Letterlijk, zo blijkt uit onderzoek van het Radboudumc.

Onderzoekers bestudeerden de hartecho’s van vijftig Italiaanse topsporters. Ongeveer de helft van deze sporters deed aan duursporten zoals roeien, fietsen, hardlopen en zwemmen. De andere helft hield zich bezig met niet-duursporten als tennis, schermen of synchroonzwemmen. “Het unieke van deze studie is dat het om topsporters gaat die zich voor drie opeenvolgende Olympische Spelen wisten te kwalificeren,” vertelt onderzoeker Thijs Eijsvogels. “Beijing 2008, Londen 2012 en Rio 2016. Dit is absoluut de ‘crème de la crème’.”

Groei
Alle topsporters waren wettelijk verplicht om elk jaar een paar gezondheidsonderzoeken te ondergaan, waarbij ook hartecho’s werden gemaakt. Eijsvogels en zijn collega Vincent Aengevaeren bestudeerden deze en keken hoe het hart zich gedurende een periode van acht jaar ontwikkelde. En wat bleek? Het hart van de topsporters groeide. Letterlijk!

Toppunt
Met name de rechterkant van het hart van de topsporters bleek groter te worden. “Die sporters hebben al minimaal tien jaar training achter de rug,” vertelt Aengevaeren. “Deelname aan de Olympische Spelen kan je zien als het toppunt van hun carrière. Onze studie laat zien dat doortrainen op dat topniveau kennelijk nog aanvullende aanpassingen van het hart tot gevolg heeft. Dit effect was groter in de rechter harthelft. Het kan goed zijn dat de aanpassingen aan de linkerzijde al eerder plaats hebben gevonden, aangezien dit zeer getrainde atleten waren.”

Links en rechts
Wanneer sporters zich langdurig flink inspannen, vraagt dat veel van hun hart. Dat orgaan moet dan extra hard werken om het gehele lichaam van bloed te voorzien. De linkerzijde van het hart pompt daarbij zuurstofrijk bloed het lichaam in, terwijl de rechterzijde zuurstofarm bloed naar de longen transporteert.

Dat het hart na jaren trainen nóg een extra ontwikkeling door kan maken en zo de sporter in staat stelt om op topniveau te presteren, is heel bijzonder. Maar ook het hart heeft natuurlijk zijn grenzen. Zo konden de onderzoekers nauwelijks verschillen vinden tussen de metingen die vier en acht jaar na de start van het onderzoek waren gedaan. Het suggereert dat het hart alle aanpassingen die het tijdens een Olympische carrière kan doormaken, in een jaar of vier wel heeft doorgevoerd. Daarna stabiliseert het.