Zitten de Wereldgezondheidsorganisatie en ook ons eigen RIVM er dan toch naast?

Absoluut. Dat stellen 239 onderzoekers in een open brief. Ze rekenen in het epistel genadeloos af met de aanname dat SARS-CoV-2 zich voornamelijk verspreidt door relatief grote druppels die vrijkomen wanneer coronapatiënten bijvoorbeeld hoesten of niezen. En stellen dat ook kleinere druppeltjes – die veel langer in de lucht blijven hangen en veel grotere afstanden af kunnen leggen – het virus kunnen bevatten en overdragen. En daarmee lijkt SARS-CoV-2 dan toch een virus te zijn dat via de lucht overdraagbaar is.

Micro-druppels
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van recente studies, waarin in toenemende mate aanwijzingen wordt gevonden voor zogenoemde ‘aerogene transmissie’. “Onderzoeken door ondergetekenden en andere wetenschappers hebben vastgesteld dat het virus ook wordt uitgeademd in micro-druppels die klein genoeg zijn om in de lucht te blijven hangen en verder te reiken dan 1 tot 2 meter afstand van de geïnfecteerde persoon.”


Autoriteiten
Het staat haaks op wat de gezondheidsautoriteiten al maandenlang stellig beweren. Namelijk dat nieuwe besmettingen voornamelijk ontstaan via de zogenoemde druppelinfectie. Het gaat dan om druppels met een diameter van 5 tot 10 µm die vrijkomen als iemand niest of hoest. Wanneer je die inademt of via contact met besmette voorwerpen of oppervlakken binnenkrijgt, kun je besmet raken. Deze druppels kunnen dus in de lucht hangen. Maar doordat ze relatief groot zijn, blijven ze maar kortdurend zweven en reiken ze niet zover. Door anderhalve meter afstand van elkaar te houden, wordt de kans op een druppelinfectie dan ook enorm verkleind. En door regelmatig je handen te wassen, kun je ook de kans op druppelinfectie via besmette objecten of oppervlakken terugdringen.

Meer maatregelen nodig
Maar nu stellen onderzoekers dus dat er meer dan voldoende bewijs is dat ook kleinere druppels een rol spelen. En juist die kleinere druppels – die ook vrij kunnen komen als iemand praat of gewoonweg ademhaalt – binnenshuis langer in de lucht blijven zweven en grotere afstanden af kunnen leggen. Het betekent heel concreet dat anderhalve meter afstand houden en regelmatig je handen wassen niet afdoende is. “Talloze gezondheidsautoriteiten focussen momenteel op handen wassen, social distancing en waarschuwingen voor druppelinfectie,” aldus professor Lidia Morwaska, expert op het gebied van luchtkwaliteit en gezondheid en initiatiefnemer van de open brief. “Regelmatig de handen wassen en afstand houden, zijn gepaste maatregelen, maar beschermen ons niet voldoende tegen virusbevattende microdruppels die geïnfecteerde mensen in de lucht loslaten.”

Ventilatie
In hun open brief doen de wetenschappers dan ook een dringende oproep aan de autoriteiten om aandacht te gaan besteden aan de micro-druppels en maatregelen te formuleren om deze besmettingsroute te blokkeren. En dat hoeft allemaal niet zo ingewikkeld te zijn, aldus Morwaska. “De maatregelen die genomen moeten worden om besmetting via de lucht te voorkomen zijn: voldoende en effectieve ventilatie in met name openbare gebouwen, de werkomgeving, scholen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen. Aangevuld met zeer efficiënte luchtfiltering en ultraviolet licht dat afrekent met micro-organismen.” Daarnaast is het volgens Morwaska heel belangrijk dat we voorkomen dat heel veel mensen in kleine ruimtes opeengepakt zitten. “Met name in het openbaar vervoer en openbare gebouwden.” Morwaska noemt de adviezen ‘praktisch’ en stelt dat het niet veel geld hoeft te kosten om deze op te volgen. “Zo kan het simpelweg openzetten van zowel ramen als deuren de luchtstroom in veel gebouwen al enorm bevorderen.”


