HepatitsBHet hepatitis B-virus waart al meer dan 400 jaar op aarde rond. Tot op heden is het de mensheid nog niet gelukt om het hepatitis B-virus onder controle te krijgen. Maar nu lijkt eindelijk een oplossing voorhanden te zijn. Een onderzoeksteam binnen het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam lijkt een doorbraak te hebben gevonden die kan leiden tot genezing van Hepatitis B.

Hepatitis B is een virus dat leverontsteking kan veroorzaken en kan leiden tot leverkanker en blijvende schade aan de lever. Hepatitis B wordt ook wel een silent killer genoemd. Een persoon kan er jaren mee rondlopen zonder te weten dat hij of zij het virus bij zich draagt. Volgens een schatting van het vroegere Nationaal Hepatitis Centrum zijn ongeveer 60.000 Nederlanders besmet, waarvan een groot deel geen weet heeft van de infectie. Elk jaar overlijden er 600 mensen aan. Hoewel het percentage in Nederland laag ligt, is het hepatitis B-virus een gezondheidsprobleem in de gehele wereld. Naar schatting is ongeveer twee miljard van de wereldbevolking in aanraking gekomen met het virus. Ongeveer 400 miljoen mensen zijn ook daadwerkelijk chronisch geïnfecteerd, waarvan er jaarlijks één miljoen sterven aan de gevolgen van Hepatitis B.

1855, Bremen

In 1885 werd in Bremen een aantal gevallen van ‘serumhepatitis’ beschreven nadat aan arbeiders het pokkenvaccin was toegediend. Pas in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ‘serumhepatitis’ en ‘besmettelijke geelzucht’. Op zoek naar genetische verschillen vonden wetenschappers in 1965 een bijzonder eiwit in het bloed van Aboriginals dat ze het ‘Australië-antigeen’ noemden. Dit bleek later het hepatitis B-surface antigeen (HBsAg) te zijn. Dat het virus al langer op aarde bestaat, blijkt na de vondst van een gemummificeerd kind met een unieke variant van het hepatitis B-virus. De mummie stamt uit de zestiende eeuw.

Chronisch
Hepatitis B kan in twee vormen voorkomen: als een acute infectie of als een chronische infectie. Na een infectie wordt het immuunsysteem aan het werkt gezet. 95 procent van de geïnfecteerden herstelt volledig binnen enkele weken tot maanden. Het herstel kenmerkt zich door het ontwikkelen van immuniteit gericht tegen het virus. De overige vijf procent, de mensen met een slechte afweerreactie, ontwikkelt in de loop van de tijd een chronische infectie. Bij deze mensen weten sommige virussen zich via allerlei trucjes aan het immuunsysteem te onttrekken, waardoor de afweer niet goed werkt. “Waarom de ene persoon chronisch geïnfecteerd wordt en de ander niet is nog niet bekend,” zegt Henk Reesink internist-hepatoloog in het AMC in Amsterdam.

Besmetting
Waarom is het virus zo gevaarlijk en hoe kan een persoon geïnfecteerd raken? Het hepatitis B-virus wordt van mens op mens overgedragen door blootstelling aan geïnfecteerd bloed of lichaamsvloeistoffen die bloed bevatten. Het virus kan buiten de mens enige tijd overleven. Chronische hepatitis B komt het meest voor in Zuidoost-Azië, China, Afrika en het gebied rond de Amazone in Zuid-Amerika. In landen waar chronische hepatitis B veel voorkomt, raken veel mensen geïnfecteerd door verticale transmissie. Dat wil zeggen dat het virus van moeder op kind wordt doorgegeven. In Noord-Amerika, Noord- en West-Europa en Australië komt de ziekte het minst voor en wordt het vooral gezien bij immigranten en de zogenaamde risicogroepen zoals drugsgebruikers, mensen met veel wisselende seksuele partners en homoseksuelen. Welvarende landen houden het virus in de hand door geïnfecteerde patiënten goed te controleren en zo nodig te behandelen. Ook een een goed vaccinatieprogramma voorkomt de besmetting met het virus. Zo worden in Nederland alle zwangere vrouwen getest op hepatitis B virus en de kinderen van geïnfecteerde moeders direct bij de geboorte gevaccineerd, waardoor geen verticale transmissie optreedt. Een algeheel vaccinatie programma voor alle pasgeborenen is sinds enkele jaren in Nederland ingevoerd.

