Wetenschappers van de University of South Florida hebben ontdekt dat een tweede, vrijwel onzichtbare oliepluim zich in de Golf van Mexico ophoudt. De pluim bevindt zich onder het oppervlak en is zo’n tien kilometer groot. Op sommige plaatsen reikt de pluim maar liefst tot drie kilometer diep.

De onderzoekers maken zich zorgen over de mogelijke gevolgen van deze tweede oliepluim. De olie kan wel eens zeer geconcentreerd zijn en dieren en planten in de zee letterlijk vergiftigen. Het gebied waarbinnen de oliepluim zich uitstrekt, wordt onder meer bewoond door de blauwvintonijn, zwaardvis, zeebaars en koningsmakreel. Als deze dieren door de olie worden aangetast dan is dat een ramp, zo menen experts.

De vissen maken namelijk deel uit van de voedselketen van andere dieren, waardoor de olie zich als een soort epidemie door het zeeleven kan verspreiden en het hele ecosysteem op losse schroeven komt te staan. Bovendien zorgt dat ervoor dat de effecten van de olieramp geen maanden, maar jaren voelbaar blijven.

De grote vraag is nu waar deze oliepluim naartoe gaat. De olie kan steeds dichter naar de kust toe gaan bewegen en uiteindelijk op de stranden van Florida boven water komen.

Het is nog onduidelijk wat ervoor gezorgd heeft dat de olie zo diep en ver kan strekken. Wellicht spelen de chemicaliën die BP gebruikt om de olie op te ruimen een rol. Normaal worden deze stoffen alleen op de olievlek aan het oppervlak aangebracht, maar BP liet ze zodra de olie uit het lek kwam los. Dat is nog nooit eerder gedaan en kan nu dus een fatale fout blijken. BP heeft dan ook de opdracht gekregen op zoek te gaan naar andere bestrijdingsmiddelen.