Als er al een effectieve behandeling gevonden wordt, zal deze zeer waarschijnlijk uit een combinatie van medicijnen bestaan.

Tot die conclusie komen onderzoekers in het British Journal of Pharmacology. “Het is onwaarschijnlijk dat er een wondermiddel voorhanden komt – waarschijnlijk hebben we meerdere medicijnen nodig die in combinatie met elkaar gebruikt worden,” aldus onderzoeker Steve Alexander, verbonden aan de universiteit van Nottingham. “Wat belangrijk is, is dat deze medicijnen goedkoop en gemakkelijk gemaakt kunnen worden. Zo kunnen we ons ervan verzekeren dat mensen er wereldwijd – en niet alleen in de rijkere landen – gebruik van kunnen maken.”

Effectieve behandeling
In het blad stellen Alexander en collega’s verder dat het in dit stadium van de pandemie verstandiger is om te hopen op een effectieve behandeling in plaats van op een vaccin. Want zelfs als onderzoekers op korte termijn een effectief vaccin ontwikkelen, kan het zomaar een jaar of langer duren voor dat ook daadwerkelijk op grote schaal beschikbaar is. Met medicatie kan dat allemaal wat sneller gaan. Zeker als men in de zoektocht naar effectieve medicatie de pijlen richt op middelen die nu reeds worden ingezet om andere ziekten of aandoeningen te bestrijden. “Terwijl we wachten op een vaccin, kunnen we nagaan of medicijnen die nu gebruikt worden om andere ziekten te behandelen, ook COVID-19 kunnen bestrijden,” aldus Alexander.


“Van deze medicatie weten we al dat deze veilig is en dus kan de medicatie – als deze effectief blijkt te zijn tegen COVID-19 – ook vrij snel in gebruik worden genomen,” aldus professor Anthony Davenport, verbonden aan de University of Cambridge.

Wat mag je van een behandeling verwachten?
Nu we steeds meer over SARS-CoV-2 te weten komen, krijgen we ook een steeds beter beeld van hoe we het virus de pas af moeten snijden en wat een effectieve behandeling dus eigenlijk zou moeten doen. “Elk medicijn dat ingezet wordt tegen COVID-19 moet zich eigenlijk richten op drie belangrijke stadia van de infectie,” aldus Davenport. “Allereerst moet het eigenlijk voorkomen dat het virus onze cellen binnen kan dringen, daarnaast moet het voorkomen dat het virus zich – zodra het onze cellen toch weet binnen te dringen – kan vermenigvuldigen en het moet de schade die in onze weefsels – met name in de longen en het hart – ontstaat, beperken.”

ACE2 en TMPRSS2
De onderzoekers stellen heel concreet voor om in de zoektocht naar een effectieve behandeling te focussen op twee eiwitten die zich aan het oppervlak van onze cellen bevinden en waaraan het coronavirus zich bindt alvorens zichzelf toegang te verschaffen tot onze cellen. Het gaat dan om de eiwitten ACE2 en TMPRSS2. Het laatstgenoemde eiwit komt veelvuldig op onze cellen voor. Het eerste wat minder. Bovendien is de mate waarin ACE2 op onze cellen voorkomt onder meer afhankelijk van leeftijd, geslacht en het feit of mensen roken of in het verleden gerookt hebben. De uitdaging is nu om bestaande medicijnen te vinden die juist voorkomen dat het virus zich via deze eiwitten aan onze cellen kan binden. “Aangezien we weten dat deze twee eiwitten een rol spelen in de virusinfectie, kunnen we ons richten op bestaande medicatie die reeds is goedgekeurd of zich in de laatste stadia van klinisch onderzoek bevindt, en kijken of we deze in kunnen zetten tegen COVID-19.”


Haast
Als het gaat om de zoektocht naar bestaande medicijnen die – in combinatie met andere middelen – effectief zijn tegen COVID-19 is haast geboden, zo benadrukken de onderzoekers. Wetenschappers verwachten namelijk dat het aantal besmettingen in de zomer zal afnemen. Dat betekent dat er de komende maanden dus minder coronapatiënten zijn en er dus ook minder mogelijkheden zijn om eventuele medicijnen – die we in de herfst, wanneer een tweede besmettingsgolf verwacht wordt, beschikbaar willen hebben – te testen.

300 studies
Gelukkig wordt er wereldwijd wel hard gewerkt aan effectieve behandelingen en vaak wordt daarbij ook gekeken naar bestaande medicatie. Volgens de onderzoekers lopen er wereldwijd naar schatting meer dan 300 klinische studies. Maar reken er niet op dat dat straks resulteert in een breed scala aan behandelopties; veel van de onderzochte medicijnen zullen gaandeweg afvallen, omdat ze of niet effectief zijn of lastig kan worden vastgesteld hoe ze precies werken of ongewenste bijwerkingen vertonen.

Vaccin
Ondertussen is het natuurlijk ook heel belangrijk dat er gewerkt wordt aan een vaccin. Want dat is op lange termijn de beste strategie. Op korte termijn biedt zo’n vaccin helaas weinig soelaas, zo blijven de onderzoekers benadrukken. “Hoewel er wereldwijd veel vaccins ontwikkeld worden waarvan we hopen dat ze succesvol zijn, duurt het nog wel even voor bewezen is dat ze effectief zijn en op zo’n grote schaal geproduceerd kunnen worden dat ze ook echt een impact gaan hebben,” stelt Alexander.

En ook met het oog op de toekomst is het vinden van antivirale middelen van groot belang. “Vaccins zijn heel specifiek,” vertelt Alexander. “Wat betekent dat het aantal virussen dat ze kunnen neutraliseren, beperkt is. De lessen die we (tijdens de zoektocht naar effectieve medicatie, red.) leren en de medicijnen die we vinden, beschermen ons hopelijk in grotere mate, niet alleen tegen het virus dat COVID-19 veroorzaakt, maar ook tegen de volgende virale dreiging.”