Virus

Virussen zijn kleine organismen van ongeveer 15 tot 300 nanometer in diameter. Een virus bestaat uit twee vaste onderdelen: het nucleïnezuur en de capside (eiwitmantel). Virussen kunnen leiden tot een milde of ernstige vorm van ziektes zoals griep en HIV/AIDS. Virussen worden niet als organismen gezien, omdat ze niet de kenmerken van leven vertonen. Om zich te kunnen vermenigvuldigen, heeft een virus een gastheercel nodig. Het virus dringt de gastheercel binnen en laat zijn DNA of RNA uit het nucleïnezuur naar binnen. Dit zorgt ervoor dat het virus de leiding overneemt en nieuwe virussen aanmaakt via eiwitsynthese. Na verloop van tijd breekt het virus uit de cel. Voor de overgenomen cel betekent het einde oefening. Virussen zorgen voor de afbraak van cellen en is daardoor erg schadelijk voor ons lichaam.

Complexe behandeling
De behandeling van hepatitis B is complex en verschillend per persoon. De specialist in het ziekenhuis bepaalt de behandeling op basis van leverfuncties, de mate van ontsteking en bindweefselvorming in de lever, het type virus, de klachten, het resultaat van eventuele eerdere behandeling en persoonlijke factoren. Een behandeling vindt plaats wanneer iemand aan de chronische vorm van hepatitis B lijdt. Het doel van de behandeling is het verminderen van de viral load. Dit is een maat voor de ernst van een virale infectie. Iemand heeft een hoge viral load wanneer de hoeveelheid HBV-DNA, het genetische materiaal dat de blauwdruk van het virus draagt, in het bloed hoog is. Er zijn twee standaard behandelingen: de ene bestaat uit het dagelijks slikken van een pil die het virus onderdrukt (zogenaamde nucleoside of nucleotide analogen). Deze medicatie moet dan jarenlang, misschien levenslang ingenomen worden en kent weinig bijwerkingen. De andere is met injecties (peg-interferon) die wekelijks gedurende een jaar worden toegediend. Interferon stimuleert de afweer reactie van de patiënt waardoor het lichaam zelf het virus onderdrukt. Deze behandeling kent veel bijwerkingen en kan daarom maar tijdelijk gegeven worden.

Onderzoek
“De reactie op de standaardbehandeling is wisselend en dat wordt mogelijk veroorzaakt door het virale genotype en de erfelijke kenmerken van de persoon die besmet is met het hepatitis B-virus.” In 2011 werd in het Academisch Medisch Centrum, onder leiding van Reesink, al een eerste stap gezet naar een betere behandelmethode. De onderzoekers behandelden ongeveer honderd chronische hepatitis-B-patiënten met een combinatie van peg-interferon en adefovir (nucleotide analoog), dit in tegenstelling tot de huidige standaardbehandeling die bestaat uit peginterferon of een nucleotide analoog zoals adefovir. Na toediening van deze medicijnencocktail werden de patiënten getest op de viral load, ofwel de hoeveelheid DNA van het hepatitis B-virus, en HBsAg (Hepatitis B surface Antigen). HBsAg is een eiwit van mantel van het virus en is het eerste antigeen dat gedetecteerd kan worden tijdens een infectie. Uit het onderzoek bleek dat bij vijftien tot twintig procent van de patiënten het virus was geklaard. Ter vergelijking: bij een reguliere behandeling met peg-interferon is dat slechts twee tot drie procent en met nucleotide analogen nog lager. Een subgroep van de patiënten – zij die het hepatitis e antigeen missen en die voor de behandeling een laag HBsAg-gehalte in het bloed hadden – bleek een significant hogere kans te hebben om het virus kwijt te raken en te genezen van chronische hepatitis B. Dat was nog nooit aangetoond. Hierdoor is het mogelijk in de toekomst patiënten te selecteren die een hoge of een lage kans zullen hebben om met een dergelijke combinatiebehandeling te genezen.

Het medisch centrum is opnieuw gestart met een vergelijkbaar onderzoek. De eerste resultaten worden in 2015 verwacht. “Belangrijk is dat we een beter beeld krijgen van de kenmerken van het virus en de patiënt om een goede of slechte uitkomst van de behandeling te voorspellen.” Het onderzoek is wederom gericht op een behandeling met een combinatie van antivirale middelen (nucleotide analogen) en medicijnen die het afweersysteem beïnvloeden (interferon). “Sinds februari 2000 bestaat er een standaardbehandeling voor hepatitis C die bij vijftig tot tachtig procent van de patiënten erin slaagt het virus blijvend uit te roeien. De Hepatitis C-virusinfectie zal daarom binnenkort onder controle zijn. In het geval van Hepatitis B is het nog te hoog gegrepen, maar de bedoeling is dat wij dit in de toekomst wel gaan bereiken.”