Aangenomen werd dat sponzen zich nauwelijks verroeren. Maar sporen op de zeebodem vertellen nu een heel ander verhaal.

Sponzen worden doorgaans afgeschilderd als vrij primitieve organismen. Ze hebben geen centraal zenuwstelsel en geen organen waarmee ze zich actief van A naar B kunnen verplaatsen. Jonge sponzen willen zich nog weleens door de stroming mee laten voeren, maar zodra een spons zich ergens settelt, komt hij eigenlijk niet meer van zijn plek. Tenminste: dat dachten we.

Sporen in het zand
Want toen onderzoekers zich recent bogen over beelden die vanaf een onderzoeksschip van de zeebodem waren gemaakt, deden ze een opmerkelijke ontdekking. Ze ontdekten in de sedimenten sporen die steevast uitkwamen bij een spons.

En toen de onderzoekers de sporen nog eens onder de loep namen, bleken deze te bestaan uit spicules: een soort uitsteekseltjes die de spons van ondersteuning voorzien. “We concluderen hieruit dat de sponzen zich mogelijk actief over de zeebodem bewegen en daarbij deze sporen achterlaten,” aldus onderzoeker Teresa Morganti.

Niet met de stroom mee
Dat ze zich actief voortbewegen en zich niet zomaar mee laten voeren door de stroming, leiden de onderzoekers af uit het feit dat de sporen in alle richtingen liepen. Bovendien zijn de stromingen op de plek waar de beelden gemaakt waren – in de Arctische Oceaan, op zo’n 350 kilometer afstand van de Noordpool – zo diep niet krachtig genoeg om de sporen te verklaren. Wat verder ook tegen het idee van sponzen die zich passief door stroming of zwaartekracht mee laten voeren, is het feit dat sommige sporen zelfs bergopwaarts gingen!

Vragen
Het onderzoek roept een hoop nieuwe vragen op. Zo is nog onduidelijk waarom de sponzen zich verplaatsen. Misschien zien ze zich genoodzaakt om zich te verplaatsen om aan voedsel te komen. Dat ligt in dit voedselarme gebied namelijk niet voor het oprapen. Een andere mogelijkheid is dat ze zich verplaatsen om hun nageslacht te verspreiden.

Sponzen laten hun sporen achter. Afbeelding: AWI OFOBS team, PS101.

Verlies wordt winst
Wat de reden ook is; de beweging gaat de sponzen niet in de koude kleren zitten. Want ze raken onderweg behoorlijk wat spicules kwijt. Op sommige plekken waren de uit spicules opgebouwde sporen wel enkele centimeters dik en meerdere meters lang! Maar misschien weten de sponzen dat verlies wel om te zetten in winst, zo suggereren de onderzoekers voorzichtig. Mogelijk doet het spoor in een later stadium namelijk weer dienst als een bron van voedsel. Of als een soort kraamkamer; mogelijk kan het nageslacht van de sponzen zich uitermate goed aan de sporen hechten.

Veel beweging
Wat vaststaat, is dat een bewegende spons in ieder geval in het door de onderzoekers bestudeerde gebied geen zeldzaamheid is. Op bijna 70 procent van alle beelden die onderzoekers van de zeebodem maakten, waren door bewegende sponzen achtergelaten sporen te zien. Veel van die sporen zijn mogelijk al heel oud, zo stellen de onderzoekers. “De sporen blijven lokaal mogelijk lang zichtbaar, omdat er weinig sediment wordt afgezet.”

Vervolgonderzoek
Vervolgonderzoek zal uit moeten wijzen waarom de sponzen zich verplaatsen. En hoe ze dat precies doen (zie kader).

Lopen als een spons
Zoals gezegd werd tot voor kort aangenomen dat volwassen sponzen zich nauwelijks meer verplaatsen. Ze hebben er de spieren en organen immers niet voor. Tegelijkertijd zijn onderzoekers er eerder in het laboratorium wel getuige van geweest dat sponzen – die ook in dat lab het levenslicht hadden gezien – zich verplaatsten. De sponzen deden dat door hun spicules stevig in de ondergrond te boren en ze vervolgens weer zo in het lichaam terug te trekken dat het volledige lichaam zich in de richting van de spicules verplaatste. Tijdens die beweging braken de spicules vaak af. Afgaand op de uit stukjes spicules opgebouwde sporen gaan de onderzoekers er dan ook vanuit dat de sponzen in de Arctische Oceaan zich op een vergelijkbare manier verplaatsen. Dat is echter in het wild nog nooit direct waargenomen.

Onderzoekers zijn ook heel benieuwd hoe vaak de sponzen zich verplaatsen. En hoe snel dat gaat. Afgaand op wat ze tot op heden hebben gezien, lijkt die snelheid niet heel hoog te liggen; mogelijk verplaatsen de sponzen zich slechts met enkele centimeters per jaar.