Amerikaanse nanowetenschappers hebben een techniek ontwikkeld om piepkleine 3D-structuren in enkele seconden te fabriceren uit biocompatibele hydrogels. Deze techniek kan in de toekomst gebruikt worden om (stam)cellen te laten groeien. En op lange termijn moet het mogelijk zijn om weefsel te printen.

3D-printers bestaan al een tijdje, bijvoorbeeld om auto-onderdelen te printen. Het printen van 3D-microstructuren is een ander verhaal. Het menselijk lichaam is enorm complex. 3D-microstructuren en 3D-nanostructuren moeten dus de details van het menselijk lichaam overnemen. Denk bijvoorbeeld aan het vaatstelsel met ontelbaar veel bloedvaten en haarvaten. Wanneer het niet mogelijk is om bloedvaten te printen, is het onmogelijk om een kunstmatige lever of nier te printen.

DOPsL
Nu is het wetenschappers wel gelukt om een techniek te ontwikkelen om microstructuren te printen. Deze techniek heet Dynamic Optical Projection Stereolithography (DOPsL). De techniek gebruikt een projectiesysteem en microspiegels om een bepaald gebied op een oplossing van fotosensitieve biopolymeren en cellen te belichten. Vervolgens begint er een stollingsproces, waardoor er structuren worden gevormd. Wetenschappers zijn er met deze techniek in geslaagd om ingewikkelde geometrische patronen te printen, die voorkomen in de natuur. En dat in enkele seconden, in tegenstelling tot andere 3D-technieken waarbij het vaak uren kost om ingewikkelde patronen te printen.

Andere ontwikkelingen
3D-printers worden in de toekomst steeds vaker gebruikt in ziekenhuizen. Vorig jaar kondigden wetenschappers aan dat een 3D-printer gebruikt kon worden om botachtig materiaal te ontwikkelen. Het is niet de bedoeling dat het materiaal echte botten gaat vervangen. In plaats daarvan moet het bot helpen om zichzelf te herstellen. Of print u straks uw eigen pillen? De vraag is echter of de farmaceutische industrie hier blij van wordt.