PSYCHOLOGIE  U vindt het credo op armbandjes, boekenleggers en andere gebruiksvoorwerpen. What would Jesus do? Het lijkt voor veel gelovigen een hulp bij het maken van beslissingen. Psychologisch onderzoek ontkracht dat nu. Volgens wetenschapper Nicholas Epley zou de tekst beter plaats kunnen maken voor: What would I do?

Met een combinatie van psychische manipulatie en hersenscans ontdekte Epley dat gelovige Amerikanen op het moment dat ze proberen om Gods wil te doen toch het meest vertrouwen op hun persoonlijke overtuiging. De gelovigen schrijven Gods mening of houding ten opzichte van belangrijke sociale onderwerpen toe en nemen op basis daarvan hun beslissing. Opvallend genoeg komt Gods mening daarbij altijd dichtbij de mening van de gelovige zelf. Het lijkt er dus op dat de gelovige zijn eigen overtuigingen op God projecteert en vervolgens handelt onder het mom van ‘Gods wil’.

De aanname dat religie een morele kompas voor mensen zou zijn en de houding ten opzichte van maatschappelijke kwesties zou bepalen, wordt door dit onderzoek twijfelachtig. Het morele kompas zou wel eens met alle winden mee kunnen draaien. Net hoe de gelovige er zelf over denkt.

De onderzoekers vroegen gelovigen een mening te vormen over een aantal maatschappelijke kwesties zoals de oorlog in Irak en abortus. Daarna werd de mensen gevraagd om Gods mening in deze kwesties te verwoorden. Ook kregen de gelovigen de opdracht om te bepalen hoe andere Amerikanen over de maatschappelijke dilemma’s dachten. Resultaat: de eigen mening kwam in veel gevallen sterker overeen met de mening van God dan met de mening die de onderzochte mensen aan de gemiddelde Amerikaan toedichtten.

Natuurlijk is het mogelijk dat mensen Gods mening als hun mening zien. Om te voorkomen dat dat de resultaten van het onderzoek zou vertroebelen vroeg Epley de vrijwilligers eerst naar hun geloof en overtuiging en daarna pas naar de mening van God en anderen.

Op de hersenscan was duidelijk activiteit te zien als de vrijwilligers naar hun eigen mening en die van God werden gevraagd. Die activiteit vond dan plaats in de prefrontale cortex. Dit deel wordt vooral actief als we onze eigen mening vormen. Bij de vraag wat andere Amerikanen zouden vinden, nam de activiteit hier af.

Genoeg reden voor Epley om een conclusie te trekken. “Mensen gebruiken gelovige leiders als hun morele kompas. Ze vormen indrukken en maken beslissingen gebaseerd op wat zij aannemen dat God als ultieme morele autoriteit zou willen. Het centrale kenmerk van een kompas is dat het altijd naar het noorden wijst, ongeacht welke richting de persoon opkijkt. Dit onderzoek suggereert dat – in tegenstelling tot een echt kompas – aannames over wat God vindt mensen de kant opstuurt waar ze al naartoe keken.”