WHO en RIVM
De Wereldgezondheidsorganisatie – en ook ons eigen RIVM – achten besmetting via microdruppels tot op heden niet bewezen. Hoewel het RIVM wel voorzichtig erkent dat er aanwijzingen zijn dat zulke microdruppels een rol kunnen spelen. Het instituut wijst daarbij bijvoorbeeld naar corona-uitbraken onder koren, maar stelt dat meer onderzoek hard nodig is. Tegelijkertijd stelt het RIVM niet te verwachten dat besmettingen via microdruppels heel vaak voorkomen, want “een reproductiegetal van van 2 tot 4 lijkt niet te wijzen op aerogene verspreiding en op een wezenlijke bijdrage aan de directe mens-op-menstransmissie van SARS-CoV-2.”

Andere agenda’s
Maar talloze wetenschappers weten het dus vrijwel zeker: die kleine druppels spelen echt een rol. Ook professor Raina MacIntyre, expert op het gebied van opkomende infectieziekten en verbonden aan de University of New South Wales, is daar vrij zeker van, zo laat ze desgevraagd aan Scientias.nl weten. “Het bewijs dat SARS-CoV-2 zich via de lucht kan verspreiden, stapelt zich op. Er is zelfs een onderzoek dat laat zien dat SARS-CoV-2 langer in de lucht kan blijven hangen dan SARS of MERS.” Maar waarom wil de WHO daar niet aan? Volgens MacIntyre is het te herleiden naar dezelfde redenen die ervoor zorgden dat de instanties ook het bewijs dat asymptomatische coronapatiënten het virus over kunnen dragen, lang negeerden. “Het is niet gebaseerd op wetenschap, maar op andere agenda’s, diepgewortelde overtuigingen en gevestigde belangen in het beschermen van het standpunt dat zorgmedewerkers, als het gaat om talloze ziekten, van griep tot ebola, met mondmaskers voldoende beschermd zijn en het verwerpen van het voorzorgsprincipe.”

Levens redden
Met de open brief hopen onderzoekers de autoriteiten op andere gedachten te brengen, maar bovenal levens te redden. Morawska: “We zijn bang dat mensen denken dat ze volledig beschermd zijn doordat ze de huidige adviezen opvolgen, terwijl er in feite aanvullende maatregelen nodig zijn om de verspreiding van het virus verder te beperken.”

De corona-uitbraak wordt gekenmerkt door wat onderzoekers ‘voortschrijdend inzicht’ noemen. Voortdurend worden er nieuwe ontdekkingen gedaan en komen we meer over het virus en de manieren waarop we het kunnen bestrijden, te weten. En moeten we adviezen of maatregelen herzien. Zo werd in eerste instantie bijvoorbeeld aangenomen dat mensen die (nog) geen symptomen vertoonden, het virus niet konden verspreiden. Maar daar is men op teruggekomen. Of er in reactie op deze open brief ook zo’n ommezwaai volgt, is afwachten. Veel studies naar de verspreiding van SARS-CoV-2 via kleine druppeltjes vinden namelijk in laboratoria plaats. En de grote vraag blijft in hoeverre de omstandigheden in zo’n lab representatief zijn voor de ‘echte wereld’. En toch moeten we iets met de data die in laboratoria vergaard wordt, zo stelt Chad Roy, onderzoeker aan de Tulane University en auteur van een in mei verschenen studie waaruit blijkt dat het coronavirus in kleine druppeltjes tot wel 16 uur in de lucht kan blijven hangen. “Wij zeggen altijd dat data de drijvende kracht achter de conversatie moeten zijn. En dit (de genoemde studie, red.) is een klein stukje van de data die mogelijk kunnen helpen verklaren waarom het virus zich zo verspreidt en zo besmettelijk is.” De open brief zal er dan ook ongetwijfeld voor zorgen dat de discussie over de besmettingsroutes van SARS-CoV-2 weer oplaait. En hopelijk leiden tot nieuwe studies waarmee de discussie beslecht kan worden en we op basis van harde data datgene kunnen doen waar we uiteindelijk allemaal op uit zijn: dit virus de wereld uit helpen.