteit van Kopenhagen. “En je gaat je ziek voelen en krijgt hoofdpijn.”

Hoge uitstoot lachgas
Maar Elberling en collega’s zetten door. En het resulteert in een fraaie studie, die deze week is gepubliceerd in het blad Science of the Total Environment. Het onderzoek onthult wat de onderzoekers aan den lijve ondervonden; pinguïns stoten – geholpen door bacteriën – enorme hoeveelheden lachgas uit. “Pinguïnpoep resulteert in significant grotere hoeveelheden distikstofmonoxide rondom de pinguïnkoloniën,” aldus Elberling. “De hoogst gemeten uitstoot is zo’n 100 keer hoger dan op een recent bemeste Deense akker. Het is echt intens – niet in de laatste plaats, omdat distikstofmonoxide 300 keer vervuilender is dan CO2.”


Het onderzoek
De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van onderzoek op Zuid-Georgia, waar koningspinguïns zich in enorme koloniën ophouden. Ze brengen hun dagen door met het verzorgen van hun jongen en het eten van krill – garnaalachtige zeedieren – inktvissen en vis. Maar alles wat erin gaat, moet er ook weer uit. En dus is op het eiland ook behoorlijk wat pinguïnpoep te vinden.

Bodembacterie
Maar hoe worden er in zo’n kolonie nu precies zulke hoge concentraties lachgas gefabriceerd? Elberling en collega’s hebben dat natuurlijk uitgezocht. En het blijkt te herleiden te zijn naar het favoriete maaltje van de pinguïns én bacteriën die in de bodem leven. Pinguïns zijn gek op vis en krill. Beide lekkernijen bevatten van nature veel stikstof. Zodra pinguïns hun buikjes vol hebben gegeten en zich ontlasten, komt de stikstof via hun uitwerpselen in de bodem terecht. En daar wordt het door bacteriën omgezet in distikstofmonoxide. “Het is duidelijk dat de concentratie distikstofmonoxide heel hoog ligt op plekken waar pinguïns – en dus guano – te vinden zijn en lager ligt op plaatsen waar ze zich niet ophouden,” aldus Elberling.

Impact op omgeving
Distikstofmonoxide heeft niet alleen een opmerkelijk effect op de gesteldheid van de mens, maar is ook een potent broeikasgas. Volgens Elberling is het echter veel te kort door de bocht om pinguïns deels de schuld te geven van de opwarming waar de aarde nu mee geconfronteerd wordt. “De distikstofmonoxide-uitstoot is in dit geval niet groot genoeg om van invloed te zijn op het energiebudget van de aarde.” Wel drukken de pinguïns met hun uitstoot van distikstofmonoxide een stempel op hun directe omgeving. “Onze resultaten leveren meer inzicht op over hoe pinguïnkoloniën hun omgeving beïnvloeden,” bevestigt Elberling. “En dat is interessant, omdat koloniën over het algemeen meer en meer wijdverspreid raken.” Het laatste is te herleiden naar het feit dat pinguïns zich naar verwachting zullen verspreiden over het toenemende aantal kustgebieden dat door toedoen van de opwarming van de aarde ijsvrij wordt.


Begin dit jaar is Elberling opnieuw naar pinguïnkoloniën afgereisd om uitwerpselen te onderzoeken. Dit keer gingen er toeristen mee, die tijdens hun vakantie vrijwillig pinguïnpoep verzamelden. De resultaten van deze studie worden later verwacht. Maar ze lijken in lijn te zijn met wat Elberling en collega’s eerder zagen. “Onze voorlopige resultaten bevestigen dat pinguïns grote hoeveelheden broeikasgassen uitstoten,” aldus Elberling.