Wetenschappers hebben achterhaald hoe slangen uit het geslacht Chrysopelea er in slagen om te vliegen. De slangen leven in het zuiden van het werelddeel Azië en zweven daar van boom tot boom. Zo kunnen de dieren al vliegend een afstand van wel 24 meter overbruggen. Hoe? Door slim gebruik te maken van de krachten die ze tot hun beschikking hebben.

De onderzoekers legden de vlucht van de slangen vast op camera en analyseerden hoe de dieren het voor elkaar kregen. “De slang trotseert de zwaartekracht niet en doet ook niet iets heel geks,” vertelt onderzoeker Jake Socha. “Het is de omvang van de krachten die wat verrassend zijn.”

Lanceren
Socha en zijn collega’s namen enkele slangen mee en lanceerden ze van zo’n veertien meter hoog. Tijdens de vlucht werd elke beweging tot in detail vastgelegd. Daaruit rolt een wiskundig model dat verklaart hoe de slang het doet.

Opwaarts
“De slang creëert een liftkracht door een combinatie van zijn platte lijf en de hoek waarmee hij in de luchtstroom belandt.” Voor de slang van een boomtak afspringt, vormt hij met zijn lichaam een soort ‘J’. “De slang wordt omhoog gedrukt, zelfs wanneer deze naar beneden beweegt, doordat de opwaartse component van de aerodynamische kracht groter is dan het gewicht van de slang.” De slang valt dus nooit direct naar beneden, maar glijdt als het ware door de lucht heen.

WIST U DAT…

…een python er 132 uur over doet om een rat te verteren?

Omhoog?
“Dat betekent hypothetisch gezien dat het dier, wanneer hij dit vast zou houden, uiteindelijk omhoog zou bewegen. En dat is best indrukwekkend voor een slang. Maar uit onze modellen blijkt dat het effect slechts tijdelijk is en dat de slang uiteindelijk de grond raakt.”

Het model verklaart ook hoe andere diersoorten – zoals zoogdieren, kikkers, hagedissen, slangen, mieren en vissen – erin slagen om te vliegen. In de toekomst kan het onderzoek leiden tot energiezuinige, kleine vliegtuigjes die het kunstje van deze hoogvliegers na-apen.

Een vliegende slang. Foto: Jake Socha