Het wordt steeds drukker hier op aarde. Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om de ruimte te koloniseren. Tijd om te gaan? Of blijven we hier?

In augustus vorig jaar riep Stephen Hawking opeens dat het een goed idee zou zijn als de mens de ruimte zou koloniseren. Er werd hier en daar wat om gelachen, maar wat zijn argumenten betrof: daar was eigenlijk geen speld tussen te krijgen. Hawking wees erop dat de mens de aarde steeds verder uitput en dat er zeker in de toekomst te weinig grondstoffen en voedsel is om in ieders behoefte te kunnen voorzien. En wat als er steeds meer oorlogen ontstaan? Met inzet van biologische wapens of atoombommen kan de mensheid zichzelf wel eens vernietigen. Een plan B is er dan niet, want alle mensen (en hun nageslacht) bevinden zich op één planeet. “We leven in een steeds gevaarlijker wordende periode van onze geschiedenis. De bevolking en ons gebruik van de eindige grondstoffen van deze planeet nemen exponentieel toe. Net als onze technische vaardigheden om het milieu ten goede of ten kwade te veranderen. Onze toekomst ligt in de ruimte.”

Hoe zit dat?

Lees hier van wie de sterren en planeten zijn en wat dat precies inhoudt.

Kinderschoenen
En Hawking is heus niet de enige die er zo over denkt. In 2005 stelde toenmalig NASA-baas Michael D. Griffin nog dat kolonisatie geen keuze, maar een verplichting is. “Er komt nog een massa-extinctie. Als wij mensen nog honderdduizenden of een miljoen jaar willen overleven, dan moesten we andere planeten bevolken.” Hij haastte zich echter te stellen dat de technologie er nog niet helemaal klaar voor is. “Het staat nog in de kinderschoenen.”

Mars? Of de maan?
Inmiddels zijn we zo’n zes jaar verder en nog steeds wonen we met z’n allen op aarde. Maar de wetenschap zit niet stil. Er zijn nog tal van hobbels te nemen voordat de eerste mensen een planeet kunnen gaan koloniseren. De belangrijkste vraag is natuurlijk: waar moeten we heen? Mars is een grote kanshebber. “De planeet heeft ook veel van de geologische processen die hier op aarde mineralen hebben gevormd doorstaan,” legt onderzoeker Edward McCollough uit. Er zijn dus genoeg grondstoffen om er een bloeiende industrie op te zetten. En ook niet onbelangrijk: er is water. De maan wordt ook beschouwd als een potentieel ‘nieuw thuis’. Belangrijkste redenen zijn dat het zo lekker dichtbij is en dat er ook veel grondstoffen voorhanden zijn. Andere kandidaten zijn onder meer asteroïden, Phobos en Titan.

Wonen en werken op de maan? Een impressie van NASA.

Wat eten we vandaag?
Even ervan uitgaande dat het geen probleem is om op deze hemellichamen te komen (een reis naar Mars duurt al snel zo’n 250 dagen!) en te wonen (zuurstof is geen vanzelfsprekendheid op andere planeten), dan blijven er nog genoeg probleempjes over. Want eenmaal op Mars of een andere nieuwe planeet aangekomen, moeten wij mensen ons toch kunnen onderhouden. Voorraden halen op aarde is met deze afstanden tenslotte geen optie. Maar lang niet alle groente is dol op de omstandigheden in de ruimte. Extreme hitte of kou, gewichteloosheid: het gaat ook de sla niet in de koude kleren zitten. Er wordt al hard gewerkt aan manieren om groente toch mee de ruimte in te kunnen nemen. En het is best mogelijk dat zich voor die tijd nog een andere mogelijkheid aandient om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Willy Wonka-kauwgom bijvoorbeeld. Of een voedselprinter die toch al aardig doet denken aan de bekende passage uit Star Trek waarin Jean Luc Picard steevast hetzelfde bestelt: “Tea, Earl Grey, hot.”

Gezocht: werk
In principe hoeven de kolonisten zich absoluut niet te vervelen op andere planeten of asteroïden. Er is werk genoeg. Veel planeten – en ook manen – herbergen namelijk een schat aan grondstoffen die zowel de aardse industrie als die van eventuele nieuwe koloniën lang bezig kan houden. Zo heeft bijvoorbeeld de maan heel wat waterstof en helium-3 weg te geven.

WIST U DAT…

Beschuit met muisjes
Behalve voedsel, huisvesting en werk is ook het nageslacht straks een onmisbare factor in zo’n verre kolonie. Want een kolonie kan alleen groeien en productief blijven als er voldoende kinderen worden geboren. En ook dat is nog een probleempje. Bevruchting in de ruimte is geen probleem. Maar alles wijst erop dat de vruchtbaarheid een heikel punt is. Zowel de gewichteloosheid als de straling tast mogelijk zowel de zaadcellen als de eitjes aan, zo blijkt uit experimenten.

Zo zag NASA het in de jaren '70 voor zich: enorme ruimtestations waar gewerkt en geleefd werd. Afbeeldingen: NASA Ames Research Center

Hotels
Het zijn stuk voor stuk nog heel wat uitdagingen. Als u het zo leest, denkt u misschien: komen we er ooit? Maar dat is iets te pessimistisch. Het heeft jaren geduurd voordat de mens voor het eerst de ruimte inging, maar sinds die tijd gaan de ontwikkelingen razendsnel. De plannen die NASA in de jaren ’70 had (zie de plaatjes hierboven) zijn nog geen werkelijkheid, maar er wordt hard aan gewerkt. De belangrijkste, zichtbare resultaten van dat werk, zijn op dit moment misschien wel het ISS en de ruimtehotels. Op de laatstgenoemde plekken gaat straks – weliswaar niet al te ver van huis – gewerkt en tijdelijk gewoond worden. De ultieme gelegenheid om het onderzoek naar ruimtekoloniën te verdiepen.

Nieuwe start?
Eén ding staat vast: als er een ruimtekolonie komt, wordt het geen Walhalla, maar één groot experiment waartoe we ons met onze verslindende levensstijl zelf toe gedwongen hebben. Zo’n experiment biedt tegelijkertijd natuurlijk wel kansen: de ‘fouten’ die we hier op aarde gemaakt hebben (denk bijvoorbeeld aan de vervuilende Industriële Revolutie en alle gevolgen daarvan), kunnen we wellicht op nieuwe planeten voorkomen. Er kan in theorie een maatschappij gesticht worden die op alle fronten een stuk wijzer is. In theorie zouden we zelfs een hele nieuwe start kunnen maken. Of het in de praktijk ook gaat werken? Die kans is klein. Naties en ondernemers gaan planeten nu reeds steeds vaker als te exploiteren gebieden zien.

Maar de mogelijkheid om de mensheid een toekomst te geven en om eventueel grondig overnieuw te beginnen, ligt er. Grote vraag is: pakken we ‘m?