Plaatsvervangende schaamte komt voort uit een bedreigd zelfbeeld en is echt heel nuttig, zo blijkt.

Onderzoeker Stephanie Welten van de Universiteit van Tilburg trekt die conclusie in haar proefschrift. Ze beantwoordt in haar studie enkele belangrijke vragen over schaamte die we eerder maar niet konden beantwoorden.

Groep
Zo verklaart ze hoe het komt dat mensen zich ook plaatsvervangend kunnen schamen. Schaamte komt voort uit een bedreigd zelfbeeld. Plaatsvervangende schaamte ook. Wanneer iemand anders (die deel uitmaakt van onze groep) iets stoms doet, dan kan dat ook een negatief effect hebben op het beeld dat anderen van ons hebben. Zo kunnen we ons bijvoorbeeld schamen voor een familielid dat zich raar gedraagt.

Vreemden
Maar hoe komt het dat we ons ook voor vreemde mensen kunnen schamen? Het is u vast ook wel eens overkomen. Bijvoorbeeld wanneer u talentenjachten kijkt: als een kandidaat zijn of haar auditie goed verprutst dan voelt u misschien ook wel plaatsvervangende schaamte. Die schaamte ontstaat doordat we ons inbeelden dat wij daar staan, zo concludeert Welten. Beide vormen van plaatsvervangende schaamte hebben weldegelijk een functie. We leren dankzij die plaatsvervangende schaamte sneller van de fouten van anderen waardoor we die fouten ook niet zo snel zullen maken.

Welten bestudeerde niet alleen plaatsvervangende schaamte, maar ook ‘gewone’ schaamte. Zo vroeg ze zich bijvoorbeeld af hoe het komt dat schaamte er soms voor zorgt dat mensen heel sociaal zijn en op andere keren juist heel egoïstisch. Wanneer anderen weten dat een persoon zich ergens voor schaamt dan zal deze persoon zich socialer opstellen dan wanneer mensen het niet weten, zo blijkt.