Dit is de beste kaart die we van ‘de achterkant’ van Pluto hebben. En hier moeten we het in ieder geval de komende decennia mee doen.

Je kunt het je al bijna niet meer voorstellen. Maar voordat New Horizons zich in 2015 in de buurt van Pluto waagde, hadden we eigenlijk geen flauw idee hoe de dwergplaneet eruit zag. Tijdens een scheervlucht bracht New Horizons daar voorgoed verandering in; de sonde onthulde – tot in detail – hoe het oppervlak van de dwergplaneet eruit zag. En dat oppervlak bleek veel spannender te zijn dan onderzoekers ooit hadden durven dromen. Zo zagen we op close-up beelden bergen, gletsjers, kliffen en zelfs enorme ijsvlakten.

De ‘voorzijde’ van Pluto. Afbeelding: NASA / APL / SwRI.

Wat je bijna zou vergeten, is dat dat alles zich op slechts één helft van Pluto bevond. Want doordat de dwergplaneet vrij traag roteert – Pluto doet er iets langer dan zes aardse dagen over om een rondje rond zijn as te draaien – kon New Horizons tijdens zijn scheervlucht slechts één zijde van de dwergplaneet in detail bekijken. De achterkant van Pluto hebben we dus niet in detail gezien.


De achterkant
Maar op basis van beelden die New Horizons voorafgaand aan de scheervlucht langs Pluto van de dwergplaneet maakte, zijn onderzoekers er nu toch in geslaagd om een vrij gedetailleerde kaart van de achterkant van Pluto te maken. “De achterkant van Pluto is de kant die tijdens de scheervlucht niet op New Horizons gericht was,” zo legt onderzoeker Kirby Runyon aan Scientias.nl uit. “Enkele dagen voor de scheervlucht was deze zijde van Pluto echter wel op New Horizons gericht.” En toen heeft New Horizons verschillende foto’s van deze ‘achterkant’ gemaakt. “De beelden hebben een veel lagere resolutie dan de beelden die we van de voorkant hebben, maar ze zijn nog steeds veel beter dan de beelden die vanaf of nabij de aarde, onder meer door ruimtetelescoop Hubble, van Pluto zijn gemaakt.” In eerste instantie leken die beelden met een lage resolutie die New Horizons ons voorschotelde niet zoveel te kunnen vertellen. Maar daar is de afgelopen jaren verandering in gekomen, legt Runyon uit. “Doordat we de geologie aan de voorzijde van Pluto nu beter begrijpen, kunnen we toch afleiden wat de wazig uitziende landvormen kunnen zijn.”

Geen hart
Vaststaat dat de achterzijde van Pluto zich onderscheidt van de voorzijde, die New Horizons dus in detail heeft bekeken. We vroegen Runyon welke verschillen hem het meest zijn opgevallen. “De achterzijde lijkt niet zo’n grote stikstofafzetting als Sputnik Planitia (zie kader, red.) te bezitten.”

Sputnik Planitia
Het is misschien wel de meest kenmerkende landvorm op heel Pluto: het hartvormige gebied Tombaugh Regio. Het westelijke deel ervan wordt aangeduid als Sputnik Planitia en is een voornamelijk met stikstofijs gevuld bekken.

“Wat ook opvalt, is dat de donkere ‘maculae’ er aan de voorzijde iets anders uit lijken te zien.” Zo lijken de donkere vlekken op de achterzijde van Pluto wat kleiner te zijn. Ook is er binnen de maculae aan de achterzijde van Pluto meer variatie als je kijkt naar hun albedo (reflecterend vermogen).


Schubben
Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Zo zien we aan de achterzijde van Pluto ‘geschubde’ landschappen, die eerder ook aan de voorzijde zijn aangetroffen. Aangenomen wordt dat de schubben penitenten zijn: ijspieken die onder specifieke omstandigheden ook op aarde kunnen ontstaan. Maar waar penitenten op aarde hooguit enkele meters hoog zijn en vrij dicht op elkaar staan, lijken ze op Pluto wel 500 meter hoog te kunnen worden en soms kilometers van elkaar verwijderd te zijn. Een ander belangrijk verschil is dat de ijspieken op Pluto niet bestaan uit waterijs, maar uit methaanijs.

‘Schubben’ aan de voorzijde van Pluto. Afbeelding: NASA / JHUAPL / SwRI.

Lijnenspel
Wat verder opvalt, is dat er op de achterzijde van de dwergplaneet sprake is van een vrij complex lijnenspel dat mogelijk gelieerd is aan Sputnik Planitia. De lijnen bevinden zich namelijk precies tegenover dit met ijs gevulde bekken, waarvan wordt aangenomen dat het door een flinke inslag is gecreëerd. Die inslag zou – mogelijk middels schokgolven – ook de korst aan de achterzijde van Pluto kunnen hebben verstoord.

Afbeelding: Pluto’s Far Side.

Orbiter
Hoewel de onderzoekers ons zo een vrij gedetailleerd beeld van de achterzijde van Pluto kunnen geven, maakt hun kaart vooral nieuwsgierig, zo moet ook Runyon concluderen. “Het zien van de kaart van de achterkant van Pluto smaakt naar meer. Hoe ziet het er in een hogere resolutie uit?” Een antwoord op die vraag kan nog wel even op zich laten wachten. Er zijn voorzichtige plannen om een orbiter naar Pluto te sturen, maar zelfs als zij doorgang vinden, kan het nog wel enkele decennia duren voordat we een blik kunnen werpen op door deze orbiter gemaakte detailfoto’s van het complete oppervlak van Pluto.

Maar deze orbiter is niet onze enige kans om meer over de achterzijde van Pluto te weten te komen, zo benadrukken de onderzoekers in hun paper. In het volgende decennium worden op aarde verschillende grote telescopen geactiveerd die naar verwachting ook van Pluto redelijk gedetailleerde beelden kunnen maken. Natuurlijk kunnen die beelden nooit op tegen de beelden die New Horizons heeft gemaakt of een toekomstige orbiter kan maken, maar bij gebrek aan beter is het een waardevol vooruitzicht. Zeker omdat deze telescopen vrij regelmatig hun blik op Pluto kunnen richten en dus ook kunnen onderzoeken hoe de dwergplaneet door de seizoenen heen verandert. Deze telescopen kunnen ons naar verwachting dus veel meer over Pluto gaan vertellen. Maar hun ontwikkeling ontslaat ons zeker niet van onze plicht om naar Pluto terug te keren, zo stelt Runyon. Want Pluto is nog een bezoekje waard. “Pluto is – voor zover we weten – de grootste dwergplaneet in de Kuipergordel en dwergplaneten zijn het meestvoorkomende type planeet in het zonnestelsel; momenteel zijn ons bijna 130 dwergplaneten bekend. Dat betekent dat er in ons zonnestelsel veel meer dwergplaneten zijn dan gas- of ijsreuzen of aardachtige planeten. En Pluto kan ons helpen om veel meer over dit meest voorkomende type planeet te weten te komen.”