Van puntig tot rond en van langwerpig tot kegelvormig. Iedere vogel legt weer een ander ei met een unieke vorm. Maar hoe komt het dat deze vormen zo afwijken?

Vandaag concluderen wetenschappers in het wetenschappelijke vakblad Science dat het te maken heeft met hoeveel vlieguren een vogel maakt. De vorm wordt uiteindelijk bepaald door de dikte van het membraan van een ei. De onderzoekers hebben 49.175 eieren van 1.400 vogelsoorten geanalyseerd. Er zijn in totaal zo’n 10.000 vogelsoorten, dus het gaat hierbij om zo’n 14% van alle vogelsoorten. Het gaat hier dus om een zeer omvangrijk onderzoek, waarbij onderzoekers een indrukwekkend aantal eieren hebben geanalyseerd.

Het ei van een murre: kegelvormig, langwerpig en asymmetrisch.

De onderzoekers keken naar twee eigenschappen: hoe asymmetrisch is een ei en hoe ovaalvormig is een ei? Een kegelvormig ei is bijvoorbeeld veel asymmetrischer dan een rond ei. Er blijken veel verschillen te zijn. Zo is het ei van een oeverloper of een murre extreem asymmetrisch door de kegelvorm. Dit geldt niet voor het ei van een kolibrie of hamerhoen. Het topje van zo’n ei is qua vorm gelijk als de onderkant.

De vorm van eieren houdt onderzoekers al jaren bezig. Er zijn allerlei theorieën in wetenschappelijke vakbladen verschenen. Een zo’n theorie: vogels die aan de kust broeden hebben vaker kegelvormige eieren, omdat deze eieren in een klein rondje om de kegel (het zwaartepunt) draaien. De eieren rollen dus minder makkelijk van een klif af. Of een andere theorie: op plekken waar minder calcium aanwezig is, hebben eieren een minder groot oppervlak om zo calcium te besparen. Voor ronde eieren is minder calcium nodig dan voor ovale of kegelvormige eieren.

De wetenschappers hielden met zoveel mogelijk factoren rekening, zoals met de hand-vleugel-index (de verhouding tussen de vogelhand en de hele vleugel), het lichaamsgewicht, de leefomgeving, het aantal eieren in een nest, het nesttype, de locatie van een nest en het dieet van een vogel.

Vliegen
De onderzoekers beweren dat ze de code gekraakt hebben. De lengte van een ei wordt bepaald door het lichaamsgewicht. Logisch. De vorm van ei wordt echter bepaald door hoe asymmetrisch of ovaal een ei is. Een vogel die veel vliegt heeft een slanker lichaam, zodat hij beter gestroomlijnd is. Dit betekent dat er minder ruimte is voor een ei. Deze vogels zijn zo geëvolueerd dat een ei een maximaal volume heeft, terwijl de breedte gelijk is gebleven. Hierdoor zijn de eieren kegelvormiger of ellipsvormiger geworden.

Alle eieren in kaart gebracht.

Hand-vleugel-index
Dit betekent dat de hand-vleugel-index (HVI) veel zegt over de vorm van een ei. Wanneer een vogel een relatief lange hand heeft, heeft het dier een hogere HVI en kan het dier beter vliegen. Heeft een vogel een hogere hand-vleugel-index, dan is is een ei dus asymmetrischer en ovaler.

Membraan
Overigens is er ook een belangrijke rol weggelegd voor het membraan van het ei. Een ei heeft te maken met druk aan de buitenkant door de eileider en druk aan de binnenkant door de inhoud van een ei. De vorm van een ei zorgt voor een perfecte balans. Dit wordt bepaald door het membraan, dus door het dunne vliesje aan de binnenkant van de eierschaal. Dit kun je ook zelf thuis testen. Wanneer je een eierschaal verwijdert, maar het membraan laat zitten, dan behoudt een ei zijn vorm.

Eieren in de geschiedenis
De onderzoekers gaan nu uitzoeken hoe de vorm van de eieren in de geschiedenis is veranderd. Zo kunnen vogels puntige, asymmetrische eieren leggen, terwijl dit niet geldt voor gewervelden. “Wellicht dat de mogelijkheid om te vliegen en puntige eieren ongeveer gelijktijdig zijn geëvolueerd”, zegt onderzoeker Mary Caswell Stoddard van de Princeton-universiteit. “Dit is interessant om verder uit te pluizen.”