Zo kan met relatief weinig vaccins een grote slag worden geslagen, denken onderzoekers.

Kun je SARS-CoV-2 bestrijden met een vaccin? Het was een vraag die velen de afgelopen maanden bezighield en vorige week leek deze met een voorzichtig ‘ja’ te kunnen worden beantwoord, toen farmaceut Pfizer aankondigde een kandidaat-vaccin te hebben ontwikkeld dat voor 90 procent effectief is. Dat goede nieuws was nog maar net bezonken of farmaceut Moderna vertelde een vaccin te hebben dat voor 94,5 procent effectief is. En dan dringt zich opeens een heel nieuwe en zeer prangende vraag op. Want als deze vaccins – na nog wat nader onderzoek – straks op de markt komen, wie krijgt ze dan als eerste? Dat is een legitieme vraag, want inmiddels is wel duidelijk dat geen enkele farmaceut kort na goedkeuring van zijn vaccin voldoende doses heeft liggen om elke aardbewoner het vaccin aan te bieden. Zo verwacht Pfizer eind dit jaar 50 miljoen doses te leveren en in 2021 nog eens 1,3 miljard. En Moderna blijft dit jaar hangen op 20 miljoen doses (voor de Amerikaanse markt) en denkt volgend jaar wereldwijd 1 miljard doses te kunnen leveren.

Als eerste
En dus opnieuw de vraag: wie krijgt straks als eerste een uitnodiging om dit vaccin te gaan halen? De meeste landen hebben daar al wel ideeën over. Zo lijken mensen die een groter risico lopen om na infectie door SARS-CoV-2 ernstig ziek te worden, voorrang te krijgen. Denk aan ouderen, maar ook aan mensen met een kwetsbare gezondheid. Daarnaast zou ook zorgpersoneel als eerste recht hebben op het vaccin. En dan? “Waarschijnlijk heb je dan nog een beperkte voorraad over,” stelt onderzoeker Bernard Mans. “Wie ga je dan vaccineren om de pandemie – in afwachting van meer beschikbare vaccins – te beperken en controleren?”


Modellen
Mans en collega’s hebben zich reeds voor de coronacrisis over die vraag gebogen. Daarbij richtten ze zich natuurlijk niet specifiek op SARS-CoV-2 – want het bestaan ervan was nog onbekend – maar op een virus dat zich snel weet te verspreiden via direct contact (bijvoorbeeld een geïnfecteerde die in je gezicht niest) en indirect contact (bijvoorbeeld een geïnfecteerde die voor jou de lift heeft gebruikt) en dus overeenkomsten vertoont met SARS-CoV-2. “En dus relevant is voor COVID-19.”

Impact
Met behulp van een theoretisch model hebben Mans en collega’s verschillende vaccinatiestrategieën getoetst om vast te kunnen stellen welke aanpak de grootste impact heeft op de verspreiding van het virus. En dan steekt er toch één vaccinatiestrategie met kop en schouders boven de rest uit. En dat is de strategie waarin superspreaders – na ouderen en andere risicogroepgevallen en zorgpersoneel – voorrang krijgen. “Van willekeurige vaccinatiestrategieën weten we dat ze slecht werken,” stelt Mans. “Idealiter wil je eerst die mensen vaccineren die met de meeste andere mensen in contact staan en het virus dus sterker kunnen verspreiden.”

Locatie, locatie, locatie
Dat klinkt heel logisch. Maar hoe ga je superspreaders identificeren? “Het probleem van deze strategie – het vaccineren van mensen met meer contacten – is dat het eigenlijk vereist dat je de informatie van al die contacten hebt,” merkt Mans op. “Dat is kostbaar en onrealistisch.” Want mensen vergeten vaak met wie ze allemaal contact hebben gehad of willen die informatie niet delen. “Bovendien vallen indirecte contacten (zoals de eerder aangehaalde liftgebruiker, red.) dan buiten de boot.” En dus hebben de onderzoekers iets anders bedacht. Ze stellen voor om niet te kijken naar individuen, maar naar locaties. “Focussen op de locaties die potentiële superspreaders bezoeken en alle directe en indirecte contacten in het cluster op zo’n locatie vaccineren is de meest effectieve methode,” aldus Mans.


Zes klassen
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van geanonimiseerde gegevens – verzameld in de periode voor de coronacrisis – van 600.000 mensen in Shanghai en Peking die via een messenger-app hun locatie deelden. De onderzoekers analyseerden 56 miljoen bezoeken aan verschillende locaties, die in een tijdvak van 71 dagen plaatsvonden. Op basis van de locatiedata bleken mensen in zes verschillende categorieën te kunnen worden ingedeeld. Hoe hoger de klasse, hoe meer contacten mensen hebben en hoe groter de kans dat ze dienst doen als superspreader. In klasse 1 vinden we bijvoorbeeld mensen die voornamelijk thuis blijven en hooguit naar buiten gaan om een supermarkt te bezoeken. Zij hebben met maximaal vijf mensen contact. In klasse twee vinden we mensen die daarnaast ook een café bezoeken of met de bus reizen en tot wel vijftien mensen ontmoeten. In klasse drie lopen de contacten door bezoekjes aan een park, het kantoor of zwembad op tot 25 personen. Terwijl men in de zesde en hoogste klasse mensen vindt die drukbevolkte plaatsen bezoeken zoals universiteiten, luchtvelden en stadions en daartoe met meer dan 100 mensen contact hebben. De theoretische modellen wezen vervolgens uit dat het vaccineren van potentiële superspreaders – geïdentificeerd aan de hand van de locaties die ze bezoeken – een grote impact heeft op de verspreiding van het virus. “Ons onderzoek laat zien dat als je effectief (en realistisch) wilt vaccineren, de focus niet moet liggen op met wie een superspreader 24/7 in contact is geweest, maar waar deze superspreader is geweest.”

Registreren
Het lokaliseren van mensen hoeft daarbij niet heel lastig te zijn. Zo zou je kunnen denken aan een registratieplicht, zoals de horeca die de afgelopen maanden al kende. Of overheden openstaan voor de suggesties van Mans en zijn collega’s durft de onderzoeker niet te zeggen. “Maar er is al wel nagedacht over het focussen op superspreaders en ons paper bevestigt dat het gebruik van locatiedata net zo effectief kan zijn als het bezitten van informatie over alle contacten.”

Welke vaccinatiestrategie er straks gekozen wordt, zal waarschijnlijk van land tot land en misschien zelfs binnen landen verschillen, omdat elk land en elke regio weer tegen andere beperkingen oploopt. Bijvoorbeeld omtrent distributie en opslag van het vaccin en de beschikbaarheid van artsen of verpleegkundigen die het vaccin mogen toedienen. En geen enkele vaccinatiestrategie zal daarbij in beginsel perfect zijn, zo stelt Mans. “Want idealiter wil je natuurlijk iedereen vaccineren.”